Vaak gestelde vragen |
|||
De antwoorden op de vragen zijn louter ter informatie.Voor een deskundige uitleg richt men zich best tot een gespecialiseerde arts. |
|||
Deze eenvoudige woordzoeker
laat je toe een woord op te zoeken dat in de tekst op deze pagina
voorkomt
| |||
De vereniging is niet gericht op één doelgroep van chronische pijnpatiënten, maar iedereen, ongeacht welke soort van pijn is welkom in de vereniging.
In volgorde van grote is de aanwezigheid, volgens een opiniepeiling gehouden op de eerste bijeenkomst(1999) als volgt:
Rugpijn Zenuwpijn Artrose Darmklachten Fybromalagie-Psychomatische pijn Hemofilie-Nekpijn Spasmofilie-Parkinson-Zona-Gewrichtsreuma
Wij willen hier benadrukken dat wij geen dokters zijn en strikt medische vragen niet kunnen beantwoorden!
Wij willen lotgenoten en hun partner vooral informatie en ook wat ontspanning geven, hun in contact brengen met andere lotgenoten, maar bovenal willen we laten voelen dat je niet alleen bent. Wel is het onze taak ons in te zetten om waardevolle sprekers uit te zoeken en zoveel mogelijk nuttige informatie te verzamelen en door te geven.
Men spreekt van chronische pijn(een onaangename echte pijngewaarwording) als: pijn die onbeperkt aanhoudt, en die langer duurt dan de gewone duur van de acute ziekte, dit is 3-6 maand na het initieel letsel.
(volgens De International Association for the Study of Pain)
Indien je lid wil worden van de vereninging kan je best contactopnemen met een van onze contactpersonen, zij zullen je dan een infopakketje opsturen en eventueel het nodige doen om je lid te maken.
Niet leden zijn steeds welkom, mits betaling van 5 EURO per bijeenkomst.
Het jaarlijks lidgeld bedraagt:10 EURO. Hiervoor bieden we je samen met je begeleider 10 bijeenkomsten per jaar aan, een degelijk kwartaalblad van de vlaamse pijnliga met boordevol interessante info.
Na enig opzoekwerk kwamen we tot volgend resultaat
Een antwoord vindt men hier.
Een uitstekend verklaring van medische termen is hier te vinden.
Goede informatie is hier te vinden.
Een volledige bron aan info is hier te vinden.
Een goede beschrijving van deze ingreep is hier beschreven.
De typische kenmerken van fibromyalgie staan hier uitstekend beschreven.
14./ Ik zoek een beschrijving
van de geschiedenis en gebruik van acupunctuur.terug
naar de vragen
15./ Kan je me een site over
bekkeninstabiliteit doorgeven aub?
Een site met veel info en lotgenotencontact over bekkeninstabiliteit is te vinden op dit adres.terug naar de vragen
Dystonie letterlijk vertaald: Een stoornis in de spanning van een spier. De spierspanning is vaak te hoog en op andere momenten normaal. Anders gezegd "een wisselende spierspanning die variabel is van zeer kort tot enkele minuten aanhoudend". Vaak is er een verstoring van de samenwerking tussen spieren en spiergroepen. Het gevolg is dat er onwillekeurige bewegingen ontstaan, maar soms ook een langer durende abnormale stand van een lichaamsdeel. Zo'n onwillekeurige spierspanning komt meestal in één deel van het lichaam voor, zoals oogleden, nek of arm. Ook in aangrenzende ledenmaten, zoals nek en arm, oogleden en kaak of door het gehele lichaam [zie vormen van dystonie] kan de spierspanning voorkomen. Vaak wordt dystonie nog aangezien voor een andere aandoening zoals stress, stijve nek, artritis, tennis elleboog, zenuwtrek of droge ogen.terug naar de vragen
Pijn- en koortswerende middelen vormen de grootste groep geneesmiddelen, die zonder recept gekocht worden. U kunt kiezen uit vele pijn- en koortswerende middelen.Veel middelen bestaan uit combinaties van werkzame stoffen. Het nut hiervan is omstreden. Het combineren van stoffen verhoogt het aantal bijwerkingen terwijl met één stof in de juiste dosering, een goed effect kan worden verkregen. Paracetamol is pijnstillend en koortswerend. Belangrijk is een goede dosering. Veel mensen die zeggen dat het 'niet helpt' en dat ze iets sterkers nodig hebben, hebben in feite een te lage dosis genomen. Volwassenen kunnen met twee tabletten van 500 mg tegelijk beginnen en daarna zonodig om de 6 uur nog een tablet innemen. Soms wordt aa paracetamol coffeïne toegevoegd omdat het de werking zou versterken. Vaak werkt een goede dosering, zoals hiervoor is aangegeven, beter dan het toevoegen van coffeïne. Acetylsalicylzuur heeft naast een pijnstillende en koortswerende werking ook nog een ontstekingsremmende werking. Zowel paracetamol als acetylsalicylzuur zijn goede pijnstillers, maar acetylsalicylzuur geeft meer bijwerkingen (zoals maagklachten en bloedverdunning) dan paracetamol. Paracetamol verdient daarom de voorkeur, het is verkrijgbaar als tablet, capsule, drank of zetpil. Naast paracetamol en acetylsalicylzuur zijn ook pijnstillers verkrijgbaar met naproxen of met ibuprofen. Deze middelen zijn, zeker in de dosering van 400mg ibuprofen, sterker werkzaam dan paracetamol. Naproxen en ibuprofen hebben daarentegen veel meer bijwerking, vooral de maagklachten zijn berucht. Bovendien kunnen deze pijnstillers niet zo maar gebruikt worden in combinatie met andere medicijnen (bijvoorbeeld hartmiddelen of 'bloedverdunners') of bij bepaalde ziektes (bijvoorbeeld CARA). Laat u daarom voordat u een dergelijk middel gaat gebruiken, goed informeren of deze middelen voor u geschikt zijn.terug naar de vragen
In de meeste gevallen geneest een whiplash spontaan; bij ongeveer vijftig procent van de mensen gaat het binnen drie maanden vanzelf over. Zeventig procent is binnen een jaar hersteld. De dertig procent die overblijft, herstelt niet goed en wordt in het jaar daarna meestal met allerlei therapieën behandeld. In ruim de helft van deze gevallen komt het dan alsnog goed. Bij ongeveer tien procent van de slachtoffers blijven de klachten bestaan.
SPREEKUUR THUIS biedt u aktuele informatie over ziekte en gezondheid, verzorgt door deskundige auteurs. In voor iedereen begrijpelijke taal worden de belangrijkste aspecten van een ziekte, de verschijnselen, oorzaken, onderzoek- en behandelings methode besproken.SPREEKUUR THUIS is een uitgave van INMERC en is zowel in de boekhandel en op het internet beschikbaar.
Dat is eenvoudig uitgelegd. "Ortho" betekent "goede" en "moleculair" is een ander woord voor "molecuul". Dus orthomoleculaire geneeskunde betekent geneeskunde met goede moleculen, dus: genezing m.b.v. vitamines, mineralen, aminozuren, enzymen en spoorelementen. Orthomoleculaire geneeskunde is een geneeskunde waarbij geprobeerd wordt het lichaam te ondersteunen zich zelf te genezen. http://www.pilliewillie.nl
Candida schimmels heeft iedereen in zijn darmen, maar het mogen er niet te veel worden. Als er te veel zijn spreekt men van een Candida infectie. Een Candida infectie kan heel veel klachten veroorzaken, van moeheid tot en met psychische problemen, maar het kan, indirect, ook dodelijk zijn. http://www.pilliewillie.nl
Melatonine is een slaaphormoon dat 's nachts door de pijnappelklier wordt gemaakt. Naarmate we ouder worden maken we steeds minder melatonine. Dit kan vooral bij ouderen slapeloosheid veroorzaken. Melatonine suppletie kan gebruikt worden om slapeloosheid te voorkomen, maar kan ook (zelfs bij goede slapers) de kwaliteit van de slaap sterk verbeteren. Melatonine is echter niet alleen maar een natuurlijk slaapmiddel, maar ook een zeer krachtige anti-oxidant. Het beschermt ons tegen kanker en vertraagt het verouderingsproces. http://www.pilliewillie.nl
De rugge- en halswervels bestaan o.a. uit de kleine zogenaamde facetgewrichtjes. Dit zijn kleine gewrichtjes aan de wervellichamen, waarlangs enkele zenuwbanen lopen. Soms liggen deze gewrichtjes niet meer mooi evenwijdig tegen elkaar (bijvoorbeeld door een ongeval, slijtage of een ontsteking). Dan raken ze in de knel en veroorzaken ze pijn. Een facetdenervatie kan deze pijnklachten verminderen. Hierbij wordt de pijngeleiding in de zenuwtakjes onderbroken, met behulp van zeer hoog-frequente stroom, die plaatselijk warmte opwekt. Afhankelijk van de plaats van de klachten gebeurt dit: in de rug (lumbaal ) of in de nek (cervicaal)
Een proefblokkade is bedoeld om te zien, of door het inspuiten van een plaatselijke verdoving de pijn verdwijnt. Een proefblokkade wordt vaak gebruikt om te zien of een later uit te voeren definitieve ingreep kans van slagen heeft. Soms wordt een proefblokkade uitgevoerd om tot een diagnose te kunnen komen, hiervoor bent u dan meestal door de neuroloog of neurochirurg doorverwezen. Het gaat er om dat u na de behandeling gedurende de komende uren oplet wat er met uw pijn gebeurt. Als de proefblokkade de pijn laat verdwijnen dan spreken we van een positief resultaat. Het kan ook zijn dat er geen enkel, of maar een gering, effect is op de pijn; ook dit is belangrijk om te weten. Soms worden er na een proefblokkade nog een of meer proefblokkades gedaan.
