Brief van Frank Vandenbroucke aan de
patiënt:
Aanpassingen in de kinesitherapie
2 mei 2002
Met deze brief wil ik u informeren over
de stand van zaken in de kinesitherapie. Waarom was een hervorming in de kinesitherapie
nodig? Hoe hebben we die hervorming aangepakt? En wat betekent die hervorming
voor u? Dit zijn de vragen waarop u hier de antwoorden vindt. Belangrijk is
dat wij meer dan vroeger een onderscheid maken tussen verschillende soorten
problemen waarvoor kine een oplossing moet bieden: de courante, de functionele
en de zware aandoeningen. Het is enkel voor de courante problemen dat we een
onnodige herhaling van behandelingen willen tegengaan. Anderzijds zorgen we
er via de Maximumfactuur voor dat mensen die veel kine nodig hebben, beter beschermd
worden.
Een aantal weken of zelfs maanden geleden
schreef u mij een brief of een mail over kinesitherapie. Tot vandaag heeft u
van mij nog steeds geen antwoord ontvangen. Ik wil u hiervoor mijn excuses aanbieden.
Ik hoop dat u mijn laattijdige reactie niet interpreteert als onbeleefdheid
of onwil. De reden van de laattijdige reactie is dat ik niet het risico wilde
lopen u informatie te geven, die dan later verkeerd zou blijken te zijn. Ik
wilde de onderhandelingen afwachten, die de afgelopen maanden onafgebroken gevoerd
zijn in de kine-sector. Vandaag zijn er een aantal belangrijke knopen doorgehakt
en kan ik u hierover inlichten. Een nieuwe nomenclatuur dit is de lijst
van de terugbetaalde verstrekkingen- is vanaf 1 mei in voege getreden en de
indeling van aandoeningen in de courante aandoeningen, de aandoeningen met functionele
beperking (F-lijst) en de zware aandoeningen (E-lijst) zijn op punt gesteld.
Kine-zorg die medisch noodzakelijk is, moet gewaarborgd blijven en kine-zorg
die medisch niet of weinig doeltreffend is, wordt vermeden. Een sociaal plan
voor de kinesisten wordt op dit moment op punt gesteld. Kinesisten die uit het
beroep willen stappen, zullen een degelijke sociale begeleiding en een uitstapvergoeding
kunnen krijgen.
Ik zie deze veranderingen als een nieuw
begin voor de kinesitherapeutische zorg, waarbij de arts, de kinesist én
de patiënt samenwerken om de beste zorg te bekomen voor iedereen. Vanaf
vandaag, 1 mei, moet de kine-sector dan ook een gezonde sector worden. Want
enkel een gezonde sector heeft toekomstperspectief.
Waarom is een hervorming van de kinesitherapie
nodig?
Kinesitherapie: slachtoffer van haar
eigen succes
De kinesitherapie is slachtoffer geworden
van haar eigen succes. Wat bedoel ik daarmee? Ten eerste is het beroep van kinesitherapeut
een boeiend beroep: een beroep waarbij je mensen dag in dag uit kan helpen en
waarbij je de patiënten vooruitgang kan zien boeken. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat vele jonge mensen kiezen voor een beroep als kinesist. In
het verleden hebben te veel jongeren voor dit beroep gekozen waardoor er een
groot overaanbod ontstaan is. Ten tweede is de kinesitherapeutische zorg populair
bij mensen. Een kinesist zet zich individueel in voor zijn/haar patiënt
en deze patiënt voelt zich daar goed bij. Hij/zij wil dan ook graag teruggaan
bij andere aandoeningen, maar dat is niet altijd even zinvol.
De overheid draagt hier schuld. Zij heeft te lang de zaken laten aanslepen.
Maatregelen om de instroom in het hoger en universitair onderwijs te beperken
zijn te lang uitgebleven. Vanaf 2005 zal het aantal kinesisten die werken voor
het Riziv beperkt worden tot 450 nieuwe kinesisten per jaar. Minister Aelvoet
en ikzelf zullen een nationaal examen invoeren om de 450 kinesisten per jaar
te selecteren.
Door het overaanbod, is het moeilijk
voor de kinesisten om hun boterham te verdienen. Dit wordt wel eens opgelost
door meer behandelingen te geven dan medisch noodzakelijk is. Dikwijls lijken
deze behandelingen positief voor de patiënt. Men is namelijk uitvoerig
met zijn/haar genezingsproces bezig en er is tijd voor sociaal contact.
