Heupprothese

 

Terug naar de homepage
Terug naar het info overzicht

1. Inleiding

Binnenkort moet u een besluit nemen, of misschien heeft u inmiddels deze beslissing al genomen, om zich aan uw versleten heup te laten opereren. Hierbij wordt uw versleten heupgewricht vervangen door een kunstheupgewricht, een zgn. heupprothese. U wilt immers de pijn kwijt, die uw versleten heupgewricht u bezorgt.
Momenteel bestaan er protheses zonder cement (ingroei protheses), gecementeerde protheses (met botcement), vaak worden er combinaties gebruikt. Men kan ook enkel de kop gaan bedekken (McMinn prothese).
McMinn(foto)--- gecementeerd(foto)---- cementloos(foto)
Info over BHR prothese:De Birmingham Hip Resurfacing is ontwikkeld door Mr McMinn.

De prothese heeft als klassieke kenmerken dat ze een metaal op metaal constructie is, waarvan de kom ongecementeerd wordt geplaatst en de bol gecementeerd wordt. De kom is verder bedekt met hydroxyapatiet(foto)

Ze wordt in die mate gebruikt voor jonge en actieve patiënten.(foto)
Ze heeft minder slijtage, minder botdestructie en vormt een natuurlijker anatomische reconstructie van het gewricht met minder kans op luxatie en gemakkelijkere revisie bij problemen.

Ze wordt niet gebruikt bij botontkalking of belangrijke afwijkingen van het heupgewricht.

Vervanging van het heupgewricht door een kunstheup, een prothese, is een zeer veel voorkomende operatie. Toch is de operatie geen kleinigheid. Het herstel vraagt veel wilskracht, inzet en inspanning zowel van de patiënt als van haar of zijn naaste omgeving. Door een goede voorbereiding kunt U zich onnodige spanningen en teleurstellingen besparen.


2. Hoe zit uw heupgewricht in elkaar?

Het heupgewricht bestaat uit een kom en een kop. De kom is een onderdeel van het bekken en de kop is het bovenuiteinde van het dijbeen. Zowel de kop als de kom zijn normaal gesproken bedekt met een gladde laag kraakbeen. Dit is het scharnierend deel van het gewricht. Zolang dit oppervlak van goede kwaliteit is, kan de heup tot op hoge leeftijd pijnloos functioneren.
Bij sommigen echter, wordt deze kraakbeenlaag zo slecht van kwaliteit, dat deze laag af gaat slijten. Dit wordt "artrose" (slijtage) genoemd. De bewegingen in het heupgewricht zijn dan niet soepel meer en gaan pijn doen.
Slijtage ontstaat meestal op hogere leeftijd. Soms echter begint het op jongere leeftijd, zoals bijvoorbeeld bij "heupdysplasie"; een aangeboren heupafwijking, waarbij de kop niet goed in de kom past.
Ook na botbreuk in het heupgewricht, een reumatische heupontsteking, overmatig alcoholgebruik en medicatie (prednison) kunnen slijtage of beschadiging ontstaan.

3. Wat houdt artrose of slijtage in?

Gewrichtskraakbeen.
Tengevolge van slijtage wordt het gewrichtskraakbeen minder elastisch en droogt uit. Er komen scheurtjes in en het wordt onregelmatig. Hierdoor verliest het zijn gladheid. Op de röntgenfoto is dan een dunnere kraakbeenlaag te zien.
Botwoekeringen.
Niet alleen het kraakbeen ondergaat veranderingen, maar ook het bot. Aan de randen van het gewrichtsoppervlak ontstaan botwoekeringen. Hierdoor wordt de fraaie bolvorm van de heupkop misvormd en ontstaat er een ruw oppervlak.
Gewrichtskapsel.
Dit wordt dikker en stugger, waardoor het gewricht nog stijver wordt.
Heupspieren.
Doordat deze spieren niet meer normaal functioneren worden zij korter, waardoor de kracht en de omvang van deze spieren afnemen.