De cryolaesie is een behandeling waarbij in een zenuw de pijngeleiding uitgeschakeld wordt door middel van bevriezing. De behandeling gebeurt bijvoorbeeld bij pijn aan het stuitje, pijn aan de romp, maar ook andere plaatsen komen voor deze behandeling in aanmerking. De koude wordt opgewekt door in een dun buisje, een soort dikke naald, cryosonde genaamd, koolzuurgas te laten stromen. Door de uitzetting van het koolzuurgas onstaat aan het uiteinde van de sonde een zeer lage temperatuur, waarmee de bevriezing kan worden uitgevoerd. Het koolzuurgas hoort u tijdens de behandeling stromen, het maakt een sissend geluid. De complicaties van de cryolaesie op zich zijn gering. Na de ingreep kan er soms een klein beetje bloed nalekken uit het steekgaatje van de behandeling. Bij tekenen van infectie (roodheid, pijn en zwelling, soms gepaard gaande met koorts) dient u terug contact op te nemen met de behandelende arts.
De chordotomie is een behandeling voor pijn, waarbij de pijngeleidende zenuwbaan wordt onderbroken in het ruggemerg. De behandeling wordt alleen uitgevoerd als de pijn zich aan één zijde van het lichaam bevindt. De onderbreking vindt plaats aan de tegenovergestelde kant van de pijn, juist onder het oor. De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving omdat uw medewerking nodig is, om aan te geven of de onderbreking van de zenuwbanen voor het goede gebied plaats vindt. De chordotomie vindt alleen plaats voor pijn bij kwaadaardige aandoeningen. Na de chordotomie is het gevoel voor pijn in het behandelde gebied verdwenen, maar ook het gevoel voor warmte en koude; hier moet u rekening mee houden bij het aanraken van warme voorwerpen, zodat u zich niet ongemerkt brandt! De bewegingszenuwen blijven intact, er treden dus geen verlammingen op!
Stereotaxie is een methode om een bepaalde plek binnen de hersenen te bepalen. Deze methode wordt vooral gebruikt om processen of gebieden in de hersenen te bereiken die zo diep liggen dat het onverantwoord is om door middel van een grote operatie door het omliggende kwetsbare hersenweefsel heen te dringen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een driedimensionaal coördinatenstelsel (met een X-, Y- en Z-as) dat voorafgaand aan een operatie door middel van een frame over het schedeldak van de patiënt wordt aangebracht. Op deze wijze is de schedel van de patiënt binnen een drie-assig stelsel geplaatst, waardoor het mogelijk is om elke denkbare positie binnen in de hersenen te definiëren met een X-coördinaat, een Y-coördinaat en een Z-coördinaat. Doordat op de assen een speciale markering is aangebracht is het mogelijk om van de schedel en de hersenen van de patiënt een CT-scan of een MRI-scan te vervaardigen, waarop vervolgens de X-, de Y- en de Z-waarden kunnen worden afgelezen. Daardoor wordt het mogelijk om de (meetkundige) positie van een specifiek gebied binnen de hersenen, of van een diepgelegen hersenafwijking (cyste, tumor, etc.) te berekenen.
Burnout: Ben je vaak helemaal leeg? Heb je bijna nergens zin in? Ben je snel geprikkeld? Ben je meer gaan drinken, eten? Rust je niet uit van vakantie? Heb je regelmatig hoofdpijn? Vergeet je wel eens dingen? Heb je concentratieproblemen? Slaap je moeilijk in? Ben je vroeg wakker? Lig je vaak te piekeren? Kun je moeilijk genieten? Dit zijn de globale kenmerken van een burnout symptoom.
Met kracht wordt het hoofd in achterwaartse positie gebracht. Stukjes bot kunnen, door een scheurtje in de voorste lange band, van de nekwervels worden afgerukt. Doornuitsteeksels van de wervels kunnen breken. Tussenwervelschijven worden aan de achterkant samengedrukt en kunnen aan de voorzijde scheuren. Bloedvaten in de wervels worden opgerekt, dicht gedrukt of kunnen scheuren, waardoor de bloeddoorstroming naar de hersenen beklemd wordt
Pijn is een ingewikkeld verschijnsel. In het algemeen ontstaat pijn doordat zenuwen in een gebied van weefselbeschadiging signalen naar de hersenen (kleine elektrische stroompjes) vervoeren, alwaar men zich van pijn bewust kan worden. Een manier om dit soort pijn te bestrijden is dus om de zenuw die deze prikkels vervoert te onderbreken. Dit wordt zenuwblokkade genoemd. Hoewel dit op het eerste gezicht logisch lijkt, kan helaas niet alle pijn door zenuwblokkades behandeld worden. Zo kan men niet zomaar elke zenuw in het lichaam blokkeren, zonder ernstige bijwerkingen. Anderzijds zijn er soorten pijn die worden veroorzaakt door afwijkingen in hersenen en ruggenmerg. Hierbij spelen de verder naar buiten gelegen zenuwen geen rol; het heeft dan dus ook geen zin om deze te onderbreken. Voordat tot een zenuwblokkade wordt overgegaan wordt dan ook zo zorgvuldig mogelijk nagegaan waar de pijn vandaan komt. Meestal worden eerst proef-blokkades met een tijdelijk verdovende vloeistof (zoals ook de tandarts gebruikt) uitgevoerd. Heeft zo'n blokkade een goed effect, dan kan tot een meer definitieve verdoving overgegaan worden. Dit gebeurt meestal door de betreffende zenuw te verwarmen ("Radiofrequentie").
Het hoofd wordt naar voren en naar beneden geslingerd in een overbuiging. Wanneer het voorste deel van de wervels wordt samengedrukt kan er een wigvormige vervorming ontstaan. Tussenwervelschijven kunnen worden beschadigd en door uitstulping en zwelling de zenuwen irriteren.
Lumbago is een acute lendenpijn veroorzaakt door een bepaalde beweging of door het optillen van een last en gerelateerd aan een belangrijke spiercontractuur. Dit symptoom is zeer frequent aangezien 8 volwassenen op 10 in de loop van hun actief leven een episode van lumbago meemaken. Een lumbago geneest dikwijls in 3 tot 7 dagen, ongeacht de intensiteit van de initiële
Clusterhoofdpijn komt voornamelijk voor bij mannen. Het komt voor in aanvallen van ½ tot 3 uur, die enkele maken per dag kunnen optreden. Deze aanvallen treden vaak op gedurende bepaalde perioden (clusters). Buiten deze periode is de patiënt klachtenvrij. Tijdens een aanval is er een zeer hevige, borende pijn rondom of achter één oog. Vaak gaat de pijn gepaard met verschijnselen als een rood, tranend oog, verstopte neus of loopneus, zwetend voorhoofd, nauwe pupil, hangend ooglid, of gezwollen ooglid. De hoofdpijn is vaak zo hevig dat de patiënt drang krijgt om te lopen: soms slaat de patiënt letterlijk 'met zijn hoofd tegen de muur'. Aanvallen kunnen worden uitgelokt door het drinken van alcoholische dranken, of lage luchtdruk (vliegreizen). Een kleine groep patiënten heeft een chronische vorm, waarbij de aanvallen eigenlijk niet meer wegblijven.
Het woord spanningshoofdpijn is wat ongelukkig. Het suggereert dat de hoofdpijn door spanningen wordt veroorzaakt. Vroeger dacht men dit ook, maar tegenwoordig weet men dat dit niet altijd zo is. Spanningshoofdpijn is eigenlijk een soort verzamelnaam van verschillende vormen van hoofdpijn die niet op een andere manier geclassificeerd kunnen worden. In het algemeen wordt spanningshoofdpijn ingedeeld in een episodische (minder dan 15 dagen per maand) en een chronische (meer dan 15 dagen per maand) vorm, naar gelang de duur van de klachten.
