De International Association for the Study of Pain definieert pijn als “een
onaangename echte pijngewaarwording” of emotioneel gevoel als gevolg van een
reële of potentiële “weefselbeschadiging”.
Chronische pijn wordt aangeduid als pijn die onbeperkt aanhoudt en die langer
duurt dan de gewone duur van de acute ziekte (3-6 maand na het initieel letsel).
Ernstig chronisch pijn veroorzaakt door kanker of zijn behandeling of door niet-maligne
oorzaken(gevolg van een reeks aandoeningen, stoornissen en syndromen) gaat gepaard
met een slechte fysieke en psychologische gezondheidstoestand. De patiënten
vertonen vaak eetstoornissen en kunnen lijden aan gewichtsverlies, een verminderde
activiteit en ernstige slaapstoornissen. Onder de nefaste psychosociale effecten
weerhoudt men depressie, schrik, angst, relatieproblemen en financiële en professionele
problemen. Chronische pijn veroorzaakt niet alleen een ongelooflijk lijden voor
miljoenen patiënten ter wereld, maar tast ook de economische en sociale structuur
van onze samenleving aan.
Momenteel beschikt men nog niet over volledig cijfermateriaal op Europees niveau
om de frequentie van optreden van chronische pijn te bepalen.
Op basis van een steekproef van de bevolking, werd de incidentie van chronische
pijn geschat op ca. 40% in Zweden(*1), Denemarken(*2),
en het Verenigd Koninkrijk(*3).
Een Amerikaanse studie toont aan die chronische pijn de samenleving meer kost
dan hartziekten en kanker tezamen(*4).
Dezelfde studie vermeldt dat 37% van de individuen met chronische pijn beperkt
zijn in hun mogelijkheden om zich te verplaatsen of te bewegen: 16% heeft moeilijkheden
om zich te buigen of een last op te heffen en 6% vertoont moeilijkheden om hun
huis te verlaten. De impact van chronische pijn mag dan niet alleen bekeken
worden vanuit een economisch standpunt.
Chronische pijn heeft ook een belangrijke, negatieve impact op de levenskwaliteit
van de miljoenen personen die eraan lijden. Zonder de juiste behandeling, zijn
deze individuen dikwijls niet in staat om te werken of zelfs de meeste eenvoudige
taken uit te voeren. Als gevolg hiervan, lijden ze vaak niet alleen fysisch
maar ook aan andere problemen zoals depressie en interpersoonlijke stress.
De belangrijkste oorzaak voor chronische pijn is wellicht het syndroom van
therapeutisch falen bij rugpijn, een generische term die de pijn beschrijft
die blijft bestaan ondanks vele interventies ter hoogte van de wervelkolom of
andere ingrepen die tot doel hebben de pijn ter hoogte van de rug of de onderste
ledematen te verminderen. Dit syndroom wordt veroorzaakt door letsels aan de
wervelkolomstructuur. Chronische rugpijn verstoort het leven van tenminste 14%
van de volwassen bevolking(*5).
Angina is een andere bijzondere frequente vorm van chronische pijn. Angina
is een uitstralende pijn die vaak gepaard gaat met plaatselijke bloedeloosheid
van de hartspier. Uitstralende pijn is pijn die niet in het hart zelf gevoeld
wordt, maar in vb. de borst, de kin of de arm. Bij bepaalde individuen wordt
de pijn zo ernstig dat de persoon niet meer in staat is om zijn normale activiteit
uit te voeren.
Perifeer vasculair lijden is ook een belangrijke oorzaak van chronische
pijn. Patiënten met perifeer vaatlijden vertonen typische circulatiestoornissen
ter hoogte van de ledematen. In de beginstadia leidt dit tot claudicatio(door
slechte bloeddoorstroming in de benen krijgt men pijn en moet men stoppen met
stappen, dat noemt men etalagebenen) en in gevorderde fasen tot ischemische
pijn in rust, wonden en afsterven van weefsel. Het is vaak noodzakelijk om bij
deze patiënten een amputatie uit te voeren, wat hun levenskwaliteit in belangrijke
mate vermindert en uiterst dure prothesen en verzorging noodzakelijk maakt.
Perifeer vaatlijden is frequent bij bejaarden.
Tenslotte is kanker een andere belangrijke oorzaak van chronische pijn.
Jaarlijks worden ongeveer 7 miljoen nieuwe gevallen van kanker gediagnosticeerd(*6).