4. Klachten van een versleten heupgewricht

Pijn.
Pijn is de belangrijkste klacht van slijtage in een heupgewricht. De pijn wordt meestal gevoeld in de lies en straalt uit langs de binnenkant van het bovenbeen naar de knie.
In het begin is er alleen pijn bij het opstaan na een periode van rust. Dit noemt men startpijn. Na een paar stappen wordt de pijn meestal minder.
Bij toename van de slijtage kan er constante pijn bestaan. Men wordt dan ook 's nachts wakker van de pijn.
Stijfheid.
Deze wordt aanvankelijk vooral na de nachtrust gevoeld, de zogenaamde ochtendstijfheid. Deze stijfheid in de heup neemt geleidelijk toe. De patiënt krijgt problemen met het aantrekken van kousen en schoenen. Kunstjes worden verzonnen om dit toch alleen te kunnen doen.
Ook het spreiden van de benen wordt steeds moeilijker.
Dwangstand.
In een vergevorderd stadium ontwikkelt zich een dwangstand van het heup-gewricht. Hierbij staat het heupgewricht in een licht gebogen stand. Het bovenbeen staat daarbij vaak naar buiten gedraaid. Het lijkt dan alsof het aangedane been korter is.
Moeite met lopen.
Bij het lopen wordt men aanvankelijk geplaagd door startpijn en ochtendstijfheid. Bij ernstige slijtage loopt de patiënt voortdurend mank met pijn. Op den duur zijn de klachten zo heftig, dat bij het lopen een stok of een kruk gebruikt moet worden.
Fietsen.
Deze sport of beweging is daarentegen nog vaak goed mogelijk.

5. Voordelen van een operatie.

Als fysiotherapie, medicijnen en injecties niet meer afdoende zijn, is een operatie nog de enige oplossing. De pijn, die u voor de operatie had, zal vrijwel altijd verminderd of zelfs verdwenen zijn. Soms is het de eerste maanden nog enigszins gevoelig, maar na 1 jaar is meer dan 90 % van de patiënten tevreden. De stijfheid van de heup verbetert weliswaar ook, maar het gewricht wordt nooit meer zo soepel als het is geweest.

6. Wat houdt de operatie in?

De operatie wordt ook wel een totale heupprothese operatie genoemd. Bij deze operatie wordt de versleten kom vervangen door een kunstkom. De versleten kop wordt vervangen door een metalen steel in de mergholte van het bovenbeen. Op deze steel komt dan een kunstkop. Afhankelijk van uw leeftijd en conditie wordt gekozen voor een gecementeerde dan wel ongecementeerde prothese, of een combinatie van beide.
Kort gezegd komt het er op neer, dat bij een gecementeerde prothese zowel de kom als de steel met de kop erop met botcement worden vastgezet (geplakt). Bij de ongecementeerde prothese worden de prothesedelen klemvast geslagen of vastgedraaid. Het bot moet in de prothese groeien, de zg. ingroeiprothese. De keuze van de soort prothese wordt met u op de polikliniek besproken.

7. Voorbereidingen voor de operatie.

Preoperatief onderzoek
De meeste onderzoeken kunnen door de huisarts gebeuren: bloedonderzoek,ECG, thorax en eventueel bijkomend specialistisch onderzoek zo bijkomende ziektes (bv. internist, longarts of cardioloog). Tevens kan nog bijkomende uitleg worden gegeven over de vorm van verdoving (rachi anesthesie of algemene narcose).
Tandarts.
Het is sterk aan te bevelen uw gebit voor de operatie door de tandarts of mondhygiëniste te laten beoordelen. Het gebit dient ten tijde van de operatie schoon (gesaneerd) te zijn. Een ontsteking in het gebit kan via het bloed naar een gewricht met een prothese overslaan.
Als u na de operatie een tandheelkundige ingreep moet ondergaan is bescherming van uw heupprothese d.m.v. antibiotica aan te bevelen in de volgende situaties: indien u
suikerziekte heeft en daarvoor insuline moet spuiten,
korter dan 2 jaar geleden aan de heup geopereerd bent,
een niet goed functionerend afweer- (of immuun)systeem heeft, zoals bij ziekten als reuma en SLE of bij bepaald medicijngebruik (prednison),
eerder een gewrichtsinfectie gehad heeft.
Als beschermend antibioticum kan dan het medicijn amoxycilline ingenomen worden, eenmalig 2 gram per tablet of drankje, ongeveer 1 uur voorafgaand aan de tandheelkundige behandeling.
Indien u allergisch bent voor amoxycilline valt de keuze op clindamycine (dalacin) tabletten; eenmalig 2 tabletten van 300 mg; eveneens ongeveer 1 uur voorafgaand aan de tandheelkundige behandeling.
Bloedverdunnende tabletten.
Indien u deze tabletten als vaste medicatie thuis gebruikt, moet u dit uw specialist melden. Om ongewenste bloedingen tijdens en na uw operatie te voorkomen, zult U deze tabletten een aantal dagen voor de operatie niet meer mogen innemen.
Krukken en lopen.
Na de operatie zult u enige tijd met krukken moeten lopen.
Nazorg.
Vóór de opname, wordt uw ontslag uit het ziekenhuis al met u besproken. Er wordt dan bekeken, of er nog extra hulp geregeld moeten worden. Dit kan zijn thuiszorg of een tijdelijke opname in het verpleeghuis.