Aangezichtspijn of 'trigeminusneuralgie' is een aandoening van de aangezichtszenuw ('nervus trigeminus') Klachten/ verschijnselen Patiënten met trigeminusneuralgie hebben last van zeer hevige, korte pijnscheuten op een bepaalde plaats in het aangezicht. Vaak zit dit aan de mondhoek of neusvleugel. Soms wordt het beschreven als elektrische schokken, soms als een steek met een gloeiende naald. De scheuten kunnen uitgelokt worden door kauwen, spreken, of slikken. Het is niet ongewoon dat trigeminusneuralgie leidt tot gewichtsverlies omdat de patiënt doodsbenauwd is om te eten. Ook kunnen er gevoelige plekken op het gezicht zijn, die bij zachte aanraking aanleiding tot pijnscheuten kunnen geven ('triggerpoints'). De pijnscheuten komen vaak in een periode voor, waarna zij een tijd wegblijven. Sommige mensen hebben maar enkele van dergelijke perioden in hun hele leven, sommigen hebben veel vaker last.
Angiografie Een van de eerste technieken werd bedacht door de Portugese neurochirurg Egaz Moniz (tevens diplomaat, operacomponist en Nobelprijswinnaar) die de bloedvaten in de schedel zichtbaar kon maken door ze te vullen met een stof die wel zichtbaar was op een Röntgenfoto. Door de vulling met jodiumhoudende contraststof die (zoals de kalk van bot) Röntgenstralen absorbeert, zien de bloedvaten er wit uit. De techniek van het afbeelden van bloedvaten noemt men angiografie. Tegenwoordig gebeurt angiografie door een soepel slangetje, een zogenaamde vaatcatheter, in de liesslagader in te brengen en op te voeren totdat de opening van de catheter voor de afgang of in het bloedvat ligt dat afgebeeld moet worden. Dan wordt een kleine hoeveelheid contrastvloeistof ingespoten waarna direct opnamen worden gemaakt. Deze worden in een computer opgeslagen nadat de computer er bewerkingen op heeft uitgevoerd waardoor alleen het contrast en dus de vaatboom nog zichtbaar is. Al het omgevende weefsel, vooral het bot, is bij de genoemde computerbewerking er als het ware van "afgetrokken"; de techniek heet dan ook Digitale Subtractie Angiografie (DSA).
Neuronavigatie betekent navigeren, ofwel de weg vinden, binnen het zenuwstelsel. Hierbij gaat het dan in de eerste plaats om de hersenen. Met behulp van de tegenwoordige scans (meestal MRI) kunnen zeer exacte afbeeldingen van het brein in drie richtingen worden verkregen. Je zou denken dat de anatomie voor de neurochirurg zo goed bekend is dat het weinig moeite kost om afwijkingen die op de MRI zichtbaar zijn vervolgens bij een operatie terug te vinden. In de praktijk valt dat echter tegen. Wanneer er sprake is van een proces dat ligt dichtbij een botrichel of een opening in de schedel is het niet zo moeilijk. Maar waar b.v. sprake is van een uitzaaiing die onder de oppervlakte ligt, zodat je aan de hersenen van buiten niets ziet, (en meestal is dat zo) kan het vinden hiervan erg moeilijk zijn. De kanteling van het horizontale vlak in de scan, dat evenwijdig hoort te lopen aan het vlak door de gehoorgang en het midden van de ogen, hoeft maar iets meer of minder te zijn en je plaatst het proces in gedachten al verder naar voren of naar achteren dan in werkelijkheid.
Onder een aneurysma in de hersenen wordt verstaan een uitstulping van de wand van een hersenslagader. Het aneurysma bevindt zich vrijwel altijd op de splitsing van twee slagaders, meestal aan de onderkant van de hersenen of hersenstam. Het kan het beste worden vergeleken met een fietsband waarbij er een gat in de buitenband zit en op die plaats de binnenband naar buiten puilt. Deze uitpuiling (of uitstulping) noemt men een aneurysma
Metastasen zijn uitzaaiingen van kwaadaardige gezwellen (tumoren) elders in het lichaam (de z.g. primaire tumor). Uitzaaiingen van primaire tumoren kunnen overal in het lichaam optreden (b.v. longen, lever, hersenen en wervelkolom), en kunnen het gevolg zijn van versleping van tumorcellen via de bloed- en/of lymfebaan. Als er sprake is van uitzaaiing naar het hersenweefsel, dan spreekt men van “hersenmetastasen”, bij uitzaaiing naar de wervelkolom van “wervelmetastasen”.
Een meningeoom is een gezwel (tumor) dat uitgaat van het hersenvlies. Dit betekent dat hij overal kan voorkomen waar zich hersenvlies bevindt: rond het hele centrale zenuwstelsel (dus ook rond het ruggenmerg) en tussen de hersendelen, waar het hersenvlies een tussenschot vormt. Het is een goedaardige tumor, die slechts heel zelden kwaadaardig kan ontaarden. De tumor is dus niet te vergelijken met een hersentumor die uit het hersenweefsel zelf voortkomt. De tumor komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, wat te maken heeft met de gevoeligheid ervan voor hormonen. Meestal ontstaat hij op middelbare leeftijd. Het is een langzaam groeiende tumor, zodat de verschijnselen vaak heel langzaam en sluipend ontstaan en pas echt duidelijk worden als "de druppel de emmer laat overlopen".
Een abces is een afgekapselde holte die bacteriën en dood weefselmateriaal bevat (pus). Een abces kan overal in het lichaam voorkomen, ook in de grote en kleine hersenen. Abcessen in het lichaam treden vooral op daar waar zich dode ruimtes bevinden bij een trage stofwisseling, zoals b.v. het geval is in haarzakjes. Een ziekte als diabetes (suikerziekte), vooral als deze niet goed is ingesteld, kan het ontstaan van een abces bevorderen. Ook een slechte hygiëne speelt een rol, zodat abcessen veel vaker in de minder ontwikkelde landen gezien worden.
Syringomyelie (syrinx = buis, myelon = ruggenmerg) is de term die gebruikt wordt om holtevorming in het ruggenmerg aan te geven. Het betreft een aandoening waarvan de ontstaanswijze ingewikkeld en niet volledig begrepen is. De behandeling kan tevens erg lastig zijn.
Het carpale-tunnelsyndroom is een klachtenpatroon veroorzaakt door een beknelling van de nervus medianus (de middelste armzenuw) in het verloop van de carpale tunnel. Dit is een nauw kanaal gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad tussen pink- en duimmuis aan het begin van de handpalm. In deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en de zenuw die de zachtste structuur is en daardoor het meest gevoelig is voor druk.
Onder ulnaris neuropathie of sulcus nervi ulnaris syndroom wordt een aandoening van een van de drie armzenuwen, de nervus ulnaris of elleboogzenuw, verstaan. Indien deze zenuw wordt geïrriteerd is dat meestal ter hoogte van zijn verloop in de elleboog. Daar loopt de nervus ulnaris aan de binnenzijde oppervlakkig en langs een benig uitsteeksel (bekend als het "telefoonbotje") en is daar kwetsbaar voor beschadiging. De aandoening wordt ook wel sulcus nervi ulnaris syndroom genoemd, naar de groeve waarin de elleboogzenuw verloopt.
Het betreft een aandoening waarbij de bloedvoorziening naar de kop van het dijbeenbot (de heup) gedurende enige tijd is gestopt. Het bot zal dan afsterven. Het dode bot wordt door het lichaam opgenomen (resorptiefase) en tegelijkertijd wordt het bot weer opgebouwd (herstelfase). In deze fases is het bot verzwakt en zal het kunnen inzakken, zodat de mooie ronde vorm van de heupkop verloren gaat (collapsfase).
Wat is hypermobiliteit (of hyperlaxiteit)? Hyperlaxiteit of hypermobiliteit is een (erfelijke) aanleg. Door veranderingen in het bindweefsel krijgen de gewrichtsbanden en het kapsel meer elastische eigenschappen. De banden zullen bij belasting niet strak opspannen maar juist wat meerekken. De gewrichten kunnen hierdoor verder dan normaal bewegen en vaak overstrekken. Het is dus een aanleg en geen aandoening. Net zo als bijvoorbeeld aanleg voor blauwe ogen of bruine ogen. Het komt in wisselende mate voor bij 4 tot 7% van de Nederlandse bevolking, afhankelijk van geslacht, leeftijd en ras.
Er bestaat wel degelijk een verschil in hypermobiliteit: nl. deze waarbij het bindweefsel "overmobiel" is waardoor de gewrichten kunnen overstrekken. Hierbij komen de gewrichten steeds terug op hun normale plaats terecht zonder schade. Bij HMS daarentegen gaat het over een erfelijke bindweefselaandoening. Het bindweefsel is verkeerd gebouwd waardoor het niet werkt en de spieren het werk moeten overnemen. Hierbij kan veel schade aan de gewrichten aangericht worden.
