1./
Welke vormen van pijn komen er in de groep voor ?
De vereniging is niet gericht
op één doelgroep van chronische pijnpatiënten, maar iedereen, ongeacht
welke soort van pijn is welkom in de vereniging.
In volgorde van grote is de aanwezigheid, volgens een opiniepeiling
gehouden op de eerste bijeenkomst(1999) als volgt:
-
Rugpijn
-
Zenuwpijn
-
Artrose
-
Darmklachten
-
Fybromalagie-Psychomatische
pijn
-
Hemofilie-Nekpijn
-
Spasmofilie-Parkinson-Zona-Gewrichtsreuma
Wij willen hier benadrukken
dat wij geen dokters zijn en strikt medische vragen niet kunnen beantwoorden!
Wij willen lotgenoten en hun partner vooral informatie en ook wat
ontspanning geven, hun in contact brengen met andere lotgenoten, maar
bovenal willen we laten voelen dat je niet alleen bent. Wel is het
onze taak ons in te zetten om waardevolle sprekers uit te zoeken en
zoveel mogelijk nuttige informatie te verzamelen en door te geven.
terug
naar de vragen
3./ Wanneer spreekt men
van chronische pijn, wanneer is men een chronische patient ?( na 1 maand,
6 maanden , ...)
Men spreekt van chronische
pijn(een onaangename echte pijngewaarwording) als: pijn die onbeperkt
aanhoudt, en die langer duurt dan de gewone duur van de acute ziekte,
dit is 3-6 maand na het initieel letsel.
(volgens De International Association for the Study
of Pain)
terug
naar de vragen
4./ Hoe kan men lid worden van
de vereninging en hoeveel bedraagt het lidgeld ?
Indien je lid wil worden van
de vereninging kan je best contactopnemen met een van onze contactpersonen,
zij zullen je dan een infopakketje opsturen en eventueel het nodige
doen om je lid te maken.
Niet leden zijn steeds welkom, mits betaling van 5 EURO per bijeenkomst.
Het jaarlijks lidgeld bedraagt:10 EURO. Hiervoor bieden we je samen
met je begeleider 10 bijeenkomsten per jaar aan, een degelijk kwartaalblad
van de vlaamse pijnliga met boordevol interessante info.
6./ Hoe ervaart
men chronische pijn, en produceert men zelf een soort drug om de pijn
te verdringen ?
Een antwoord vindt men
hier.
Een uitstekend verklaring van
medische termen is hier
te vinden.
Goede informatie is hier
te vinden.
terug
naar de vragen
11./ Graag had ik wat meer informatie
gehad over: Het syndroom- of de ziekte van Tietze.
Een volledige bron aan info
is hier
te vinden.
terug
naar de vragen
12./ Binnenkort wordt er een
spondylodese toegepast bij enkele wervels bij mij. Kan je mij enige
info hierover bezorgen?
Een goede beschrijving van
deze ingreep is hier
beschreven.
De typische kenmerken van fibromyalgie
staan hier
uitstekend beschreven.
Een site met veel info en lotgenotencontact
over bekkeninstabiliteit is te vinden op dit
adres.
terug naar de vragen
16./ Wat is dystonie?
Dystonie letterlijk vertaald: Een stoornis
in de spanning van een spier. De spierspanning is vaak te hoog en op
andere momenten normaal. Anders gezegd "een wisselende spierspanning
die variabel is van zeer kort tot enkele minuten aanhoudend". Vaak is
er een verstoring van de samenwerking tussen spieren en spiergroepen.
Het gevolg is dat er onwillekeurige bewegingen ontstaan, maar soms ook
een langer durende abnormale stand van een lichaamsdeel. Zo'n onwillekeurige
spierspanning komt meestal in één deel van het lichaam voor, zoals oogleden,
nek of arm. Ook in aangrenzende ledenmaten, zoals nek en arm, oogleden
en kaak of door het gehele lichaam [zie vormen van dystonie] kan de
spierspanning voorkomen. Vaak wordt dystonie nog aangezien voor een
andere aandoening zoals stress, stijve nek, artritis, tennis elleboog,
zenuwtrek of droge ogen.
terug naar de vragen
17./ Welke pijnstillers zijn er?
Pijn- en koortswerende middelen vormen
de grootste groep geneesmiddelen, die zonder recept gekocht worden.
