Open je ogen
als slaap ze niet sluit

Terug naar de homepage
Terug naar het info overzicht

Als mens brengen we gemiddeld één derde van het leven door met de ogen dicht.
We slapen, we hebben mooie dromen en genieten van een deugddoende rust. Toch is slapen niet hetzelfde als niksen. Slapen is een actief proces en bepaalt in sterke mate de kwaliteit van de waaktoestand. Rust brengt raad, slaap geeft energie.

Maar niet iedereen slaapt als Doornroosje. Drie (*) op tien volwassenen ‘telt schaapjes’ terwijl anderen genieten van een verkwikkende nachtrust. Zo leven miljoenen mensen dag-in dag-uit in een waas van knikkebollen en oververmoeidheid. Zorgwekkende cijfers met desastreuze gevolgen. Slapeloosheid is een onderschat gezondheidsprobleem in onze hektische samenleving.

(*) De meest frequente klacht is slapeloosheid of insomnie. Volgens een Amerikaanse epidemiologische studie kloeg 35% van de volwassen (tussen de 18 en 79 jaar) over insomnie tijdens het afgelopen jaar. Wanneer zowel de slaap als de waak-toestand van slechte kwaliteit zijn, spreekt men van ‘dyssomnie’.

Chokroverty. S. Insomnia. In S. Rose ed., UpToDate Medicine, 1998.

“Wereldwijd wint wetenschappelijk onderzoek naar slaapstoornissen of ‘dyssomnie’ aan belangrijkheid,” vertelt dr.Paul LOUIS. “Elke maand verschijnen er ruim 100 artikels over het onderwerp, jaarlijks maakt dat meer dan 1000 nieuwe publicaties. Ook bij het grote publiek groeit de interesse, het onderwerp is toegankelijker geworden en de spreekwoordelijke drempel lager.
Steeds meer dyssomnie-patiënten vinden de weg naar het slaapcentrum.”


Dr. Louis vervolgt: “De ontwikkeling van de slaapregistratie verloopt parallel met de miniaturisatie van de electronische medische apparatuur en de vooruitgang in toegepaste software. Het werken met deze technologie eist een goed inzicht in fysiologische parameters die essentieel zijn voor de diagnose van slaapstoornissen. Nadien volgt de verwerking van deze metingen tot een klinisch zinvol rapport door de arts.”

Peter DUVIVIER is slaaptechnicus in het slaaplaboratorium van de Eeuwfeestkliniek. Als medewerker van dokter Louis brengt hij bij de patiënten de verschillende meetinstrumenten (electroden en sensoren) aan, voert de metingen uit en controleert de resultaten.
Peter Duvivier: “Het slaaplabo is uitgerust is met hoogtechnologische digitale slaapapparatuur en specifieke software. Deze software gaat, via een matrix berekening, correlaties tussen gebeurtenissen leggen. Een voorbeeld: we kunnen in een oogopslag zien hoeveel apnees, snurk-episodes en zuurstof-desaturaties voorkomen en hun correlatie in tijd en ernst bepalen.”
Dokter Paul Louis is de initiatiefnemer en bezieler van het slaapcentrum. In 1986 startte de neuroloog en diensthoofd neurologie in de Eeuwfeestkliniek het slaaplabo op. Met de komst van Peter Duvivier en nieuwe hoogtechnologische apparatuur, kende het slaapcentrum in 2001 een nieuwe impuls.
Dr. Paul Louis vertelt: “De aanwezigheid van een slaaplabo in een ziekenhuis is belangrijk. We richten ons op ernstige en chronische slaapproblemen. Slapeloosheid kan van tijdelijke aard zijn. Wanneer slaapstoornissen één tot twee weken aanhouden, heb je geen slaaponderzoek nodig. Korte termijn-slaapproblemen hebben vaak met stress of tijdelijk belastende emotionele gebeurtenissen te maken. Indien nodig kan de huisarts een kortdurende behandeling voorschrijven. Chronische dyssomnie heeft meestal andere oorzaken dan de tijdelijke vorm. Deze slaapstoornissen hebben wél baat bij een slaap- én waakonderzoek. Chronische slapeloosheid heeft een ingrijpende impact op het sociaal en professioneel functioneren van de patiënt. Tijdens de waaktoestand is men moe, heeft men concentratiestoornissen, kortom men functioneert overdag slecht of geheel niet. Precies dat functioneren tijdens de waaktoestand is de parameter om dyssomnie te diagnosticeren. Slapeloosheid is, net zoals pijn, een subjectieve ervaring. In het slaapcentrum wordt die subjectieve ervaring geobjectiveerd. Men gaat objectief meten hoe het is gesteld met de slaap ’s nachts én de waaktoestand overdag..”
“Met continu 24u EEG/EKG- registratie verrichten we ook onderzoek bij epilepsie-patiënten. Gedurende 24 tot 72 uren kunnen gegevens non-stop worden geregistreerd. Op die manier kunnen (onvoorspelbare) epilepsie-aanvallen worden vastgelegd en geanalyseerd. De opstelling voor epilepsie-onderzoek verschilt echter grondig van deze voor slaaponderzoek,” aldus Peter Duvivier.