8. De opname

Doorgaans wordt u één dag voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van uw opname wordt u naar de verpleegafdeling gebracht waar u door een verpleegkundige wordt ontvangen. Met de verpleegkundige heeft u (en uw familie) een opnamegesprek. Met name wordt uw thuissituatie besproken en u krijgt aanvullende informatie over het verloop van de opname. Neemt u de krukken mee bij opname in het ziekenhuis.

Het behandelteam bestaat uit de orthopeed, de verpleegkundige en de kinesist. Zij zorgen er samen voor, dat u zo goed en snel mogelijk herstelt en dat de opname zo kort mogelijk duurt.

9. De verdoving

Deze operatie kan tegenwoordig ook op hogere leeftijd nog worden uitgevoerd. Een gedeeltelijke verdoving door middel van een ruggenprik heeft de voorkeur. Hierbij is alleen het onderlichaam verdoofd. Deze manier van verdoven is een veilige methode. Eventueel kan er nog een licht slaapmiddel bij gegeven worden. Dan ziet of hoort u weinig tot niets van de operatiekamer en de operatie.
De operatie kan ook, onder volledige narcose worden uitgevoerd. Dit kunt u met de anesthesist bespreken, met wie u voor de operatie een gesprek heeft.
De kinesist begeleidt u na uw operatie. Hij leert u weer lopen met krukken, hij leert u traplopen met krukken als dat nodig is, hij oefent allerlei dagelijkse handelingen met u (b.v. sokken en schoenen aantrekken) en hij neemt met u een aantal oefeningen door.
De dag voor de operatie:
Deze dag wordt gebruikt om alvast het een en ander te bekijken. Zo meet de kinesist de beweeglijkheid van de heup. Tevens wordt gekeken of u het lopen met krukken (wat u met uw eigen kinesist thuis gaat oefenen voor de operatie!) al een beetje onder de knie hebt.
Deze dag krijgt u ook een folder met daarin allerlei oefeningen en leefregels voor na de operatie. Deze folder werkt als een soort geheugensteuntje, want alle oefeningen worden ook met u doorgenomen.
De dag van de operatie:
Deze dag is kinesistisch gezien een rustige dag. U krijgt de gelegenheid even bij te komen van uw operatie.
De eerste dag na de operatie:
De dag na de operatie komt u alweer uit bed met behulp van de kinesist.
U mag dan staan en ook al een klein stukje lopen. Bij het staan en lopen mag u direct met uw volle gewicht uw geopereerde heup belasten. Bij het staan en lopen maakt u gebruik van een rekje. Deze geeft u veel steun en zekerheid.
Tevens wordt deze dag gestart met voorzichtige oefeningen. Deze oefeningen zijn erop gericht om de spierkracht en de beweeglijkheid te verbeteren. Ook de bloeddoorstroming neemt door het doen van oefeningen toe.
De tweede dag na de operatie:
Deze dag wordt bij het lopen het rekje ingewisseld voor krukken. Met krukken kunt u beter uw normale looppatroon benaderen. Krukken geven u echter ook minder steun. Bij het lopen met krukken krijgt u in eerste instantie nog de nodige hulp van uw kinesist.
De derde dag na de operatie:
Het doel van deze dag is dat u op het einde van deze dag in staat bent om veilig en zelfstandig met krukken te lopen. Het lopen met krukken wordt deze dag dus intensief geoefend. Behalve aandacht voor het lopen, breidt de kinesist ook het aantal oefeningen uit.
De vierde dag na de operatie tot de dag van ontslag:
In deze dagen worden een aantal dingen geoefend.
Het lopen met krukken wordt net zo lang geoefend tot u dit veilig zelfstandig kunt doen. De loopafstand met krukken wordt uitgebreid en de kinesist corrigeert (indien nodig) uw looppatroon.
