Mijn vriend, mijn vijand.

Elke morgen maakt hij me trouw wakker om dan vervolgens de ganse dag aan mijn zijde te staan.
Af en toe geeft hij me een zachte por als om te zeggen:
"Ik ben hier nog. Jij ook?"
Hij duwt me zacht de zetel in als ik weer te veel wil doen.
Als een trouwe hond volgt hij me steeds, gaat overal met me mee.
`s Avonds slaat hij zijn armen om me heen en fluistert zacht:
"Ik blijf de ganse nacht, en morgen wek ik je weer."
Elke morgen weer wekt hij me brutaal. Als een nijdige wekker aan de andere kant an de kamer drijft hij me mijn bed uit.
Hij hangt de ganse dag aan mijn rokken als een vervelend kind.
Hij bijt me venijnig om mij niet te laten vergeten dat hij er nog is.
Hij laat me geen minuut alleen, gunt me geen seconde rust.
Als ik geen rekening met hem hou, dan bijt en slaat en schopt hij me.
`s Avonds in bed dwingt hij me naar hem te luisteren. Ongegeneerd houdt hij me wakker en laat het mij nooit vergeten:
"Morgen ben ik er weer!"
Adelheid Bekaert