Naast de chronische dyssomnie-patiënten worden ook zware snurkers in het slaapcentrum onderzocht. Deze groep van luidruchtige slapers hebben niet altijd de subjectieve ervaring van slechte slaap. Partner, huisgenoten en zelfs buren daarentegen, ervaren deze des te meer …
Dr. Louis: “Zware snurkers komen in aanmerking voor slaaponderzoek niet alleen omdat ze een sociaal probleem vormen. Via het slaaponderzoek zal men ook nagaan of ze ademhalingsproblemen ondervinden, ook wel ‘slaap-apnee’ genoemd. Deze ernstige slaapstoornis komt voor bij meer dan 4% van de mannelijke bevolking ouder dan 50 jaar en bij meer dan 2% van de vrouwen in deze leeftijdscategorie.. Dat is véél. Veertig tot vijftig mannen op 1000 lijden aan deze pathologie die, onbehandeld de levensverwachting sterk kan reduceren. Gelukkig voor patiënt en huisgenoten, bestaan er tegenwoordig doeltreffende behandelingen tegen snurken en slaap-apnee.”

Hoeveel slaap hebben we nodig ?
“Slaap is een zeer individuele en wisselende zaak,” zegt Dr. Louis. Hij licht toe: “Babies slapen 22-23 uren op een etmaal. Een volwassene slaapt gemiddeld 7 à 8 uren per nacht, maar er zijn er ook die slechts 5 tot 6 uren nodig hebben. Margaret Thatcher (voormalig eerste minister van Groot-Brittannië) bijvoorbeeld, ging er tijdens haar premierschap prat op slechts 4 uren slaap per nacht nodig te hebben. Waarschijnlijk heeft zij voldoende diepe slaap en REM-slaap van goeie kwaliteit, waardoor er minder overgangsslaap nodig is. Oudere mensen slapen ’s nachts –ongewild- minder lang. Met het ouder worden neemt de kwaliteit van REM-slaap en diepe slaap af, maar dat hoeft geen probleem te vormen. Ouderen kunnen en doen vaker dutjes overdag. Maar het spreekt voor zich dat dit nooit de verminderde kwaliteit van de nachtslaap kan compenseren. Hoeveel slaap men nodig heeft, heeft dus te maken met leeftijd, slaap-efficiëntie en de individuele omstandigheden en behoeften.”

Wat zijn de gevolgen van slaaptekort ?
Dr. Louis: “Voornamelijk concentratiestoornissen die problemen geven op het werk maar ook tijdens de vrije tijd. Dyssomnie-patiënten hebben slaap-aanvallen tijdens vergaderingen, aan machines, achter het stuur of tijdens een filmvertoning. In een aantal beroepen is dyssomnie bijzonder gevaarlijk. Denk maar aan de verantwoordelijkheid die piloten, vrachtwagenchauffeurs en treinbestuurders dragen. Ook in andere beroepen kan slaaptekort gevaarlijke consequenties hebben: bankbediendes en boekhouders maken kleine foutjes met grote gevolgen, een scheikundige mengt verkeerdelijk een gevaarlijke oplossing, enzovoorts. Slaaptekort veroorzaakt niet alleen arbeidsongevallen, ook milieu-catastrofes zijn vaak het gevolg van oververmoeidheid. Slaap-waakproblemen hebben een rol gespeeld in de ramp met de olietanker Exxon Valdez voor de kust van Alaska in 1989 en het ongeluk met de kernreactor in Tsernobyl in 1986. Shiftwerk is evenmin bevorderlijk voor de veiligheid. De ramp in Tsernobyl vond plaats om 2 uur ’s nachts. De hoofdbeklaagde in de zaak Exxon Valdez kreeg tijdens zijn proces verzachtende omstandigheden toegewezen omdat hij al jarenlang slecht sliep. Hij is gewoon in slaap gevallen.” Dr. Louis waarschuwt ook nachtelijke weggebruikers. “ ’s Nachts rijdt 1 op 4 bestuurders op onze wegen met een zware slaperigheid, het zogenaamde ‘fatigual driving’. De kans dat men al rijdend in slaap valt, is zeer reëel.”