Ontstekingsreuma Dit zijn reumatische aandoeningen die gekenmerkt worden door langdurige gewrichtsontstekingen. Ongeveer 400.000 mensen hebben hiervan een chronische vorm. Eén van de meest voorkomende vormen is reumatoïde artritis (RA). RA is een zogenaamde auto-immuun ziekte. Dit betekent dat de afweercellen van het lichaam zich 'vergissen' en gezonde lichaamscellen aantasten. Bij reumatoïde artritis gebeurt dit bij de gewrichtskapsels. Deze raken geïrriteerd en ontstoken en uiteindelijk kunnen ook het kraakbeen en bot aangetast worden. Ook deze vorm van reuma kent een grillig verloop: periodes met relatief weinig klachten worden afgewisseld met periodes waarin de ontstekingen hevig oplaaien. Over het algemeen neemt de ernst van de aandoening geleidelijk toe. Reumatoïde artritis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en begint meestal tussen het veertigste en vijftigste levensjaar.
Wat is artrose? Artrose is een aandoening van de gewrichten, in het dagelijks leven ook wel slijtage genoemd. Gewrichten zorgen er voor dat je lichaam flexibel is, ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat je je armen en benen kunnen buigen en strekken. Een gewricht wordt meestal gevormd door twee botten. Om het uiteinde van dat bot heen ligt een gladde bekleding: het gewrichtskraakbeen. Artrose is een aandoening waarbij het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit gaat en op den duur zelfs geheel kan verdwijnen. De bot uiteinden komen dan tegen elkaar. Hierdoor kunnen er ook problemen ontstaan met het onderliggende bot. Als reactie op de verminderde kraakbeen bescherming gaat het bot zijn dragende oppervlak vergroten om de druk op het gewricht te verminderen. Het gewricht kan daardoor uitsteeksels vormen (osteofyten), dikker worden en misvormd raken. Hierdoor worden bewegingen pijnlijk en je krijgt de neiging om het gewricht steeds minder te gaan bewegen. Dit veroorzaakt weer dat je stijf wordt en dat je spieren slapper worden. Artrose wordt wel eens verward met osteoporose. Bij osteoporose worden de botten kalkarm en lopen de kans om te breken of, zoals bij een wervel, in te zakken.
" Artikel 1. Artikel 35, § 7, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingevoegd bij koninklijk besluit van 24 augustus 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 juni 1997 wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"§ 7. De verstrekkingen 683093 - 683104, 683115 - 683126, 683130 - 683141 en 683152 - 683163 worden onder de volgende voorwaarden vergoed :
1° de verzekeringstegemoetkoming mag pas worden verleend na de instemming van het College van geneesheren-directeurs.
Het College van geneesheren-directeurs stelt het bedrag van de verzekeringsvergoeding vast volgens het merk en type van het gebruikte materieel;
2° a) de inplanting van het materieel voorzien onder de nummers 683093 - 683104, 683115 - 683126, 683130 - 683141 en 683152 - 683163 moet geschieden met het oog op de behandeling, door intracerebrale stimulatie of door stimulatie van het ruggemerg of intrathecale toediening van morfine of van morfinomimetica, van langdurige neurogene pijnsyndromen uitgaande van het centraal zenuwstelsel, van het ruggemerg of van de zenuwwortels of na een traumatisch letsel van een perifere zenuw, die niet gereageerd hebben op de heelkundige en/of farmacotherapeutische behandeling;
b) de inplanting van het materieel voorzien onder de nummers 683093 - 683104, 683115 - 683126 en 683130 - 683141 moet geschieden met het oog op de behandeling van thrombangiitis obliterans waarbij de patiënt in rusttoestand ischemische pijnen heeft en/of beperkte trofische stoornissen vertoont en waarbij er geen indicatie is voor heelkundige of percutane revascularisatie of fibrinolyse;
3° a) de heelkundige ingreep bedoeld in 2°, a) moet worden verricht in een ziekenhuis, dat over een neurochirurgische dienst beschikt die effectief werkt onder de leiding van een geneesheer-specialist voor neurochirurgie en een permanente wachtdienst verzekert, waar betrokkene zich op elk moment kan aanbieden voor eventuele problemen met de <neurostimulator> of pomp.
De heelkundige ingreep bedoeld in 2°, b) moet worden verricht in een ziekenhuis dat over een dienst voor heelkunde (gespecialiseerd in de vaatheelkunde) beschikt die effectief werkt onder de leiding van een geneesheer-specialist voor heelkunde die de vaatheelkunde beoefent, en een permanente wachtdienst verzekert waar de betrokkene zich op elk moment kan aanbieden in geval van eventuele problemen met de <neurostimulator>;
b) de aanvraag om vergoeding van het materieel moet worden ingediend met een omstandig medisch verslag dat is opgemaakt en ondertekend door alle leden van de multidisciplinaire ploeg die verantwoordelijk is voor de inplanting en de behandeling, en die, voor de inplanting bedoeld in 2°, a), bestaat uit een neurochirurg, een neuroloog of een anesthesioloog en een neuropsychiater of een psychiater en, voor de inplanting bedoeld in 2°, b) ten minste bestaat uit een vaatchirurg en een internist en de implanterend geneesheer-specialist;
c) het verslag moet de volgende elementen omvatten :
1. de anamnese met vermelding van de reeds toegepaste behandelingen die zonder resultaat zijn gebleven;
2. - een diagnose, de aard van de letsels en het irreversibel karakter ervan voor de inplanting bedoeld in 2°, a);
- de diagnose waarin is vermeld dat het wel degelijk om een thrombangiitis obliterans gaat voor de inplanting bedoeld in 2°, b);
3. - de indicatie en de multidisciplinaire evaluatie met een psychologische en/of psychiatrische balans, uitgevoerd vóór de proeftherapie voor de inplanting bedoeld in 2°, a);
- de indicatie en de multidisciplinaire evaluatie alsook de resultaten van verschillende tests waaronder de doppler voor de inplanting bedoeld in 2°, b);
4. - de resultaten van een proeftherapie (voor de inplanting bedoeld in 2°, a) is dit stimulatie op het niveau van de hersenen of van het ruggemerg of intrathecale toediening van morfine of van morfinomimetica), uitgevoerd gedurende een tijdvak van ten minste vier weken, waarvan ten minste twee extra-muros bij de patiënt thuis;
- de evaluatie van die proeftherapie moet geschieden volgens gestandaardiseerde criteria en wordt beoordeeld in functie van de volgende elementen :
a) pijn;
b) medicatie;
c) activiteiten van het dagelijks leven;
d) levenskwaliteit.
De evaluatie moet tweemaal worden uitgevoerd met opgave van de data, een eerste maal vóór de proefstimulatie en een tweede maal op het einde van de 4de week.
De proefstimulatie kan als positief worden beschouwd wanneer gelijktijdig de volgende voorwaarden zijn vervuld :
- pijnvermindering van ten minste 50 pct.;
- duidelijke vermindering van de medicatie (reductie van de doses, terugvallen op een medicatie van het type mineure analgetica of wegvallen van de medicatie);
- significante verbetering van de scores voor "activiteiten van het dagelijks leven" en "levenskwaliteit";
- vergroting van de loopperimeter (enkel voor de inplanting bedoeld in 2°, b);
- verbetering en eventueel genezing van de trofische stoornissen (enkel voor de inplanting bedoeld in 2°, b).
Daartoe kan een formulier worden opgemaakt door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering op voorstel van het College van geneesheren-directeurs;
4° de algemene toestand van de patiënt mag geen contra-indicatie zijn voor de inplanting en evenmin voor een duurzaam gebruik;
5° voor de elektrode die voor de proefstimulatie wordt gebruikt en waarin is voorzien onder codenummer 683130 - 683141 mag een verzekeringstegemoetkoming worden verleend na de instemming van het College van geneesheren-directeurs die aan de vergoeding voorafgaat, voor zover :
- de resultaten van de proefstimulatie uitgevoerd gedurende ten minste 4 weken negatief zijn gebleken;
- en al de andere onder de vorengenoemde punten 2° en 3° vermelde vergoedingscriteria zijn gerealiseerd;
6° een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking 683093 - 683104 gedurende een tijdvak van twee jaar sluit een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking 683152 - 683163 uit en omgekeerd.
Die regel is eveneens van toepassing wanneer voor de morfinepomp verzekeringstegemoetkoming is verleend in het raam van artikel 25 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.".
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 februari 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN "
Een spreidvoet, een doorgezakte voet, een platvoet, een knikvoet en een holvoet zijn slechts enkele van de vele voetafwijkingen. Een waarneembare afwijking leidt tot een dergelijke diagnose.
Zo'n afwijking wordt als het ware apart bekeken en eventueel als zodanig behandeld. Zo is er bijvoorbeeld de knobbel bij het gewricht van de grote teen: de hallux valgus. Vrouwelijke patiënten melden nogal eens dat deze erfelijk zou zijn: moeder en grootmoeder hadden deze immers ook al. Hier geldt eveneens dat als de voet meer in samenhang met zijn functie wordt bekeken en begrepen en niet als een apart lichaamsdeel wordt beoordeeld deze klachten plotseling in een geheel ander daglicht komen te staan.