Niet alleen de patiënt maar ook
de ziekteverzekering en dus de gezondheidszorg in het algemeen zijn uiteindelijk
niet gebaat met weinig doelmatige praktijken. Want als er teveel behandelingen
worden gegeven, rijzen de kosten de pan uit, en is er te weinig geld om die
mensen te helpen die het echt nodig hebben. Als minister van Sociale Zaken ben
ik verantwoordelijk voor het budget van de ziekteverzekering en dus moet ik
ervoor zorgen dat het geld zo goed mogelijk besteed wordt. Wat niet wil zeggen
dat ik de kinesisten in de steek laat. Het sociaal plan dat wordt uitgewerkt,
zal kinesisten een alternatief bieden als zij uit het beroep stappen.
Hoe pakken we die hervorming aan?
Een hervorming gericht op kwaliteit en
op goed gebruik van middelen
Wetenschappelijk ondersteuning
Waarom is iemand die lage rugpijn heeft,
niet gebaat met jarenlange kine? Het is een vraag die ik veel heb gehoord. Onze
beslissingen houden rekening met wetenschappelijk onderzoek, dat rond het nut
van kinesitherapie gedaan is. Kinesitherapie en geneeskunde in het algemeen
moeten zorgvuldig overwogen worden. We willen vermijden dat er kine-behandelingen
gegeven worden die niet strikt noodzakelijk zijn en niet altijd ondersteund
worden door wetenschappelijke inzichten. Een voorbeeld: het is geweten dat bij
heel wat acute aandoeningen van de spieren en de gewrichten technische massage
en elektrotherapie soms pijnstillend kunnen werken. Maar wanneer dit niet gepaard
gaat met oefentherapie en met informatie over preventie, dan zijn er vermoedelijk
weinig effecten te verwachten op langere termijn. Net zoals bijvoorbeeld voor
geneesmiddelen, mag men voor de kinesitherapie, terugbetaald door de ziekteverzekering,
ook verwachten dat er wetenschappelijk betrouwbare studies zijn die de doeltreffendheid
van de toegepaste technieken bewijzen.
Een minimale tijdsduur gegarandeerd
In de nieuwe nomenclatuur wordt bepaald
wat de minimale tijdsduur is die de kinesist bij elke zitting aan de patiënt
moet besteden. Dit zal ook van toepassing zijn in de rusthuizen, waar een minimum
tijdsbesteding toch mag verwacht worden om een goede kwaliteit te garanderen.
Concreet: de gemiddelde tijdsduur van een grote zitting in het kabinet van de
kinesist is 30 minuten, met steeds minstens 20 minuten persoonlijke betrokkenheid
van de kinesist.
Een financieel gezonde hervorming
Zoals ik in mijn beleidsnota Agenda
2002 voor verandering in de gezondheidszorg duidelijk heb gemaakt, hebben
alle zorgverstrekkers een grote verantwoordelijkheid. Een maatschappij die duldt
dat de betrokkenen in de gezondheidszorg (een arts, een ziekenhuisbeheerder,
een specialist, een kinesist) kunnen doen wat ze zelf goed vinden, zonder naar
het kostenplaatje te kijken, is een maatschappij die zichzelf voor de gek houdt.
Die gezondheidszorg zou namelijk niet betaalbaar zijn én zou belangrijker
nog, de gezondheid van de patiënt wel eens in het gedrang kunnen brengen.
Concreet betekent dit voor kinesitherapie dat behandelingen die noodzakelijk
zijn voor het herstel tegen het normale tarief zullen terugbetaald worden. Voor
de behandelingen die het noodzakelijke aantal overschrijden, moet de patiënt
zelf iets meer betalen.
De Maximumfactuur als waarborg: te veel
betaald, geld terug
Ik besef dat patiënten bang zijn
dat ze meer gaan moeten betalen voor geneeskundige verzorging en dat de sociale
bescherming aangetast wordt. Misschien denken ze dat mijn Agenda 2002 leidt
tot doorgedreven besparingen en het verminderen van terugbetalingen. Deze besparingen
gebeuren vooral op terreinen waar gebleken is dat er te veel werd uitgegeven
met weinig of geen resultaat.