Manneke maan
De slaapgeneeskunde is een multi-disciplinaire aangelegenheid. Neurologie gaat daarbij hand in hand met Pneumologie, NKO, Maxillo-faciale heelkunde en Interne geneeskunde. De laatste 50 jaren heeft het slaaponderzoek mede door de wervelende ontwikkelingen in de technologie een échte (r)evolutie doorgemaakt. “Al voor de tweede wereldoorlog bestond er in Duitsland wetenschappelijk slaaponderzoek,” aldus dr. Louis. “Dat onderzoek was eerder geïnspireerd vanuit militaire dan medische behoeften. Tijdens een oorlog is het belangrijk dat soldaten niet in slaap vallen.”
Ook de ruimtevaart en de race naar de maan brachten nieuwe ontwikkelingen in de slaapgeneeskunde teweeg, vertelt de neuroloog: 1953 was een scharniermoment in de slaapgeneeskunde. In dat jaar publiceerden Aserinsky en Kleitman hun bevindingen over de REM-slaap. De ontdekking van de REM (Rapid Eye Movement) was een zeer belangrijke stap. In 1965 werd de slaap-apnee beschreven door Jung en Kuhlo in Duitsland en door Gastaut in Frankrijk. Enkele jaren later, in 1972, kwam ‘de bijbel van de slaap’ uit. De referentielijst van Rechtschaffen & Kales definieert de slaapstadia bij de mens en dat op alle leeftijden. Guilleminault werkte in de tachtiger jaren de slaap-apnee verder uit, onder meer bij kinderen.”


Wat gebeurt er in het slaaplabo ?
“In het slaaplabo worden allerlei metingen verricht,” zegt Peter Duvivier. “We meten en interpreteren slaapparameters. Er is een universele basisopstelling die de diepte van de slaap registreert door de hersengolven te meten (EEG), de spierspanning, de ademhaling, de zuurstofverzadiging, bewegingen, enzovoorts. Naast de essentiële metingen, kunnen er andere, extra metingen worden verricht of kan er specifieker worden gekeken naar de resultaten van bepaalde parameters. Soms wordt er ook gewerkt met een slaap-waakdagboek.” Dr. Louis licht toe: “Het slaaplabo doet metingen in functie van het klachtenpatroon. Op basis van het verhaal van de insomnie-patiënt kunnen we een werkhypothese opstellen. Met de vermoedelijke pathologie als logische leidraad, gaan we meten.”
Het blijkt dat het slaaponderzoek zowel bij kinderen als bij volwassen goed verdragen wordt,” zegt slaaptechnicus Duvivier. “Ondanks de talloze draden is het een vrij comfortabele ervaring. De apparatuur is tegenwoordig zoveel compacter geworden, dat de mobiliteit van de patiënt er amper hinder van ondervindt. Men kan dus gewoon in het ziekenhuis rondlopen als men dat wil: krantje halen of naar het toilet gaan, vormt geen enkel probleem. Het registratietoestel zit handig in een compacte draagtas opgeborgen.”

De compacte installatie voor slaaponderzoek houdt de patiënt mobiel.

De oximetrieklem meet de toevoer van zuurstof in het bloed. De microfoon registreert
het snurken …
Alle signalen worden in deze controleunit verzameld
Toch vereist slaaponderzoek een korte ziekenhuisopname. De metingen gebeuren niet ambulant. “De reden is de hoogtechnologische en dure apparatuur,” vertelt Peter. “Als er thuis iets verkeerd loopt, kunnen we niets doen. De ziekenhuisopname is echter beperkt tot 2 nachten en een voormiddag. Je wordt ’s avonds opgenomen voor een ‘aanpassingsnacht’. Voor we kunnen gaan meten, is het belangrijk dat de patiënt aan de ziekenhuisomgeving went. In de loop van de ochtend volgend op de aanpassingsnacht, worden dan de meetinstrumenten aangebracht. De opstelling duurt een uur tot anderhalf uur. Ondermeer electrodes, micro, vingerklem en thermistor worden op het lichaam aangebracht. Zoals ik al eerder vertelde, is dat volkomen pijnloos en behoorlijk comfortabel. Er worden ook twee proefmetingen gedaan om te checken of de apparatuur naar behoren de gegevens registreert. Aansluitend wordt –indien relevant- de neiging tot in slaap vallen overdag onderzocht. Tijdens de tweede nacht in het ziekenhuis wordt de slaap geregistreerd. De ochtend daarop wordt de meetapparatuur verwijderd en mag de patiënt naar huis.”
Welke zijn de meest voorkomende oorzaken van slaapstoornissen ?
En wat kan eraan worden gedaan ?