De Ziekte van Bechterew is tegenwoordig meer en meer bekend onder de benaming:
'Spondylitis Ankylosans', afgekort SA.
De naam komt uit het Grieks: ankylosis = stijfheid of fixatie van gewrichten, spondylos = wervelkolom.
Andere (verouderde) benamingen zijn: spondylitis ankylopoëtica, Ziekte van Pierre Marie - Struempell - von Bechterew, spondylitis rhizomelica. Omschrijving Het is een specifieke vorm van reuma waarbij ontsteking van de wervels gepaard gaat met verbening. Kenmerkend zijn o.a.
· perioden van ontstekingen (exacerbaties) en perioden betrekkelijk weinig ziekte-activiteit (remissies)
· meestal beiderzijdse sacro-iliitis: ontsteking tussen heiligbeen (sacrum) en darmbeen (lium); het heiligbeen wordt gevormd door de onderste ruggewervels die normaal met elkaar vergroeid zijn en zit als een wig tussen de twee darmbeenderen in
· pas wanneer ook de wervelkolom in het proces betrokken geraakt, spreekt men van spondylitis
· de progressieve verstijving van de wervelkolom door ankylosering van de kleine wervelgewrichtjes
· ringvormige verbening ter hoogte van de tussenwervelschijven
Bursitis : een ontstoken slijmbeurs, maar noem het gerust ook een paters-, vloerders- of kasseileggersknie.
Gewrichten, spieren en pezen moeten kunnen bewegen en dat moet, net als in een auto, gesmeerd kunnen verlopen. Over gans het lichaam verspreid zijn er zo'n 80 slijmbeursjes (bursae) die gevuld zijn met een slijmerige vloeistof. Als zo'n beursje geïrriteerd raakt of ontsteekt, kan het opzwellen, soms tot een spectaculaire omvang, en pijn veroorzaken.
De explosieve ontwikkeling van de arthroscopische chirurgie in het laatste decennium heeft ertoe geleid dat vandaag de meeste articulaire operaties op een minimaal invasieve manier kunnen gebeuren.Een belangrijke nieuwe stap in de ontwikkeling van arthroscopische lasersystemen. Laser principes. Het woord laser is een acroniem voor "light amplification by stimulated emission of radiation". Een chirurgische laser is een instrument dat snijdt, coaguleert en vaporiseert. In tegenstelling tot een bistouri of een arthroscopische schaar, waarbij een mechanische kracht wordt gebruikt om weefsel in te snijden, wordt door een laser energie (fotons) geleverd onder de vorm van een intense, coherente, gecollimeerde, monofrequente lichtstraal, die een thermisch effect veroorzaakt wannneer zij wordt geabsorbeerd door het targetweefsel. Dit thermisch effect kan zich voordoen onder de vorm van coagulatie, vaporisatie en "cutting" (eigenlijk een zeer smalle zone van vaporisatie).
De pijnpen werkt op kristallen, die bij het indrukken van de knop een afgepaste elektrische puls afgeven, waardoor het lichaamseigen, natuurlijke pijnbestrijding systeem wordt geactiveerd. De pijn verdwijnt veelal enkele minuten na behandeling, pijnleniging houdt uren aan, en de meeste patiënten hebben aan drie behandelingen per dag voldoende voor controle van de pijn. Er zijn geen bijwerkingen.
Fibromyalgie is een aandoening waarbij verschillende klachten tegelijkertijd voorkomen:
pijn in spieren pijn in bindweefsel pijn rondom gewrichten vermoeidheid stemmingswisselingen
Cauda equina is Latijn voor 'paardenstaart'. Het cauda equina syndroom (CES) is een vrij zeldzame neurologische aandoening, genoemd naar de bundel van de wortels van alle ruggemergzenuwen onder de eerste lendewervel.
Deze zenuwwortels waaieren uit als een paardenstaart. Door bijvoorbeeld een tumor of een hernia in de rug raken deze zenuwen bekneld, waardoor allerlei klachten (uitvalsverschijnselen) kunnen optreden.
Claudicatio intermittens of Etalagebenen Wat is het?
De aandoening etalagebenen ontleent haar naam aan het feit dat mensen tijdens het lopen steeds even stil blijven staan vanwege klachten in een been.
Om te verbloemen dat er iets aan de hand is, stopt men vaak bij een etalage. De medische term voor etalagebenen is claudicatio intermittens. In het spraakgebruik vaak afgekort tot claudicatie.
De naam zou afkomstig zijn van de Romeinse keizer Claudius die mank liep. Claudicatio betekent lam of mank, intermittens betekent met tussenpozen optredend.
Het Syndroom van Sjögren is een chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren. Ook in andere organen kunnen ontstekingen voorkomen.
De oorzaak van de ziekte is niet bekend. Er wordt aangenomen dat de ontstekingen worden veroorzaakt door een reactie van het afweersysteem tegen het eigen lichaam.
Het Syndroom van Sjögren wordt daarom een auto-immuunziekte genoemd.
Algoneurodystrofie (een andere naam voor Sudeckatrofie) is een abnormale reactie in een lidmaat (of deel ervan) die kan optreden na een dikwijls gering ongeval of operatie aan een lidmaat. Zeer zelden komt de ziekte spontaan. Alle weefsels en functies van het lidmaat kunnen aangetast worden, waardoor een moeilijk te behandelen pijn kan optreden. Meestal lijdt het tot een blijvende invaliditeit. Omdat vele medici nog niet op de hoogte zijn van het syndroom, is het voor de patiënt een hele lijdensweg voor de diagnose is gesteld en men een arts vindt die het syndroom kent. Een vroegtijdige diagnose is uiterst belangrijk om de restletsels te beperken en genezing te kunnen bekomen.
De ziekte van Duchenne is een aangeboren spierdystrofie, wat wil zeggen dat de spieren niet of onvoldoende functioneren. Dit slecht functioneren van de spieren wordt veroorzaakt door de (gedeeltelijke) afwezigheid van het eiwit dystrofine in de spiercelwand. Er is sprake van een verminderde spierkracht en meestal een opvallend gering uithoudingsvermogen. De ziekte is progressief van aard, hetgeen betekent dat de spierkracht steeds verder achteruitgaat. Vaak is rond het dertiende levensjaar een rolstoel noodzakelijk.
Een aantal meningitis veroorzakende bacteriën en virussen kunnen ook sepsis (bloedvergiftiging) veroorzaken. Sepsis kan alleenstaand of in combinatie met meningitis voorkomen. De NMS beperkt zich in haar informatie over sepsis tot sepsis veroorzaakt door de meningokok en sepsis door andere verwekkers in combinatie met meningitis.
Een posttraumatische dystrofie is een abnormale reactie op bijvoorbeeld een verwonding. 'Posttraumatisch' wil zeggen, dat de aandoening na een trauma (verwonding van buitenaf) optreedt. 'Dystrofie' betekent 'slechte voedingstoestand'. Posttraumatische dystrofie treedt meestal op in een extremiteit: een arm, been, hand of voet. Het aangedane lichaamsdeel is pijnlijk, stijf, gezwollen en verkleurd door een stoornis in het genezingsproces. De aandoening kan zich uitbreiden naar de schouder. Soms is het hoofd of de romp aangedaan, maar dat komt slechts zelden voor.
Een arbeidsongeschikte werknemer mag inderdaad, mits toestemming van de adviserende geneesheer, zijn arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor onbepaalde tijd cumuleren met een beperkte beroepsactiviteit. Daarbij is het van geen belang of het gaat om de voorheen als werknemer uitgeoefende beroepsactiviteit of om een andere activiteit.
Ook in het stelsel van de zelfstandigen is een 'begeleide werkhervatting' mogelijk. De arbeidsongeschikte zelfstandige kan dan, mits toestemming van de adviserende geneesheer, zijn uitkeringen behouden en toch een beroepsactiviteit hervatten. Dit kan gedurende ten hoogste 6 maanden indien hij een andere beroepsactiviteit hervat, hetzij als zelfstandige of helper, hetzij in een andere hoedanigheid Dit kan eveneens gedurende 6 maanden, maar verlengbaar tot hoogstens 18 maanden, indien hij dezelfde beroepsactiviteit gedeeltelijk hervat. Daarna dient de zelfstandige de hervatte bezigheid stop te zetten of zijn uitkeringen te laten vallen.