Voor de patiënt die veel gezondheidskosten heeft, heb ik een extra bescherming
ingebouwd. Deze extra bescherming heet de Maximumfactuur.
De Maximumfactuur geeft de waarborg aan
èlk gezin dat het gezin niet meer dan een bepaald bedrag zal uitgeven
voor verzekerde en noodzakelijke gezondheidskosten. De hoogte van dat plafond
hangt af van het gezinsinkomen. Hoe lager het gezinsinkomen, hoe lager de drempel.
Wie bijvoorbeeld een netto belastbaar gezinsinkomen van minder dan 13.730 euro
netto per jaar heeft, moet ten hoogste 450 euro per jaar aan medisch noodzakelijke
gezondheidskosten betalen. Wie het plafond overschrijdt, krijgt de teveel betaalde
remgelden terug.
De gezondheidskosten, die in de Maximumfactuur
zijn opgenomen, zijn de wettelijk erkende remgelden en persoonlijke bijdragen
voor terugbetaalbare prestaties van huisartsen, specialisten, verpleegkundigen,
kinesisten en paramedici. Ook terugbetaalbare geneesmiddelen van categorie A
en B en bepaalde hospitalisatiekosten worden in de Maximumfactuur opgenomen.
Belangrijk hier is dat de kine-behandelingen, die terugbetaald worden door het
Riziv, meetellen in het hele kostenplaatje. Het volledige remgeld dat u betaalt
aan een geconventioneerde kinesitherapeut, wordt meegeteld in de Maximumfactuur.
Na 18 sessies voor courante aandoeningen en na 60 sessies voor aandoeningen
met functionele beperking, daalt de terugbetaling en is het tarief, dat de kinesitherapeut
vraagt, vrij. Maar zelfs dan blijft de Maximumfactuur ten dele werken. Want
nog iets meer dan de helft van het bedrag van het oorspronkelijke remgeld wordt
in de Maximumfactuur opgenomen.
Wat betekent die hervorming voor u?
Arts-kinesist-patiënt: een interactief
trio
Wat belangrijk is voor de kwaliteit van
de behandelingen is de samenwerking tussen arts, kinesist en patiënt. Zij
hebben elk een grote verantwoordelijkheid. De arts in het doorverwijzen van
de patiënt naar de kinesist en in het opvolgen van het dossier. De kinesist
in het bepalen van de manier waarop de kine-sessies ingevuld worden en in het
bijhouden van een dossier, dat alle informatie bevat over de evolutie van het
herstelproces. De patiënt als laatste heeft een eigen verantwoordelijkheid
in het leren van oefeningen waarmee hij zichzelf kan helpen. Op die manier hoeft
een kine-behandeling niet ten einde te zijn als de reeks afgelopen is. De patiënt
moet daarna zijn genezing verder zetten door de raad op te volgen van de kinesist
en zijn oefeningen thuis te doen. U, als patiënt, zal dus actief betrokken
worden bij uw genezing en dit op uw eigen niveau. Dit is kinesitherapie op maat
van de patiënt.
Hoeveel behandelingen voor welke aandoening:
een blik op de nieuwe nomenclatuur
Vanaf vandaag bestaat er een indeling
in drie categorieën van aandoeningen waaraan telkens een aantal normaal
terugbetaalde sessies vasthangen.
Courante (vaak voorkomende) aandoeningen
Voor courante aandoeningen, zoals een
geblokkeerde hals, lage rugpijn of een verstuikte enkel, krijgt de patiënt
in beginsel 9 kine-behandelingen voorgeschreven en terugbetaald, tenminste indien
de arts kinesitherapie noodzakelijk acht. Vaak is voor een aandoening als acute
lage rugpijn adequate pijnstilling en het advies om de activiteiten verder te
zetten (en dus niet platte rust te bewaren) voldoende. De arts kan ook minder
dan 9 sessies voorschrijven als hij verwacht dat het letsel vlug zal genezen.
Na die 9 zittingen moet de arts beslissen hoeveel sessies er nog nodig zijn.
18 beurten worden normaal terugbetaald als u een courante aandoening hebt. Na
18 zittingen vermindert de terugbetaling. Wanneer er tijdens die 18 zittingen
voldoende aandacht werd besteed aan het aanleren van oefeningen en aan preventieve
informatie, dan moet er in principe na die 18 zittingen een grote evolutie ingetreden
zijn.