Dr. Louis: “Slechte slaapcontinuïteit, fysische pijn, snurken, slaap-apnee, narcolepsie, depressie, chronische angsttoestanden, pavor nocturnus (zie ‘Dokterslatijn’) en parasomnieën (zoals bijvoorbeeld REM-behavior disorder) zijn de meest voorkomende oorzaken (** zie bijlage). Men moet uiteraard eerst een diagnose stellen vooraleer de stoornis kan worden behandeld. De behandeling kan bij slaapapnee bestaan uit vermageren, CPAP-therapie of soms NKO of Maxillo –faciale behandeling. Belangrijk is ook dat het slaapcentrum advies geeft bij studie- of beroepskeuze. Narcoleptici bijvoorbeeld, moeten zich goed bewust zijn van de risico’s die hun slaapstoornis met zich meebrengt en de mogelijke onverenigbaarheden van de pathologie met bepaalde professionele bezigheden.”
Zijn er nieuwe ontwikkelingen in de diagnostiek, de behandeling en de preventie van insomnie?

Dr. Louis: “De herkenning van de slaap-apnee is belangrijk, alsook de behandeling ervan. Tegenwoordig is deze pathologie doeltreffend te behandelen. Verder dient te worden vermeld dat de medische kennis van, alsook de medicatie voor narcolepsie is verbeterd.
Positieve trend is ook dat het aantal onderzoeken en publicaties over, en dus de belangstelling voor slaap en slaapstoornissen enorm is toegenomen. Het slaapcentrum in de Eeuwfeestkliniek gaat trouwens uitbreiden. Binnenkort zullen ook kinderen ouder dan 2 jaar voor slaaponderzoek in ons ziekenhuis terecht kunnen.”

Tot slot, nog enkele tips voor een goede nachtrust ?
Dr. Paul Louis: “Slaappillen bestrijden de tijdelijke insomnie-symptomen maar lossen de oorzaak van je slaapprobleem niet op. Een goede slaaphygiëne begint met regelmaat in het uur van opstaan en slapengaan. Ook een rustige en comfortabele slaapomgeving zijn essentieel. Verder is het niet verstandig laat en/of zwaar te tafelen, noch koffie te drinken na 16 uur. Zeer belangrijk in het proces van een verkwikkende nachtrust is de ‘un-winding’. Het betekent dat je de laatste uren van de dag rustig doorbrengt. Vermijd mentale opwinding door niet tot in de late uurtjes te werken, te studeren, televisie te kijken of te chatten op internet. Laat tenslotte het spreekwoordelijke slaapmutsje voor wat het is, alcohol geeft een roesslaap en verbetert zeker niet de slaapkwaliteit. Geniet van de avond, relax en zet de zorgen van je af.”
Slaapwel !!!


Dokterslatijn
Moeilijke begrippen voor u uitgelegd

· AANPASSINGSNACHT: eerste nacht van opname, (voor het feitelijke slaaponderzoek) waarbij de patiënt vertrouwd wordt gemaakt met de ziekenhuisomgeving. Tijdens de aanpassingsnacht worden er geen metingen verricht, omdat metingen door het ‘first night’-effect onbruikbaar zouden zijn.

· APNEE: onderbreking van de normale ademhaling (> 10sec.)

· AROUSAL: plotse overgang van diepere naar lichtere NREM-slaap (max 15 sec. durend), of van REM naar kortdurende waaktoestand. We herinneren ons dit niet, bij langere duur kan dit overgaan in waken. Een hoge hoeveelheid arousals wijst op een verminderde slaapkwaliteit.

· BODY POSITION: lichaamshouding tijdens het slapen

· CPAP-THERAPIE: (Continous Positive Airway Pressure): Mond-neusmasker verbonden met stille pomp, waarbij de patiënt van luchtdruk wordt voorzien. Zo kan de keel niet meer dichtklappen en wordt apnee vermeden.