Als u thuis een trap heeft, wordt het traplopen met krukken met u geoefend.
Alle oefeningen worden met u doorgenomen, geoefend en eventueel gecorrigeerd.
Tenslotte worden een aantal situaties geoefend die u in het dagelijkse leven kunt tegenkomen en die u problemen zouden kunnen geven. U moet hierbij bijvoorbeeld denken aan: hoe trek ik mijn sokken aan, hoe raap ik iets van de grond etc.
Ontslagcriteria:
U mag het ziekenhuis verlaten als u aan de volgende criteria voldoet:
1. U kan veilig, zelfstandig een klein stukje lopen met krukken.
2. Als u thuis een trap heeft, moet u veilig, zelfstandig kunnen traplopen met krukken.
3. Alle oefeningen moeten duidelijk zijn.
4. Er mogen zich geen complicaties meer voordoen. (bijvoorbeeld het lekken van de wond)
Als u aan deze criteria voldoet mag u naar huis. U krijgt van de arts een verwijzing mee voor fysiotherapie. De kinesist in het ziekenhuis zorgt ervoor dat uw kinesist thuis alle belangrijke informatie krijgt.
Naar huis en dan?
Uw eigen kinesist thuis oefent verder met u om uw spieren te versterken, de beweeglijkheid verder te verbeteren, het gebruik van de krukken af te bouwen en om zo goed mogelijk algeheel te herstellen.
Houding in bed: de eerste 6 weken mag u niet op uw gezonde zijde liggen in bed en dient u aan de geopereerde zijde uit bed te komen. Dit in verband met het gevaar dat de heup uit de kom schiet bij het maken van bepaalde bewegingen.
Het is aan te raden twee keer per dag 20 minuten op de buik te liggen om de strekking van de heup te verbeteren.
Fietsen: U mag fietsen als u goed zonder krukken kunt lopen. Vaak is dat na ongeveer zes weken.
Zwemmen: U mag zwemmen als u goed zonder krukken kunt lopen en als de wond niet meer lekt. Vaak is dat na ongeveer zes weken.
Autorijden: U mag autorijden als u hiervoor toestemming hebt gekregen van uw arts of van uw kinesist.
Globaal gezien zal uw revalidatie er op de boven beschreven wijze uitzien.
Uiteraard zal het herstel per persoon verschillen, evenals het leren lopen en traplopen met krukken en het goed leren uitvoeren van de oefeningen.
Heeft u na thuiskomst vragen over uw revalidatie, overlegt u dit dan in eerste instantie met uw kinesist thuis.

10. De operatie

De operatie zelf duurt meestal 60–90 minuten. Tijdens en soms ook nog een paar dagen na de operatie krijgt u antibiotica om de kans op infecties te verkleinen. U heeft altijd een infuus waardoor vocht of bloed toegediend kan worden. Dit is nodig om het verlies tijdens de operatie aan te vullen.
Bij de wond komt een slangetje door de huid naar buiten om wondvocht af te voeren, een zgn. drain. Direct na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar u gedurende de eerste uren intensief zult worden bewaakt. Soms kunt u na de operatie misselijk worden, waarvoor u medicatie krijgt. Zodra U weer in een stabiele situatie verkeert, wordt u naar uw verpleegafdeling teruggebracht. Na de operatie wordt tussen uw benen een spreidkussen geplaatst om de nieuwe heup rust te geven.


11. Na de operatie.

Antistolling.
Tijdens uw opname en nog gedurende 6 weken na de operatie krijgt U medicijnen om trombose tegen te gaan. Bij trombose ontstaat er een ongewenst stolsel in een bloedvat, meestal in de kuitader .
Mmenteel wordt fraxiparine of Arixtra gebruikt.

