Algemeen knie
Het kniegewricht is het meest ingewikkelde gewricht van
het menselijk lichaam. Als u het wat nader bestudeert blijkt al gauw dat de
meest eenvoudige beweging in dit gewricht, het buigen en strekken van de knie,
beschouwd kan worden als een draaiing om een horizontale as en een voor-achterwaartse
verplaatsing van de beide onderste knobbels van het dijbeen op het bovenste
draagvlak van het scheenbeen (zie afbeelding 13).

In feite is er echter niet sprake van een zuivere buig-strekbeweging,
maar gaat deze beweging altijd samen met een draaiing rond een verticale as,
dus van boven naar beneden. Bovenbeen en onderbeen draaien om deze as in een
aan elkaar tegengestelde richting. Let op de pijlen van afbeelding 14 en bedenk
dat veelal de aanzet tot beweging wordt bedoeld en dus niet grote zichtbare
bewegingen op zichzelf.
Laten we nog even terugkeren naar de voet. Het achterste
deel hiervan neigt bij het staan altijd tot een buitenwaartse kanteling. Het
op de achtervoet rustende onderbeen wordt hierdoor gedwongen deze kanteling
te volgen en draait daarbij als het ware om een verticale as buitenwaarts.
Als de rechter- en linker lichaamshelft niet onverbrekelijk met elkaar waren
verbonden, zou bij een steeds verdergaande buitenwaartse kanteling van de achtervoet
het bovenlichaam in twee helften, rechts en links, uiteenvallen. Zoals gezegd
vormen wij echter een gesloten keten; de lichaamshelften zitten vanaf het bekken
aan elkaar vast. Aan de buitenwaartse draaiing van de voet en het daarop rustende
onderbeen wordt zo een halt toegeroepen in het eerste gewricht waar dit mogelijk
is: het kniegewricht. Het onderbeen lijkt zo om een verticale as naar buiten
te draaien. Dit wordt vervolgens `gestopt' in het kniegewricht, ten opzichte
waarvan het bovenbeen dan in tegenovergestelde richting binnenwaarts `draait'.
Weer de torsie die al bij de middenvoet werd besproken. Beide torsies zijn dan
ook onherroepelijk aan elkaar gekoppeld.
Probeer maar eens met blote voeten en benen, de voeten enigszins uit elkaar,
beide voeten steeds meer op de buitenzijde te belasten. Voel en zie wat er dan
bij het kniegewricht gebeurt. Doe dit uiteraard niet als u klachten hebt, vraag
dan een ander het te doen. Als uzelf op de buitenzijde van beide voeten staat,
vraag dan iemand om bijvoorbeeld met een doek de beide binnenbogen van de voet
stevig op te vullen.
Veelal bemerkt u dan dat de spanning in het kniegewricht
nog meer toeneemt! Kijk vervolgens eens in uw schoen of niet juist op die plaats
een steun is aangebracht?!
Met name bij de torsies in de kniegewrichten kan een verwringende druk op de
dunne kraakbeenschijfjes in het gewricht ontstaan: de menisci (zie afbeelding
15).
Neem na al deze uitleg wat rust en kijk tv, bijvoorbeeld
naar een voetbalwedstrijd waarbij mannen in korte broek lopen of naar een programma
waarbij dames op zijn minst de knieën laten zien.
U zult geleidelijk een belangrijk verschil opmerken tussen de meeste vrouwen
enerzijds en de meeste mannen anderzijds. Mannen vertonen in de regel de echte
o-benen waarbij de knieschijf min of meer naar buiten is gedraaid, vrouwen daarentegen
de overstrekte knieën die als het ware naar achteren doorbuigen en waarbij
de knieschijven juist (sterk) naar binnen worden gedraaid.
In het hoofdstuk over rugklachten kom ik hierop terug. Bij een vergelijkende
beschouwing van de beide kniegewrichten tijdens het staan kan bij ieder mens,
man en vrouw, worden waargenomen dat de kniegewrichten nooit symmetrisch zijn;
altijd draait er wel een knieschijf meer naar binnen of staat een knie meer
naar voren. Ziehier een belangrijke oorzaak van veel vaak onbegrepen knieklachten,
ook bij snel groeiende kinderen.
Nog een belangrijk fenomeen verdient onze aandacht. Mensen
met overstrekte en dus naar achteren doorbuigende knieën wordt tijdens
de therapie nogal eens opgedragen de dijbeenspier aan de voorzijde te versterken
door zittend het (soms met gewichten belaste) onderbeen omhoog te brengen omdat
deze spier te zwak zou zijn.
In het hoofdstuk over de houding van de mens werd al
uitgelegd hoe het onderbeen op de voet en het bovenbeen op het onderbeen is
gestaagd. Zo bekeken zou de dijbeenspier dan juist te sterk zijn en de spieren
aan de achterzijde te zwak. De knieschijf kan zo over het kniegewricht worden
getrokken, wat mogelijk leidt tot bijvoorbeeld een verruwing aan de achterzijde:
chondropathie patellae.
Vanzelfsprekend kan er over de knie en knieklachten veel
meer worden gezegd. Bij dit soort aandoeningen dient in eerste instantie echter
een (huis)arts te worden geraadpleegd, zeker als de knie warm aanvoelt en gezwollen
is. Vaak blijken de knieklachten betrekking te hebben op banden en spieren in
relatie tot het bovenstaande. Gewapend met deze kennis kunt u hem/haar gericht
informeren.