· DYSSOMNIE: slechte kwaliteit van slaap- én waaktoestand.

· ECG (EKG): (ElektroCardioGram): registratie van de hartaktiviteit.

· EEG: (ElectroEncephaloGram): registreren van de electrische aktiviteit van de hersenen. De hersengolven worden gemeten door vastgekleefde electroden (op hoofdhuid).

· ELECTRODE: wordt op de huid bevestigd en dient om de electrische activiteit (hersengolven, spierspanningen, oogbewegingen) te kunnen registreren.

· EMG (ElectroMyoGram): meten van de spierspanning met behulp van electroden.

· EOG (Electro-OculoGram): registreren van de oogbewegingen.

· FIRST NIGHT EFFECT: zie aanpassingsnacht

· HYPERSOMNIA: overmatig slapen overdag, vaak gepaard met dyssomnie (of slapeloosheid) ‘s nachts.

· HYPNOGRAM: histogram van de diverse slaapparameters in tijdscorrelatie met verloop van de slaap, geeft slaaparchitectuur weer.

· INSOMNIE: slapeloosheid

· ICSD: internationale classificatie van slaapstoornissen opgesteld in 1979, gewijzigd in 1990. Tot nu toe zijn er een 80-tal verschillende slaapstoornissen gekend.

· MYOCLONIEËN: spiercontracties, samentrekken van spieren

· MSLT: Multiple Sleep Latency Test : registratie van de neiging in slaap te vallen overdag. Het onderzoek gebeurt in bed, in een verduisterde kamer, op specifieke tijdstippen en telkens gedurende 20 minuten. In de tussenperiodes mag de patiënt niet rusten.

· NARCOLEPSIE: specifieke ziekte met plots inslapen overdag, gepaard aan tonus-verlies (cataplexie). Soms plots overgaan van waken naar dromen (hypnagoge hallucinaties). Soms verlammingsgevoel in spieren (slaapparalyse).

· OXIMETRIE: meten van de zuurstof-saturatie in het bloed, door middel van klemmetje (aangebracht op vinger, teen of oor).

· PAVOR NOCTURNUS: nachtelijke paniek, onvolledig wakker worden, “arousal” vanuit diepe slaap waarbij het kind gilt, probeert overeind te komen in bed, hevig beweegt, snel en onregelmatig ademt. Er treedt ook een verwijding van de oogpupillen op met angstige gelaatsuitdrukking en hevig transpireren. Na 1 à 2 minuten nemen de verschijnselen af, maar het kind blijft nadien 5 tot 10 minuten verward en niet aanspreekbaar. Dit zijn geen nachtmerries.

· PARASOMNIEËN: arousal-stoornis. Een gedeeltelijk wakker worden, zonder volledige waaktoestand te bereiken. Stoornis in de overgang van slaapstadia. Voorbeelden hiervan zijn: slaapwandelen, bedwateren, pavor nocturnus en REM sleep behaviour disorder.

· PERIODIC LIMB MOVEMENTS (PLM): periodieke beenbewegingen of myoclonus nocturnus.

· POLYSOMNOGRAFIE: gelijktijdige registratie van minstens 2 EEG, 2 EMG, 1 EKG, 3 ademhalingsparameters, zuurstof saturatie (oximetrie), microfoon (snurken) en lichaampositie gedurende 1 nacht (min. 8uur). Vaak wordt overdag de waakzaamheid gemeten.

· REM-SLAAP: Rapid Eye Movement, toestand van slaap met snelle oogbewegingen (tegengestelde = non-remslaap) samengaand met dromen. Er treedt een opvallende spierrelaxatie op (lage amplitudo op EMG-kanalen) en een gedesynchroniseerd EEG.

· REM BEHAVIOR DISORDER: afwijking waarbij de spiertonus niet afneemt tijdens de REM, en de patiënt hierdoor onverwachte bewegingen maakt tijdens het dromen.

· RESPIRATORY EVENTS: ademhalingsstoornissen, voornamelijk ademhalingspauzen tijdens de slaap.

· SLAAPGENEESKUNDE: interdisciplinaire medische tak die insomnie-patiënten diagnosticeert en behandelt. Slaapgeneeskunde overschrijdt de verschillende medische specialismen omdat het zich richt tot meerdere orgaanfuncties (neurologie, pneumologie, NKO, maxillo-faciale heelkunde, interne geneeskunde, kindergeneeskunde).