12. Wanneer gaat u weer naar huis?

Tussen de 5e en 8e dag kunt u meestal naar huis. Dit kan natuurlijk alleen als de wond er goed uitziet en als u thuis (eventueel met hulp) voor uzelf kunt zorgen. In enkele gevallen heeft u nog hulp nodig bij het aantrekken van kous of panty. De wond is in principe droog, zodat er geen pleisters of verband nodig zijn.

13. Thuis

Wanneer u eenmaal thuis bent, zult U ook Uw ‘nieuwe heup’ moeten koesteren. In het begin zal het gebied rondom de wond nog warm en dik aanvoelen. Door veel te lopen zal dit gevoel verminderen. Het tevens raadzaam een aantal hulpmiddelen aan te schaffen en tevens voorzorgsmaatregelen te nemen die de kans doen verkleinen dat de nieuwe heup uit de kom zal schieten.
Een wc-potverhoger zorgt er voor, dat u niet te diep gaat zitten.
Een kousenaantrekker geeft u veel gemak omdat u minder hoeft te bukken.
Een verlengde arm/klem (helping hand) geeft u meer armslag, zodanig dat u niet extra voorover hoeft te reiken.
Een douche-krukje is handig om met minder gevaar voor uit glijden zich te douchen.
Handvatten op de W.C. om zich op te kunnen trekken of te laten zakken.
Instapschoenen kunt u rechtop staande aantrekken met behulp van een lange schoenlepel. Hierdoor hoeft u niet voorover te buigen.
Een hoge stoel zorgt er voor, dat u niet te diep gaat zitten.
Een autostoel is meestal laag en gemaakt in de vorm van een kuip. Het is zinvol om een kussen in deze kuip te leggen om hoger te zitten.
Een hoog bed zorgt er voor, dat u niet te diep gaat
Drempels in huis zijn vaak hindernissen waar u gemakkelijk over kunt struikelen.
Losse vloerkleedjes zijn vaak hindernissen waar u gemakkelijk over uit kunt glijden. Haal ze dus weg!

14. Fysiotherapie thuis.

Na ontslag wordt de fysiotherapie thuis altijd voortgezet door de therapeut in uw woonplaats. De kinesist in het ziekenhuis zorgt ervoor dat uw kinesist thuis alle belangrijke informatie krijgt. De kwaliteit van het lopen zal zo verder worden verbeterd.

15. Leefregels voor de eerste 6 weken na de operatie.

Ligging in bed.
U mag op uw rug, uw buik en op de geopereerde zijde liggen in bed. U mag dus niet op de nietgeopereerde zijde liggen.
Buikligging.
Het is aan te raden om 2x per dag 20 minuten op uw buik te liggen. Dit zorgt er voor, dat u de heup makkelijker kunt strekken.
Uit bed komen.
U moet aan de geopereerde zijde uit bed komen.
Gaan zitten en staan.
Bij het opstaan en zitten plaatst u het geopereerde been iets naar voren.
Staand draaien.
Bij het draaien in stand moet u uw voeten goed op tillen.
Aantrekken van kousen en schoenen.
Bij het aantrekken van uw kousen en schoenen moet u voorkomen, dat het geopereerde been naar binnen draait. Ga steeds tussen de benen door en niet "buiten-om". Hetzelfde geldt bij het oprapen van voorwerpen van de grond.
Bukken en tillen.
U mag de eerste 6 weken niet bukken of tillen.
Fietsen en zwemmen.
Fietsen doet u de eerst 6 weken op een hometrainer. Indien u dan zonder krukken kunt lopen, mag u buiten fietsen en mag u ook gaan zwemmen.
Instappen in een auto.
Ga eerst op de autostoel zitten met de benen buiten de auto. Vervolgens brengt U de benen één voor één in de auto.
Lopen.
De eerst 2 weken na de operatie loopt u met 2 krukken. Daarna probeert u met 1 kruk te gaan lopen. Voor de langere afstanden blijft u 2 krukken gebruiken. Tussen de 2e en de 6e week wordt het gebruik van de kruk(ken) steeds verder afgebouwd. Na ongeveer 6 weken loopt u zonder krukken. Bij twijfel graag overleggen met uw kinesist!