Als later een ander courant ziekteprobleem
ontstaat waarvoor kinesitherapeutische zorg aangewezen is, kan de adviserend
geneesheer van het ziekenfonds per jaar nog maximaal 2 reeksen van 18 zittingen
toestaan. Voor verschillende courante aandoeningen zullen dus in totaal 54 zittingen
per jaar in aanmerking komen voor terugbetaling door de ziekteverzekering.
Deze maatregel geldt alleen voor de sector
van de ambulante kinesitherapie, met andere woorden wanneer de patiënt
zelf naar de kinesist gaat of wanneer de kinesist thuis komt. Voor patiënten
die in een instelling verblijven, een revalidatieprogramma volgen of aan een
zware aandoening lijden, blijft de terugbetaling van kinesitherapie hetzelfde.
Aandoeningen met functionele beperking
De F-lijst (een lijst met functionele beperkingen), is nieuw. Hij omvat aandoeningen
zoals postoperatieve aandoeningen na intensieve zorgen, psychomotorische ontwikkelingsstoornissen,
chronisch vermoeidheidssyndroom, enzovoort. Iemand die een dergelijke aandoening
heeft, kan tot maximum 60 zittingen met gewone terugbetaling krijgen. De arts
kan tot 30 zittingen voorschrijven in één keer. Na die 30 sessies
beslist de arts, op basis van de informatie van de kinesist over de evolutie,
hoeveel behandelingen er nog nodig zijn. Na 60 kine-beurten voor een dergelijke
aandoening vermindert de terugbetaling. Opnieuw geldt dit enkel voor de sector
van de ambulante kinesitherapie. In de toekomst zal deze F-lijst vermoedelijk
progressief enkele uitbreidingen kennen. De overlegorganen van de kinesisten
en mutualiteiten zullen zich hierover buigen.
Zware aandoeningen zoals mucoviscidose,
verlamming, en andere
De E-lijst is de lijst met zware aandoeningen zoals daar zijn allerlei soorten
verlamming, sequellen van zware brandwonden, amputaties, chronische ontsteking
van de gewrichten, spierziekte, mucoviscidose, enzovoort. Deze E-lijst bestond
reeds, maar er werd één aandoening aan toegevoegd, met name congenitaal
primair lymfoedeem. Voor aandoeningen op de E-lijst is er geen beperking van
het aantal zittingen. Ook hier moet de kinesist een verslag sturen naar de arts
en dit minstens éénmaal per jaar en bij verlenging van het voorschrift.
Zwangerschap
Perinatale kinesitherapie, dit is de
kine die gegeven worden tijdens en na een zwangerschap, wordt beperkt tot maximaal
9 zittingen. Er is geen overtuigend wetenschappelijk onderzoek dat aantoont
dat deze kinesitherapie strikt nodig is, behalve bij zwangere vrouwen met bepaalde
aandoeningen. Dit wil uiteraard niet zeggen de kinesist geen aanvullende rol
kan vervullen. Samen met de huisarts, gynaecoloog en vroedvrouw, kan hij informatie
verstrekken over de voorbereiding op de bevalling.
Positieve noot of harde noot om te kraken?
Met deze brief wil ik u op de hoogte
stellen van de hervormingen in een sector die u aanbelangt. Ik wil de waarheid
niet verbloemen. Er zullen soms minder sessies terugbetaald worden. Maar ik
hoop dat u begrepen hebt uit mijn verhaal waarom dit gebeurt. Ik ben bezorgd
om de gezondheidszorg, om de kwaliteit en de betaalbaarheid ervan. Als wij,
de betrokkenen in de kine-sector, nu onze verantwoordelijkheid opnemen en elke
frank twee keer omdraaien, dan kan ik u recht in de ogen kijken want dan weet
ik dat de mensen die het echt nodig hebben, verzorgd kunnen worden zonder daarvoor
een boterham minder te moeten eten.
Deze hervorming betekent een nieuwe start
voor de kine-sector. Maar het verhaal is nog niet af. Onderhandelingen zullen
verder gevoerd worden en verbeteringen zullen aangebracht worden in de nomenclatuur,
zodat wie echt kine-zorg nodig heeft, die blijvend kan krijgen. En zodat kinesitherapeuten,
die waardevol werk doen, dit kunnen blijven doen. Hun rol moet namelijk aangepast
worden aan de behoeften van de samenleving.