· SNORING: snurken

· THERMISTOR: meet de ademhalingsflow ter hoogte van neus en mond.

· VINGERKLEM: meet het zuurstofgehalte

De meest voorkomende oorzaken van slaapstoornissen (**)
De meest voorkomende oorzaken van slaapstoornissen hebben een psychische oorsprong.
Angst en spanningen, kunnen een verminderde slaapkwaliteit en gestoorde slaapcontinuïteit tot gevolg hebben. Het zijn de meest frequente oorzaken van slechte slaap. Meestal zijn deze slaapstoornissen tijdelijk, omdat de oorzaak (stresstoestanden, conflicten op werk of in het gezin) na verloop van tijd afneemt of wordt opgelost.
Chronische angst, maar vooral depressie, leiden tot ernstige slaapstoornissen. Depressie heeft een onmiskenbare negatieve invloed op de slaaparchitectuur : de REM-latentie verkort, er is een toename van REM-slaap, alsook een sterke fragmentering van en minder diepe slaap.

Naast deze psychische oorzaken (zoals depressie), gaan ook diverse somatische ziekten gepaard met slechte slaap. Chronische pijnen in gewrichten en spieren kunnen eveneens de slaapkwaliteit en -continuïteit sterk verminderen. Chronisch obstructief longlijden en hart-insufficiëntie leiden tot nachtelijke ademhalingsmoeilijkheden.
Ook neurologische ziekten zoals de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer (dementie) gaan meestal gepaard met ernstige slaapstoornissen.

Ook diverse geneesmiddelen kunnen de slaap storen. Het betreft een lange lijst. Betablokkers zoals propanolol (InderalR) en activerende antidepressiva zoals venlafaxine (EfexorR), kunnen de slaapkwaliteit verminderen.

Maar ook ontregelingen van het slaap-waak ritme, zoals bij shiftwerk, zijn een beruchte oorzaak van dyssomnie.

De hogervermelde slaapstoornissen worden meestal gediagnosticeerd op basis van het klachtenpatroon en het lichamelijke onderzoek bij neurologische en andere somatische aandoeningen. Een aantal specifieke slaapstoornissen vergen een meer uitgebreide investigatie met een polysomnografisch onderzoek. Het zijn dan meestal ernstige slaapstoornissen met een belangrijke weerslag op het functioneren overdag (hypersomnie).

De belangrijkste ziekten die gepaard gaan met hypersomnie overdag zijn : slaapapneesyndroom, narcolepsie, en PLMD (Periodic Limb Movement Disorder).
Voor het diagnosticeren van slaapapnee is een polysomnografie noodzakelijk. Frequente kortdurende adempauzes, door onvoldoende centrale stimulatie van de ademhaling (centrale apnee) of door obstructie van de bovenste luchtwegen (obstructieve apnee), lijden tot frequente plotse ontwaakreacties (arousals). Ze veroorzaken een uitgesproken fragmentatie van de slaap. De patient is ’s morgens meer uitgeput dan voor hij naar bed ging. Overdag valt hij regelmatig in slaap. Obstructieve apnees gaan gepaard met ernstig snurken en treden vooral bij obese personen op. Deze ziekte verergert met het ouder worden en lijdt tot ernstige cardiale complicaties met verhoogde mortaliteit. Daarom is het belangrijk dat snurkers die overdag de neiging tot inslapen hebben, een polysomnografisch onderzoek ondergaan.
Een tweede belangrijke indicatie voor polysomnografisch onderzoek is narcolepsie. Men registreert overdag het plots inslapen in REM-slaap en het tonusverlies. Dit wordt gedaan aan de hand van regelmatige registratie-momenten verspreid overdag, waarbij de patiënt in een rustige omgeving in bed ligt en men het inslapen registreert (MSLT-test).
Ook idiopathische hypersomnie is een indicatie voor polysomnografie. Deze toestand gaat niet gepaard met overdreven REM-slaap en wordt ook anders behandeld dan narcolepsie.
Tenslotte zijn er ook nog enkele ernstige parasomnieën (o.a. REM-Sleep-Behavior-Disorder) die enkel door registratie geobjectiveerd kunnen worden.
Het registreren van nachtelijke epilepsie-aanvallen is geen indicatie voor polysomnografie. Het 24u-EEG is hiervoor meer geschikt.
Bron: http://www.monica.be 06/2005