U kunt kiezen uit vele pijn- en koortswerende middelen.Veel
middelen bestaan uit combinaties van werkzame stoffen. Het nut hiervan
is omstreden. Het combineren van stoffen verhoogt het aantal bijwerkingen
terwijl met één stof in de juiste dosering, een goed effect kan worden
verkregen. Paracetamol is pijnstillend en koortswerend. Belangrijk is
een goede dosering. Veel mensen die zeggen dat het 'niet helpt' en dat
ze iets sterkers nodig hebben, hebben in feite een te lage dosis genomen.
Volwassenen kunnen met twee tabletten van 500 mg tegelijk beginnen en
daarna zonodig om de 6 uur nog een tablet innemen. Soms wordt aa paracetamol
coffeïne toegevoegd omdat het de werking zou versterken. Vaak werkt
een goede dosering, zoals hiervoor is aangegeven, beter dan het toevoegen
van coffeïne. Acetylsalicylzuur heeft naast een pijnstillende en koortswerende
werking ook nog een ontstekingsremmende werking. Zowel paracetamol als
acetylsalicylzuur zijn goede pijnstillers, maar acetylsalicylzuur geeft
meer bijwerkingen (zoals maagklachten en bloedverdunning) dan paracetamol.
Paracetamol verdient daarom de voorkeur, het is verkrijgbaar als tablet,
capsule, drank of zetpil. Naast paracetamol en acetylsalicylzuur zijn
ook pijnstillers verkrijgbaar met naproxen of met ibuprofen. Deze middelen
zijn, zeker in de dosering van 400mg ibuprofen, sterker werkzaam dan
paracetamol. Naproxen en ibuprofen hebben daarentegen veel meer bijwerking,
vooral de maagklachten zijn berucht. Bovendien kunnen deze pijnstillers
niet zo maar gebruikt worden in combinatie met andere medicijnen (bijvoorbeeld
hartmiddelen of 'bloedverdunners') of bij bepaalde ziektes (bijvoorbeeld
CARA). Laat u daarom voordat u een dergelijk middel gaat gebruiken,
goed informeren of deze middelen voor u geschikt zijn.
terug naar de vragen
18./ Veroorzaakt een whiplash blijvende
schade?
In de meeste gevallen geneest een whiplash
spontaan; bij ongeveer vijftig procent van de mensen gaat het binnen
drie maanden vanzelf over. Zeventig procent is binnen een jaar hersteld.
De dertig procent die overblijft, herstelt niet goed en wordt in het
jaar daarna meestal met allerlei therapieën behandeld. In ruim de helft
van deze gevallen komt het dan alsnog goed. Bij ongeveer tien procent
van de slachtoffers blijven de klachten bestaan.
SPREEKUUR
THUIS biedt u aktuele informatie over ziekte en gezondheid, verzorgt
door deskundige auteurs. In voor iedereen begrijpelijke taal worden
de belangrijkste aspecten van een ziekte, de verschijnselen, oorzaken,
onderzoek- en behandelings methode besproken.SPREEKUUR
THUIS is een uitgave van INMERC en is zowel in de boekhandel en
op het internet beschikbaar.
Dat is eenvoudig uitgelegd.
"Ortho" betekent "goede" en "moleculair" is een ander woord voor "molecuul".
Dus orthomoleculaire geneeskunde betekent geneeskunde met goede moleculen,
dus: genezing m.b.v. vitamines, mineralen, aminozuren, enzymen en
spoorelementen. Orthomoleculaire geneeskunde is een geneeskunde waarbij
geprobeerd wordt het lichaam te ondersteunen zich zelf te genezen.
http://www.pilliewillie.nl
Candida schimmels heeft iedereen
in zijn darmen, maar het mogen er niet te veel worden. Als er te veel
zijn spreekt men van een Candida infectie. Een Candida infectie kan
heel veel klachten veroorzaken, van moeheid tot en met psychische
problemen, maar het kan, indirect, ook dodelijk zijn. http://www.pilliewillie.nl
Melatonine is een slaaphormoon
dat 's nachts door de pijnappelklier wordt gemaakt. Naarmate we ouder
worden maken we steeds minder melatonine. Dit kan vooral bij ouderen
slapeloosheid veroorzaken. Melatonine suppletie kan gebruikt worden
om slapeloosheid te voorkomen, maar kan ook (zelfs bij goede slapers)
de kwaliteit van de slaap sterk verbeteren. Melatonine is echter niet
alleen maar een natuurlijk slaapmiddel, maar ook een zeer krachtige
anti-oxidant. Het beschermt ons tegen kanker en vertraagt het verouderingsproces.