16. Complicaties.

Ondanks alle zorg, die aan de operatie wordt besteed, kunnen er soms toch complicaties optreden, zoals:
Nabloeding.
Indien er bloedverlies uit de operatiewond optreedt, of als er een zeer grote gezwollen blauwe plek bij de wond ontstaat dient u contact op te nemen met de verpleegafdeling orthopedie, en niet met de huisarts.
Lekken van de wond.
Als uw wond spontaan vocht gaat lekken, dient u contact op te nemen met de verpleegafdeling orthopedie, en niet met de huisarts.
Koorts.
Als u hoge koorts krijgt dient u contact op te nemen met de verpleegafdeling orthopedie, en niet met de huisarts.
Infectie.
Ontsteking van de operatiewond kan het gevolg zijn van irritatie door de bloeduitstorting die altijd optreedt. Men spreekt van infectie als de ontsteking veroorzaakt door bacteriëen. Als er een infectie bij de prothese optreedt, kan dit leiden tot loslating van de prothese. Men onderscheidt vroege- en late infecties.
Vroege infectie ontstaat kort na de operatie. Kenmerken hiervan zijn: plaatselijke roodheid, zwelling en pijn. De operatiewond kan (opnieuw) wondvocht of pus lekken. Meestal lukt het in dit stadium de infectie te genezen met antibiotica per infuus. Er dient zo spoedig mogelijk een orthopeed naar uw heup te kijken, reden om contact op te nemen met de gafdeling orthopedie.
Late infectie komt soms pas na maanden of jaren voor het eerst aan het licht. Kenmerk hiervan is voornamelijk pijn in het heupgebied bij het in beweging komen en bij lopen.
Besmetting met bacteriën kan tijdens de operatie opgelopen worden, zonder bekende oorzaak. Dit is de reden dat elke patiënt tijdens de operatie antibiotica krijgt toegediend. Ook kan een infectie elders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese, waardoor dit gewricht ontstoken raakt.
Vroeg of laat: een infectie is een zeer ernstige complicatie. Het kan zelfs aanleiding zijn om de prothese te verwijderen zonder dat een nieuwe kan worden geplaatst. De infectie dient eerst volledig te zijn genezen, iets waarvoor vaak diverse operaties nodig zijn.
Voorkomen is beter dan genezen. Onder bepaalde omstandigheden, zoals bij tandheelkundige ingrepen, is bescherming van uw heupprothese belangrijk.
Trombose .
Bij trombose ontstaat er een ongewenst stolsel in een bloedvat, meestal in de kuitader. Het onderbeen is hierbij pijnlijk, zwelt op en wordt licht rood en glanzend. Het is mogelijk dat trombose ontstaat ondanks antistollingsmedicijnen!
Bij verdenking op trombose kunt u contact met uw huisarts opnemen of met de afdeling orthopedie.
Heup uit de kom.
Luxatie of ontwrichting van de prothesedelen betekent dat de kop uit de kom is. Dit gaat gepaard met heftige pijn en u kunt niet op het been staan. Uw heupgewricht zal in het ziekenhuis in de kom gezet moeten worden.
Hiervoor neemt u contact op met uw huisarts (i.v.m. ambulance).
Pijn en niet meer op de heup kunnen staan.
Als u meer pijn krijgt, terwijl u toch al minder bent gaan oefenen, of als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl dit tevoren nog goed mogelijk was, kan dit erop wijzen dat heupprothese-delen niet goed vast zitten .
Zenuwbeschadiging.
Er is een zeer kleine mogelijkheid, dat er tijdens de operatie een zenuw in Uw bil uitgerekt of beschadigd kan worden. Hierdoor kan er een gedeeltelijk dove en of een verlamde voet ontstaan. Vaak is deze zenuwuitval van tijdelijke aard. Zodra u een doof of verlamd gevoel bemerkt, meldt u dit aan uw orthopedisch chirurg.
Beenlengteverschil.
Het is mogelijk, dat er een beenlengteverschil na de operatie aanwezig is. Dit kan veroorzaakt worden door te strakke spieren in de lies, in welk geval fysiotherapie noodzakelijk is.
Het kan ook tijdens de operatie zijn veroorzaakt, om een betere spanning rond de heupprothese te krijgen. Dit verschil kan het gemakkelijkst gecorrigeerd worden door de schoenzool te verhogen.