De kankerpijn ontstaat in het kankergezwel zelf dat lijdt tot aantasting van
het bot, de zenuwen, de organen of andere structuren. Bepaalde vormen van kankerpijn
kunnen ook het gevolg zijn van de kankerbehandeling, zoals de nevenwerkingen
van chemotherapie of radiotherapie. Men stelde vast dat 70-80% van de patiënten
onder een actieve anti-neoplastische(tegen nieuwe aangroei van tumoren) behandeling,
pijn hebben.(*7)
Chronische pijn wordt veroorzaakt en onderhouden door een ganse reeks factoren, waaronder er een uitgebreid spectrum van behandelingen bestaat waaronder medicatie, revalidatietherapie, nerveuze blokkage, gedragstherapieën, corrigerende chirurgie en implanteerbare systemen. Het succes van de behandeling hangt af van volgende 4 factoren:
De behandeling moet per individu bekeken worden onafhankelijk van de specifieke
noden van de patiënt. Pijnverlichting kan bekomen worden door fysiotherapie,
nonopioïden (pijnstiller niet familie van opium) en analgetica (pijnstilling-pijnstillers).
Een studie wees uit dat 21% van de patiënten met rugpijn niet reageren op de
opioïden en slechts 17% vermelde goede resultaten op lange termijn(*7).
De analgesie (pijnstilling) door neuronstimulatie werkt door het blokkeren van
de transmissie van pijnsignalen naar de hersenen, door de zenuwen te stimuleren
met lage elektrische impulsen. De neuronstimulatie is een behandeling van dit
type die efficiënt is om chronische pijn te verlichten en laat ook toe het gebruik
van analgetica te verminderen(*8) en de levenskwaliteit
te verbeteren(*9).
Ondanks de hoge initiële kosten, bleek de neuronstimulatie de directe medische
en sociale kost te reduceren door een reductie van de vraag naar medische verzorging.
De intrathecale (in het ruggenmerg) analgesie is een andere behandeling. De
intrathecale toediening van het geneesmiddel bestaat uit het rechtstreeks afleveren
van kleine dosissen geneesmiddel ter hoogte van de pijnreceptoren in het ruggenmerg.
Hierdoor kan de hoeveelheid opioïden die noodzakelijk zijn om de pijn efficiënt
te verlichten, verminderd worden. Ondanks de goede resultaten met de intrathecale
behandeling, maken velen zich ongerust over het risico op verslaving, op gewenning
en op respiratoire(ademhalingsonderdrukking) depressie alsook over neveneffecten.
Een studie van de American Academy of Pain Medicine toonde echter dat deze vrees
weinig gefundeerd is(*10). De behandeling
reduceert de inname van opioïden daar, door rechtstreekse toediening ter hoogte
van de receptoren, de dosis beduidend lager is dan verreist bij orale of intraveneuze
behandeling. Bijgevolg zijn ook de nevenwerkingen minder en blijkt de behandeling
ondanks de hoge initiële kosten rendabeler dan de andere toedienings methoden
van opioïden(*10)
Prof. Plaghkie,
Vice Precident EFIC België 1998
|
Brattberg, Thorslund, Wikman. The prevalence of pain in the general population. The results of a postal survey in a county of Sweden. Pain, 1989.
|
||
|
Anderson, Worm-Pedersen. The prevalence of persistent in a Danish population. Pain 1987.
|
||
|
Latham & Davis, The Socio-ecomomic impact of Pain. Disability and Rehabilitation, 1994
|
||
|
Thompson, Chronic Pain, Canadian Journal of Anaesthetics, 1997
|
||
|
Leitmann, Binns, Unni, National pain survey. New York: Louis, Harris and Associates, 1994
|
||
|
Parkin. Estimates of the world wide frequency of sixteen mayor cancers. International journal of cancers, 1998
|
||
|
Bookbinder. Implementing national standards for cancer pain managements: program model and evaluationjournal of pain and sympton mamagement, 1996
|
||
|
Kupers, Spinal Cord Stimulation in Belgium: A Nation Wide Survey on the Incidence, Indications and Therapeutic Efficacy by the Health Insurer.
|
||
|
Horsch & Claeys, Epidural Spinal Cord Stimulation in the Treatment of Severe Peripheral Arterial Occlusive Disease. Annals of Vascular Surgery, 1994
|
||
|
American Academy of Pain Medicine, The Use of Opioids for the Treatment of Chronic Pain- A Consensus Statement. The Clinical Journal of Pain, 1997
|