Uit de brieven en mails die ik van u
heb ontvangen, heb ik begrepen dat de hervorming in de kine-sector moeilijk
verteerd raakt. Ik heb daar begrip voor en heb uw woorden met veel aandacht
gelezen. De patiënt mag namelijk niet vergeten worden in het verhaal. Ik
denk dat ik dat niet doe. De patiënt in mijn verhaal is een patiënt
die de juiste zorg krijgt op de juiste plaats. Het is een patiënt die zelf
verantwoordelijkheid opneemt om mee zijn genezingsproces tot een goed einde
te brengen. Het is een patiënt die sociaal beschermd wordt, door de Maximumfactuur.
Het is een patiënt die zal genieten van een gezonde kine-zorg in een gezonde
kine-sector.
Brief van Frank Vandenbroucke aan de
burger:
Aanpassingen in de kinesitherapie
Bijlage 3: E-pathologielijst
1° uitgebreide perifere verlamming
: monoplegie, syndroom van Guillain Barré;
2° evolutieve aandoeningen van het
centrale zenuwstelsel met een uitgebreid motorisch gebrek zoals bij voorbeeld
multiple sclerose, de ziekte van Parkinson en de amyotrofische laterale sclerose
...;
3° uitgebreide motorische sequellen
van encefale of medullaire oorsprong (bijvoorbeeld: hersenverlamming Cerebral
Palsy, hemiplegie, spina bifida, cerebellair syndroom, ...);
4° sequellen van zware brandwonden
ter hoogte van de ledematen en/of de hals tijdens de evolutieve fase;
5° agenesie van een lidmaat voor
een rechthebbende jonger dan 18 jaar; globaal functioneel verlies van een lidmaat
voor amputatie of door posttraumatische sequellen tijdens de evolutieve periode;
6° spits- en klompvoet, bij een kind
jonger dan 2 jaar;
7° gewrichtsdysfunctie ten gevolge
van hemofilie of artrogrypose, ziekte van Ehlers Danlos, osteogenesis imperfecta
van het type III en IV, evolutieve scoliose met een kromming van minstens 15°
(of hoek van Cobb) bij jongeren onder de 18 jaar;
8° chronische inflammatoire polyartritis
met karakteristieke erosies bij het radiologisch onderzoek en binnen een periode
van 6 maanden die elke aanvraag voorafgaat, een dosering van C-reactieve proteïne
gelijk aan of hoger dan 3 mg per dl;
9° myopathieën: de progressieve
erfelijke musculaire dystrofieën, de myotonia congenita van Thomsen en
de auto-immune polymyositis;
10° a) mucoviscidose of geobjectiveerde
primaire bronchiale ciliaire dyskinesie;
b) geobjectiveerde hyperproductieve
bronchiectasieën;
c) irreversibele chronische obstructieve
of restrictieve longaandoeningen met maximum MAMV-waarden van minder dan of
gelijk aan 60 %, opgemeten in een tussenperiode van minstens één
maand; bij een kind jonger dan 7 jaar kan de irreversibele ademhalingsinsufficiëntie
worden vastgesteld op basis van een gemotiveerd verslag van de behandelende
arts;
d) recidiverende pulmonaire infecties
bij bewezen ernstige immunodepressie;
e) broncho-pulmonaire dysplasie met
zuurstofafhankelijkheid gedurende meer dan 28 dagen. De met redenen omklede
aanvraag van de behandelende kinderarts moet met name het verslag over de opneming
in een dienst N omvatten;
11° lymfoedeem van een lidmaat hetzij
postradiotherapeutisch, hetzij na een radicale klieruitruiming;
Brief van Frank Vandenbroucke aan de
burger:
Aanpassingen in de kinesitherapie
Bijlage 2: F-lijst (lijst met aandoeningen
met functionele beperking)
a) Posttraumatische of postoperatieve
aandoening die langere kinesitherapie vereist. Situaties waarin verstrekkingen
uit artikel 14 k) (orthopedie), I (heelkundige verstrekkingen) en III zijn aangerekend
en waarin de som van die verstrekkingen overeenkomt met een waarde van N 200
of meer;
b) Situaties waarbij de verstrekkingen 211046, 211142, 212225, 213021, 213043
en 214045 (artikel 13, § 1 van de nomenclatuur (reanimatie)) werden aangerekend
bij rechthebbenden die opgenomen zijn geweest in een ziekenhuis;
c) Situaties waarbij de rechthebbenden opgenomen zijn geweest in een eenheid