Dr.Marc Du Bois-06/2003
Kamer- en ereloonsupplementen zijn veelal de belangrijkste kosten ten laste van de patiënt. Deze kosten worden niet meegeteld in de maximumfactuur, die bepaalt dat de door een gezin betaalde remgelden in een kalenderjaar worden terugbetaald zodra ze een plafondbedrag, vastgesteld op basis van het gezinsinkomen, overschrijden. Voor de meeste geneeskundige verstrekkingen is de terugbetaling door het ziekenfonds dezelfde als het tarief dat overeengekomen is tussen de artsen en de ziekenfondsen. In een aantal gevallen ligt de terugbetaling door het ziekenfonds lager dan het tarief. Het deel dat je uit eigen zak betaalt is het remgeld, of het persoonlijk aandeel. Het gedeelte dat je boven op het tarief wordt aangerekend, is een ereloonsupplement. Ereloonsupplementen worden veelal uitgedrukt in een percentage. Een ereloonsupplement van 50 % betekent dat de patiënt zelf een bedrag betaalt gelijk aan de helft van het overeengekomen tarief. Drie elementen bepalen of er al dan niet ereloonsupplementen worden aangerekend. Dit zijn het al dan niet verbonden zijn van de arts (geconventioneerd of niet) , het type van de gekozen kamer, met name een meerpersoonskamer, een tweepersoonskamer of een eenpersoonskamer en tenslotte het statuut van de patiënt.
De ziekenfondsen sluiten geregeld akkoorden en overeenkomsten af met de verschillende beroepsgroepen en instellingen uit de gezondheidszorg. Daarbij worden onder meer tariefafspraken gemaakt. Elke arts kan het akkoord en dus de tariefafspraken aanvaarden of verwerpen. De arts die het akkoord onderschrijft, de verbonden geneesheer, verbindt zich ertoe de in het akkoord opgenomen tarieven te hanteren.
De verbonden arts kan enkel ereloonsupplementen aanrekenen voor een eenpersoonskamer behalve wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt het verblijf in een eenpersoonskamer vereist of de dienst niet beschikt over onbezette bedden in andere kamers of wanneer het een opname betreft op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg buiten de wil van de patiënt. De arts die het akkoord verwerpt, de niet-verbonden geneesheer, stelt zijn tarieven zelf vast en kan dus ereloonsupplementen aanrekenen. Er geldt geen algemeen opgelegd maximum voor ereloonsupplementen.
Elk ziekenhuis bepaalt zelf maxima per kamertype in overleg met de artsen die er werken. Zoals reeds vermeld worden de maxima uitgedrukt in een percentage ten aanzien van het verbintenistarief.
In bepaalde gevallen mogen er geen ereloonsupplementen aangerekend worden. De niet-verbonden of niet-geconventioneerde arts kan ereloonsupplementen aanrekenen voor een een-, twee- of meerpersoonskamer. Voor de twee of meerpersoonskamer kan dit echter niet voor een groot aantal kwestbare groepen zoals:
- WIGW's met voorkeurtarief en personen ten laste.
- Chronisch zieken (zorgforfait)
- Patiënten met incontinentieforfait
- Patiënten opgenomen in een dienst voor chronische zieken (Sp-dienst).
- Patiënten met een palliatief forfait
- Personen met voorkeurtarief die een leefloon, rentebijslag, gewaarborgd inkomen voor bejaarden of een inkomensgarantie voor ouderen ontvangen en personen ten laste.
- Langdurig werklozen (12 maand) van minimum 50 jaar en personen ten laste.
- Kinderen met een handicap die verhoogde kinderbijslag genieten (met voorkeurtarief) en personen ten laste.
- Personen die een tegemoetkoming voor gehandicapten ontvangen (inkomensvervangende of integratietegemoetkoming) uitgezonderd categorie 3 en 4 van de integratietegemoetkoming bij wie een vermindering werd toegepast voor het inkomen van de partner en personen ten laste.
- Als het ziekenhuis niet beschikt over onbezette bedden in gemeenschappelijke kamers.
- Als het een opname betreft op intensieve zorgen of spoedgevallenzorg buiten de wil van de patiën.
Dr. Marc Du Bois 06/2003
Een beroepsziekte is moeilijk te definiëren, omdat de schade soms pas lang na de blootstelling aan het risico duidelijk wordt. Daarom is bij Koninklijk Besluit een lijst vastgelegd met vergoedbare beroepsziekten waarvoor het slachtoffer geen bewijs moet leveren. Op de lijst staan vooral ziekten waarvan reeds van vroeger het beroepsverband werd aangenomen. Deze ziekten worden automatisch erkend. Rugproblemen staan niet op deze lijst. België werkt echter ook met een open systeem. Dit is een systeem zonder lijst. In dit systeem moet het slachtoffer de blootstelling aan het risico bewijzen en het oorzakelijk verband tussen een ziekte (die niet op de lijst staat). De ziekte moet met andere woorden haar determinerende en rechtstreekse oorzaak vinden in de beroepsuitoefening. Voor rugklachten moet je kunnen bewijzen dat het werk en alleen het werk de rugklachten heeft veroorzaakt. Erfelijke factoren, vrijetijdsbesteding enz. mogen dus niet aan de basis liggen van de klachten. Pas als aan die voorwaarden zijn voldaan kan je rugprobleem erkend worden als beroepsziekte.Wanneer je meent dat je rugklachten werden veroorzaakt door het werk dat je hebt uitgeoefend kun je aan de arbeidsgeneesheer, de behandeld geneesheer of de adviserend geneesheer van het ziekenfonds vragen om een dossier in te dienen bij het Fonds voor Beroepsziekten of hem vragen dat hij ten minste de mogelijkheid hiertoe zou onderzoeken. Best zorg je ervoor dat alle gegevens in verband met de blootstelling aan de risico's voor je rugproblemen en in verband met de evolutie van de ziekte zorgvuldig worden bijgehouden. De volledigheid en de juistheid van deze gegevens kunnen immers het verschil maken tussen het al dan niet erkennen van je rugprobleem als beroepsziekte. Indien je nog tewerk gesteld bent in de onderneming worden de medische gegevens door de preventieadviseur of arbeidsgeneesheer bijgehouden in een medisch dossier. De gegevens over de arbeidsomstandigheden en de blootstelling aan risico's staan vermeld in de risico-evaluaties van de werkposten
Wanneer je niet meer werkt in de onderneming is het zaak deze gegevens op te vragen en samen te bewaren met de resultaten van eventuele verdere medische onderzoeken. Je behandelende geneesheer of adviserend geneesheer kan zo een volledig mogelijk medisch dossier bijhouden.
Het is belangrijk dat de aanvraag bij het Fonds voor Beroepsziekten zo correct en volledig mogelijk gebeurt. De aanvraag tot schadeloosstelling moet gebeuren door middel van de bij wet bepaalde formulieren: een administratief deel 501 en een medisch deel 503. De aanvraag kan gebeuren zowel bij gewone brief als onder aangetekende omslag. Het Fonds voor Beroepsziekten kan bij de behandeling van het dossier bijkomende inlichtingen vragen of je oproepen voor een medisch onderzoek. Indien je vragen hebt in verband met de procedure kan je uiteraard steeds terecht bij het ziekenfonds.
De erkenning van je ziekte als beroepsziekte door het Fonds voor Beroepsziekten is belangrijk want je hebt zo recht op een aantal belangrijke vergoedingen zoals een vergoeding voor tijdelijke en/ of blijvende arbeidsongeschiktheid. Bij volledige tijdelijke ongeschiktheid is de vergoeding gelijk aan 90 % van het begrensd loon. De gezondheidszorgen die nodig zijn bij een beroepsziekte worden uiteraard terugbetaald door het ziekenfonds. Het Fonds voor Beroepsziekten past het persoonlijke aandeel bij. Dr. M. Dubois
Het referentieterugbetalingssysteem heeft als doel het aantal voorgeschreven generische geneesmiddelen of generieken te doen toenemen. Generieken zijn geneesmiddelen die dezelfde kwaliteit en eigenschappen hebben als het duurdere merkgeneesmiddel waarvan ze zijn afgeleid. Generieken zijn goedkoper dan de merkgeneesmiddelen. In België bedraagt het prijsverschil minimaal 26%. Door de invoering van het referentieterugbetalingssysteem vermindert de terugbetaling van het merkgeneesmiddel waarvoor een generisch geneesmiddel bestaat. De vermindering van de terugbetalingsbasis bedraagt maximum 26%. Zo wordt het voor een patiënt interessanter om generieken te gaan gebruiken.
Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk. Als een merkproduct 10 euro kost en behoort tot de terugbetalingscategorie B (75% terugbetaald) dan is de prijs van het generisch geneesmiddel minimaal 26% goedkoper. Het generiek kost dan maximaal 7,4 euro. Voor het merkgeneesmiddel betaalde het RIZIV vroeger 7,5 euro terug (75%) en moest de patiënt nog 2,5 euro (25%) ophoesten. Voor het generisch geneesmiddel betaalt het RIZIV 5.55 (75%) euro terug, de patiënt moet 1.85 euro (25%) zelf betalen. In het systeem van de referentieterugbetaling betaalt het RIZIV ook voor het merkproduct 5.55 euro terug zoals voor het generiek in de plaats van 7.5 euro zodat het bedrag dat de patiënt zelf moet betalen 4,45 euro (10 euro-5.55 euro) bedraagt. Door het referentieterugbetalingssysteem moet de patiënt voor het merkproduct dus meer betalen dan vroeger nl. 4.45 euro tegenover 2.5 euro. De patiënt heeft er dus alle belang bij om generische geneesmiddelen te gebruiken.