17. Na-controle

De hechtingen worden in principe door de huisarts verwijderd na 2-3 weken.
Een klinische en radiografische controle na een maand wordt doorgaans gegeven.

18. Hoe lang gaat een heupprothese mee?

Hoe ver de huidige medisch technische ontwikkelingen ook zijn; een heupprothese heeft geen eeuwig leven. Het is niet precies te voorspellen hoelang de bij u geplaatste prothese meegaat. Uit grote onderzoeken is gebleken dat meer dan 90% van de mensen die 10 jaar geleden een heupprothese kregen, deze nog niet vervangen of verwijderd is. Veel heupprothesen van 15-20 jaar geleden, functioneren nog uitstekend.
Loslating van de totale heupprothese veroorzaakt vaak pijn in de heup, het bekken of in het bovenbeen. Hierdoor gaat men slechter lopen. Loslating heeft in grote lijnen twee oorzaken:
Slijtage.
Door gebruik van uw kunstheup vindt er minimale slijtage van de onderdelen op. Dit is een gevolg van de belasting met het lichaamsgewicht. Hoewel zeer duurzame materialen gebruikt worden kan dit tot plaatselijke irritatie in de heup leiden. Als dit proces van plaatselijke irritatie ernstige vormen aanneemt, kan de prothese los gaan zitten. De voornaamste klacht hiervan is pijn, die er tevoren niet was . Bij sommige vormen van loslating treden er echter weinig klachten op; dat is de reden dat er jaarlijks 1 poli-controle nodig is, met röntgenfoto.
Als een heupprothese los zit kan het nodig zijn een revisie uit te voeren. Hierbij wordt de prothese vervangen. Deze tweede operatie is een grotere ingreep met meer risico’s en het revalidatieproces duurt langer. Bovendien is de levensduur van een wisselprothese vaak korter dan die van een eerste prothese.
Infectie.
Als er een door bacterien veroorzaakte infectie bij de prothese optreedt, kan dit leiden tot loslating van de prothese. Men onderscheidt vroege- en late infecties. Vroege infecties ontstaan kort na de operatie. Late infecties komen soms pas na jaren voor het eerst aan het licht.
De besmetting met bacterieën kan tijdens de operatie opgelopen worden, zonder bekende oorzaak. Dit is de reden dat elke patiënt tijdens de operatie antibiotica krijgt toegediend. Ook kan een infectie elders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese, waardoor dit gewricht ontstoken raakt.
Vroeg of laat: een infectie is een zeer ernstige complicatie. Het kan aanleiding zijn om de prothese te verwijderen zonder dat een nieuwe kan worden geplaatst. De infectie dient eerst volledig te zijn genezen, iets waarvoor vaak diverse operaties nodig zijn.

19. Leven met een heupprothese

Wat U van de nieuwe heup kunt verwachten is van veel persoonlijke factoren afhankelijk. Een normaal heupgewricht kan niemand u meer teruggeven. Het is een heupgewricht met mechanische beperkingen; als bepaalde bewegingen niet verder kunnen, dan is dit ook zo! Forceer niets en overleg eventueel met Uw orthopedisch chirurg!
Ook zullen de beperkingen van een kunstheup u door de kinesist in het ziekenhuis worden uitgelegd. In verband met beschadigingen wordt het afgeraden de heupprothese in het werk en sport zwaar te belasten. Uw orthopedisch chirurg kan u hier weliswaar over adviseren, maar voorzichtigheid blijft echter altijd geboden!

20. Jaarlijkse controle.

Om goed geïnformeerd te blijven over de toestand van uw heupprothese en het functioneren ervan voeren wij een jaarlijkse poli-controle uit. Een belangrijk onderdeel van deze controle is een röntgenfoto. Mocht u echter tussentijds klachten van de heup hebben dan kunt u eerder een afspraak maken op de dienst orthopedie.
Met onze dank aan: Dr. Erik Van Holsbeeck 03/2005