die erkend is voor de functie intensieve zorg (code 49) op basis van het koninklijk
besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie
intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend, of in een dienst N voor vroeggeborenen
en zwakke pasgeborenen (code 27);
d) Ademhalingsinsufficiëntie :
1. bij kinderen onder 16 jaar met tracheo-, laryngo- en bronchomalacie of recidiverende
lage luchtweginfecties minstens initieel aangetoond door medische beeldvorming;
2. bij rechthebbenden die voldoen aan de criteria van de typerevalidatie-overeenkomst
inzake langdurige zuurstoftherapie thuis of bij thuisbeademing;
e) Neuropathie met motorisch deficit en invalidering als gevolg :
Het motorisch deficit wordt gekwantificeerd door een gestandaardiseerde muscle
testing waarbij volgens de classificatie van de Medical Research
Council een score van 3 of lager wordt geobjectiveerd. Een specialistisch
consult en de nodige diagnostische onderzoeken waaronder neurofysiologische
testen hebben voorafgaand plaatsgevonden. In geval in het medisch verslag de
oorzaak van de neuropathie en klinisch beeld duidelijk zijn, inzonderheid voor
diabetes, kan de behandeling aangevat worden zonder verdere neurofysiologische
investigatie. Het hierboven vermelde medisch verslag moet in het dossier bewaard
worden;
f) Situaties die een gangrevalidatie noodzakelijk maken :
Voor ouderen boven 70 jaar, met persisterende fragiliteit, te objectiveren door
de behandelend geneesheer en kinesitherapeut aan de hand van de volgende kenmerken
:
- recidiverend vallen of aanwezigheid van een osteoporotische fractuur in combinatie
met twee van de volgende testresultaten;
- gestoorde gang of inspanningscapaciteit, te documenteren door een 6 minuten
looptest met een loopafstand kleiner dan 350 meter;
- afgenomen spierkracht te documenteren door een knijpkracht kleiner dan 40
kP in de dominante hand;
- gestoorde gang en evenwicht, te documenteren door een Tinetti test met een
score kleiner dan 20/28.
De objectivering gebeurt met een uitgebreid bilan met medisch en kinesitherapeutisch
verslag, ondertekend door de geneesheer en de kinesitherapeut. Dit bilan omvat
ondermeer de indicatie voor de oefeningen; beschrijving van de locomotorische
toestand aan de hand van hoger beschreven testen, opgave van de co-morbiditeit
en van het medicatiegebruik, motivatie van de oudere en de gedetailleerde beschrijving
van het oefenprogramma.
g) Psychomotorische ontwikkelingsstoornissen :
1. bij kinderen onder 16 jaar, na specialistisch (neuro)pediatrisch advies en
behandelingsvoorstel, en met een significant zwakkere score op een genormeerde
gestandaardiseerde test;
2. bij kinderen tot en met 18 maanden met klinisch duidelijke ontwikkelingsstoornissen
vastgesteld door middel van evaluatie in een gespecialiseerde multidisciplinaire
equipe.
h) Chronisch vermoeidheidssyndroom/fibromyalgie :
1. voor patiënten lijdend aan het chronisch vermoeidheidssyndroom, indien
tijdens of na de tenlastenneming in een revalidatieprogramma verdere graduele
oefentherapie als zinvol wordt beoordeeld door de multidisciplinaire equipe
van het referentiecentrum voor patiënten lijdend aan het Chronische vermoeidheidssyndroom.
2. voor patiënten lijdend aan fibromyalgie, indien een kinesitherapeutisch
oefenprogramma deel uitmaakt van het behandelingsplan zoals opgesteld door de
multidisciplinaire equipe van een referentiecentrum voor de tenlastenneming
van patiënten met chronische pijn. Als overgangsmaatregel en totdat er
referentiecentra voor chronische pijn functioneren kunnen multidisciplinaire
pijncentra de rol van de referentiecentra voor chronische pijn overnemen.
De aard en de frequentie van het oefenprogramma is in overeenstemming met het
concept zoals gestipuleerd in het behandelingsplan overeengekomen tussen de
huisarts en de multidisciplinaire equipe van het referentiecentrum.