Het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 preciseert de functionele stoornissen en aandoeningen die bepalen dat iemand het recht verliest om een voertuig te besturen. Voor de bestuurders van vrachtwagens, bussen en dergelijke zijn regelmatig medische onderzoeken verplicht. Voor een rijbewijs voor een personenwagen volstaat het om te verklaren dat je niet aan één van onderstaande stoornissen of aandoeningen lijdt.
Vooreerst zijn er de neurologische stoornissen of aandoeningen van het zenuwstelsel zoals multiple sclerose of de letsels veroorzaakt door een cerebrovasculair accident (CVA), een heelkundige ingreep op de hersenen of een schedelfractuur en een aantal stoornissen die gevoelsverlies of verlies aan spierkracht geven. Bij de geestelijke aandoeningen vermelden we ziekten die bewustzijnsverlies of gedragsstoornissen veroorzaken. In het bijzonder willen we erop wijzen dat aan patiënten die een ernstige depressie hebben een rijverbod kan opgelegd worden.
Patiënten met epilepsie worden in principe beschouwd als ongeschikt om met een voertuig te rijden. Ze kunnen wel toestemming krijgen om voor een bepaalde periode te rijden als ze hun behandeling goed volgen en al een tijd crisisvrij zijn. Ook hartziekten zoals hartritmestoornissen, de gevolgen van een hartinfarct en de behandeling van hoge bloeddruk met bepaalde geneesmiddelen kunnen voor problemen zorgen.
Suikerziekte kan ook een reden zijn om niet geschikt bevonden te worden voor het besturen van een motorvoertuig. Dit komt omdat de suikerziekte een plots bewustzijnsverlies kan veroorzaken door een te lage suikerspiegel. Bepaalde ernstige verwikkelingen van diabetes zoals zenuwaantasting met hevige pijnen of gevoelloosheid kunnen eveneens een reden zijn tot rijverbod.
Tenslotte vermelden we tevens dat doofheid met duizeligheid, ernstige gezichtsstoornissen die onvoldoende gecorrigeerd werden en slaperigheid ten gevolge van kleine ademhalingsstilstanden eveneens de geschiktheid om te rijden in het gedrag kunnen brengen.
Belangrijk voor pijnpatiënten is het gebruik van sommige pijnstillers die een invloed kunnen hebben op het psychisch niveau of op het zenuwstelsel.
Twijfel je aan de rol die een of andere aandoening of behandeling kan hebben op je rijvaardigheid dan moet je beslist je arts raadplegen. Een aandoening maakt iemand zelden automatisch ongeschikt om te rijden. Meestal kan de arts een behandeling instellen of aanpassingen voorstellen zodat de patiënt weer de weg op kan in alle veiligheid voor zichzelf en de anderen.
De kernidee van de maximumfactuur of MAF is dat voor elk gezin het jaarlijks totaal aan remgelden voor geneeskundige verzorging geplafonneerd wordt in relatie tot hun inkomen. Per categorie is vastgelegd tot welk bedrag de noodzakelijke gezondheidskosten maximaal mogen oplopen. Deze remgeldplafonds liggen vast en de inkomensgrenzen worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer. Er zijn 7 categorieën bepaald naargelang het gezinsinkomen en het eventuele beschermde statuut. Zo bedraagt bv. het remgeldplafond € 450 indien je een beschermd statuut bv. WIGW hebt en voor lage inkomens tot € 14.178. Voor inkomens tussen de € 14.178 tot € 21.796, de zogenaamde bescheiden inkomens bedraagt het remgeldplafond € 650. Men moet dus voor elk jaar afzonderlijk nagaan in welke categorie men valt, en wat bijgevolg het geldende remgeldplafond is.
In principe wordt het netto-belastbaar inkomen (bruto-belastbaar minus kosten) in rekening gebracht. Men houdt rekening met het inkomen van het meest recente ingekohierde aanslagjaar (voorbeeld: maximumfactuur 2003 op basis van aanslagjaar 2001 en inkomsten 2000). De ziekenfondsen kunnen deze gegevens bekomen ofwel bij het Ministerie van Financiën ofwel uit je verklaring op eer.Het inkomen bestaat klassiek uit het inkomen uit beroepsactiviteit, de inkomens van roerende en onroerende goederen en van kapitalen en diverse inkomens. In de databank van de fiscus zijn echter enkel de beroepsinkomens per persoon gekend. De andere inkomens zijn steeds op niveau gezin gekend. Bovendien valt de term 'gezin' zoals dit wordt begrepen door de fiscus (fiscaal gezin) niet altijd samen met de term 'gezin' in de MAF. Om deze redenen moeten de ziekenfondsen alle inkomens per individu kennen. Om dit te bereiken, zal het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering alle niet-gepersonaliseerde inkomens (fictief) aan de individuele rechthebbenden toekennen en dit in verhouding tot het beroepsinkomen.
Een voorbeeld kan dit verduidelijken: nemen we dat het beroepsinkomen van de man € 20.000 bedraagt en het beroepsinkomen van de vrouw € 5000. Andere inkomsten zijn inkomsten uit roerende goederen aan € 2.500 en diverse inkomsten aan € 1.000. Het fiscaal gezinsinkomen bedraagt dus € 28.500 en in de verhouding beroepsinkomen wordt 80% (20.000/25.000) gerealiseerd door de man en 20% door de vrouw (5.000/25.000). Van de niet-individualiseerbare inkomsten (€ 2.500 roerende goederen en € 1000 diverse inkomsten) zal dan 80% (€ 2.800) aan de man toegewezen worden en 20% (€ 700) aan de vrouw.Er zijn ook gezinsleden wiens inkomen niet is gekend, zoals mensen met een stabiel, zeer laag inkomen die geen aangifteplicht hebben. Voor deze gevallen voeren de ziekenfondsen een inkomensonderzoek (via een verklaring op eer) met als referentiejaar het maximumfactuurjaar min 3 jaren
Het is ook mogelijk dat je financiële situatie drastisch gewijzigd is in vergelijking met het refertejaar m.a.w dat je gezinsinkomen aanzienlijk verminderd is in vergelijking met het inkomen dat als basis diende voor het berekenen van uw maximumfactuur (het inkomen van de laatste belastingsaanslag). Indien je huidig inkomen kleiner is dan € 14.178 kun je in bepaalde gevallen toch een snelle terugbetaling aanvragen, via een verklaring op erewoord waarin je je huidige inkomen aangeeft. Het gaat om gezinnen waarvan ten minste 1 persoon voldoet aan één van de volgende voorwaarden :
· hun beroepsactiviteit hebben stopgezet;
· van bijdragen vrijgesteld waren in het raam van het sociaal statuut van de zelfstandigen voor een periode van meer dan een kwartaal;
· gecontroleerd volledig werkloos zijn sedert ten minste 6 maanden;
· arbeidsongeschikt zijn sedert ten minste 6 maanden;
Het is onvermijdelijk dat een systeem van verklaringen op eer mogelijkheden geeft tot misbruik. Daarom is ook een administratieve geldboete voorzien van € 90 tot € 370 voor elke onrechtmatige toekenning van rechten op basis van een valse verklaring. Bij recidief kan deze boete verdubbelen.Dr. Marc Du Bois
Eind september 2004 werden de specialiteiten op basis van het COX-2-selectief NSAID rofecoxib (Vioxx®, VioxxDolor®) wegens een verhoogd risico van cardiovasculaire accidenten teruggetrokken uit de markt. Deze beslissing volgde op het bekend worden van de tussentijdse resultaten van de APPROVe-studie (Adenomatous polyp prevention on Vioxx), een studie naar het effect van rofecoxib (25 mg/dag) op het risico van heroptreden van darmpoliepen bij patiënten. Bij de analyse na 18 maanden werd in de rofecoxibgroep een verhoogd risico van ernstige cardiovasculaire accidenten (met inbegrip van myocardinfarct en beroerte) gezien.
Reeds in 2001 was de mogelijkheid van een verhoogd risico van cardiovasculaire accidenten met rofecoxib gesuggereerd.
Met de terugtrekking van rofecoxib rees de vraag of er ook voor de andere COX 2-selectieve NSAID's zoals celecoxib (Celebrex®), etoricoxib (Arcoxia®), parecoxib (Dynastat®), valdecoxib (Bextra®) een verhoogd risico van cardiovasculaire accidenten bestaat.
Eind 2004 werd op Europees niveau een herevaluatie van de COX-2- selectieve NSAID's gestart. Het wetenschappelijk adviesorgaan van het EMEA (European Medicines Agency), heeft gesteld dat het hartrisico inderdaad een klasse-effect is van de COX-2-selectieve NSAID's.
Volgende maatregelen worden opgelegd in verband met de bijsluiters van COX-2-selectieve NSAID's in België.
· Voor alle COX-2-selectieve NSAID's worden ischemisch hartlijden (hartinfarct) en voorgeschiedenis van cerebrovasculair accident (beroerte) als contra-indicaties in de bijsluiter toegevoegd.
· Voor etoricoxib (Arcoxia®) wordt daarenboven niet-gecontroleerde hoge bloeddruk als contra-indicatie toegevoegd.
Het adviesorgaan raadt aan voorzichtig te zijn bij gebruik van COX-2-selectieve middelen bij patiënten met risicofactoren voor hartlijden zoals hoge bloeddruk, hoge cholesterol, diabetes, tabagisme, en perifeer vaatlijden, en benadrukt het belang om de dosis zo laag mogelijk en de behandelingsduur zo kort mogelijk te houden.Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie acht het zinvol de COX-2-selectieve NSAID 's enkel te gebruiken wanneer een NSAID werkelijk nodig is bij een patiënt bij wie men een hoog risico van gastro-intestinale verwikkelingen zoals maagbloedingen vermoedt. Men mag daarbij echter niet vergeten dat de COX-2-selectieve NSAID's misschien minder risico geven van gastro-intestinale verwikkelingen zoals maagbloedingen, maar op dat gebied niet veilig zijn. Bij patiënten die in aanmerking komen voor cardiovasculaire bescherming, moet de inname van acetylsalicylzuur (bv. Aspirine) worden voortgezet tijdens behandeling met een COX-2-selectief NSAID. Acetylsalicylzuur ( bv. Aspirine) verhoogt het risico van gastro-intestinale problemen en hierdoor valt het voordeel van een grotere gastro-intestinale veiligheid van een COX-2-selectief NSAID weg. Een voorgeschiedenis van of een hoog risico voor cardiovasculaire incidenten is een tegenaanwijzing voor hun gebruik.
Dr. Marc Du Bois
Mag ik met de wagen rijden als ik morfine neem?
De Belgische wetgeving klasseert morfine als een categorie-III-geneesmiddel
dat de mogelijkheid tot het besturen van een voertuig sterk beïnvloedt.
Een persoon die gecontroleerd wordt langs de weg en die tekenen vertoont
van gestoord denken en concentratievermogen mag gevraagd worden om
een urinetest te ondergaan. De limietconcentratie in de urine is vastgesteld
op 300ng/ml vrije morfine. Wanneer deze test positief bevonden wordt
kan overgegaan worden tot een bloedtest. De toegelaten bloedconcentratie
is 20ng/ml vrije morfine. We moeten hier wel rekening houden met het
feit dat deze wetgeving voornamelijk is opgesteld met het oog op het
indijken van heroïneverbruik.
De wetgeving is naar letter en geest tegenstrijdig met de filosofie
rond het gebruik van morfine bij chronische pijnpatiënten en
hun maatschappelijke reïntegrate. Het zijn precies deze patiënten
voor wie stappen en het gebruik van het openbaar vervoer vaak moeilijk
is die zouden verbod krijgen om met de wagen te rijden, waardoor zij
een groot deel van hun autonomie verliezen. Uit onderzoek blijk immers
dat indien patiënten bij wie de chronische pijn gecontroleerd
wordt door middel van intrathecale morfinetoediening een urinetest
moeten afleggen de kans heel groot is dat zij strafbare concentraties
vrije morfine hebben.
Volgens de wetgevende macht zal slechts een urinetest uitgevoerd
worden wanneer de bestuurder tekenen toont van verminderde psychomotorische
functies zoals bij lopen op een rechte lijn en het aanraken van de
neus. De behandelende arts is wel verplicht om de patiënt degelijk
in te lichten omtrent de mogelijke invloed van de pijnbehandeling
op de psychomotorische en denkfuncties maar de verantwoordelijkheid
voor de daden op de openbare weg ligt bij degene die rijdt.
Parallel met de erkenning van chronische pijn als een ziekte op zich,
wordt ernaar gestreefd deze zo goed mogelijk onder controle te krijgen
en op die manier de levenskwaliteit van de patiënt te verbeteren.
De multidisciplinaire aanpak van pijnpatiënten speelt hierbij
een belangrijke rol omdat er ook aandacht geschonken wordt aan de
psychologische begeleiding, de gedragsmatige therapie en de revalidatie.
Een globale aanpak met een degelijke patiëntenvoorlichting laat
toe om de patiënt ook te begeleiden in zijn keuze om al dan niet
een wagen te besturen.
Er bestaat geen zwart-wit antwoord op de vraag of de patiënt
die opioïden gebruikt veilig een wagen kan besturen. De wetenschap
kan dan wel bewijzen leveren waarbij duidelijk aangetoond wordt dat
opioïdengebruik bij de meerderheid van de patiënten de rijvaardigheid
niet beïnvloedt, toch is er steeds de 20 tot 30% van de patiënten
bij wie dit wel het geval is. Een individuele benadering blijft ook
hier de gouden regel.
Dr. Marc Du Bois
Ik vernam dat er in 2006 wijzigingen zijn doorgevoerd in het systeem van de maximale factuur. Kan je deze toelichten?
De maximumfactuur (of MAF) is een maatregel van de overheid die
er tracht voor te zorgen dat geneeskundige verzorging voor iedereen
betaalbaar blijft. Zodra alle remgelden die je betaalde voor geneeskundige
verzorging een bepaald grensbedrag bereiken, worden je uitgaven
boven dat bedrag volledig vergoed. Dat grensbedrag varieert naar
gelang van het type MAF dat op je situatie van toepassing is.
In beginsel maakt men onderscheid tussen drie soorten MAF :
1) de sociale MAF
De maximumfactuur wordt bepaald op grond van de sociale categorie
waarin je valt. Het gezin moet daadwerkelijk 450 euro aan persoonlijke
aandelen hebben betaald (grensbedrag) , én het gezin moet
ten minste één lid hebben met ofwel het 'WIGW-statuut',
of het bestaansminimum, of het gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
Werklozen, ouder dan 50 jaar die sinds ten minste een jaar volledig
werkloos zijn en die de verhoogde verzekeringstegemoetkoming genieten,
personen die bij hun ziekenfonds als 'mindervalide' gerechtigde
zijn ingeschreven op grond van een medische erkenning en die de
verhoogde verzekeringstegemoetkoming genieten en personen die een
tegemoetkoming voor gehandicapten genieten zijn de andere categorieën
voor de sociale MAF.
2) de MAF bescheiden inkomens
Het grensbedrag wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen en
wordt door de ziekenfondsen uitgevoerd. Voor de leden van een gezin
waarvan het netto jaarinkomen tussen 0 en 13.730,98 euro ligt is
het grensbedrag aan persoonlijke aandelen 450 euro. De leden van
een gezin waarvan het netto jaarinkomen tussen 13.730,98 euro en
21.108,82 euro ligt is het grensbedrag aan persoonlijke aandelen
650 euro. Kinderen die op 1 januari van het jaar waarin de MAF wordt
toegekend, jonger zijn dan zestien jaar en die daadwerkelijk 650
euro aan persoonlijke aandelen hebben betaald, kunnen individueel
in aanmerking komen voor de MAF.
3) fiscale MAF
De maximumfactuur wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen en
wordt door de belastingadministratie uitgevoerd. Alle fiscale gezinnen
in België komen in aanmerking voor de fiscale MAF. Dat is zo
wanneer zij een bedrag aan persoonlijke aandelen hebben betaald
dat hoger is dan het referentiebedrag dat op hen van toepassing
is, rekening houdende met hun netto jaarinkomen.
Sinds 2006 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd :
o De fiscale MAF voor hogere inkomens verdwijnt. De terugbetaling
boven het plafond van een gezinsinkomen vanaf 22.253,86 euro wordt,
net zoals voor de lage en bescheiden inkomens, voortaan uitgevoerd
door het ziekenfonds.
o Voor de MAF van 2006 worden aan het plafondbedrag een aantal kosten
toegevoegd:
Vergoedbare magistrale bereidingen en de afleveringsmarge van implantaten
(maximum 148,74 euro) worden meegeteld als remgelden voor het bereiken
van het grensbedrag
o Het remgeldplafond van 2.500 euro voor gezinnen met de hoogste
inkomens valt weg. Een gezin dat voorheen 2.500 euro aan remgelden
moest hebben betaald voor het een terugbetaling kon genieten, moet
nu nog slechts 1.800 euro aan remgelden betalen.
o De sociale MAF geldt enkel voor het gezinslid met verhoogde tegemoetkoming,
de partner en hun personen ten laste. Andere personen, al dan niet
verwant, die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn, genieten niet
meer automatisch de sociale MAF. Dat kan enkel als ze zelf recht
hebben op de verhoogde tegemoetkoming.
Dr. Marc Du Bois