http://www.pilliewillie.nl
De rugge- en halswervels bestaan
o.a. uit de kleine zogenaamde facetgewrichtjes. Dit zijn kleine gewrichtjes
aan de wervellichamen, waarlangs enkele zenuwbanen lopen. Soms liggen
deze gewrichtjes niet meer mooi evenwijdig tegen elkaar (bijvoorbeeld
door een ongeval, slijtage of een ontsteking). Dan raken ze in de
knel en veroorzaken ze pijn. Een facetdenervatie kan deze pijnklachten
verminderen. Hierbij wordt de pijngeleiding in de zenuwtakjes onderbroken,
met behulp van zeer hoog-frequente stroom, die plaatselijk warmte
opwekt. Afhankelijk van de plaats van de klachten gebeurt dit: in
de rug (lumbaal ) of in de nek (cervicaal)
Een proefblokkade is bedoeld
om te zien, of door het inspuiten van een plaatselijke verdoving de
pijn verdwijnt. Een proefblokkade wordt vaak gebruikt om te zien of
een later uit te voeren definitieve ingreep kans van slagen heeft.
Soms wordt een proefblokkade uitgevoerd om tot een diagnose te kunnen
komen, hiervoor bent u dan meestal door de neuroloog of neurochirurg
doorverwezen. Het gaat er om dat u na de behandeling gedurende de
komende uren oplet wat er met uw pijn gebeurt. Als de proefblokkade
de pijn laat verdwijnen dan spreken we van een positief resultaat.
Het kan ook zijn dat er geen enkel, of maar een gering, effect is
op de pijn; ook dit is belangrijk om te weten. Soms worden er na een
proefblokkade nog een of meer proefblokkades gedaan.
De cryolaesie is een behandeling
waarbij in een zenuw de pijngeleiding uitgeschakeld wordt door middel
van bevriezing. De behandeling gebeurt bijvoorbeeld bij pijn aan het
stuitje, pijn aan de romp, maar ook andere plaatsen komen voor deze
behandeling in aanmerking. De koude wordt opgewekt door in een dun
buisje, een soort dikke naald, cryosonde genaamd, koolzuurgas te laten
stromen. Door de uitzetting van het koolzuurgas onstaat aan het uiteinde
van de sonde een zeer lage temperatuur, waarmee de bevriezing kan
worden uitgevoerd. Het koolzuurgas hoort u tijdens de behandeling
stromen, het maakt een sissend geluid. De complicaties van de cryolaesie
op zich zijn gering. Na de ingreep kan er soms een klein beetje bloed
nalekken uit het steekgaatje van de behandeling. Bij tekenen van infectie
(roodheid, pijn en zwelling, soms gepaard gaande met koorts) dient
u terug contact op te nemen met de behandelende arts.
De chordotomie is een behandeling
voor pijn, waarbij de pijngeleidende zenuwbaan wordt onderbroken in
het ruggemerg. De behandeling wordt alleen uitgevoerd als de pijn
zich aan één zijde van het lichaam bevindt. De onderbreking vindt
plaats aan de tegenovergestelde kant van de pijn, juist onder het
oor. De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving omdat uw
medewerking nodig is, om aan te geven of de onderbreking van de zenuwbanen
voor het goede gebied plaats vindt. De chordotomie vindt alleen plaats
voor pijn bij kwaadaardige aandoeningen. Na de chordotomie is het
gevoel voor pijn in het behandelde gebied verdwenen, maar ook het
gevoel voor warmte en koude; hier moet u rekening mee houden bij het
aanraken van warme voorwerpen, zodat u zich niet ongemerkt brandt!
De bewegingszenuwen blijven intact, er treden dus geen verlammingen
op!
Stereotaxie is een methode
om een bepaalde plek binnen de hersenen te bepalen. Deze methode wordt
vooral gebruikt om processen of gebieden in de hersenen te bereiken
die zo diep liggen dat het onverantwoord is om door middel van een
grote operatie door het omliggende kwetsbare hersenweefsel heen te
dringen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een driedimensionaal coördinatenstelsel
(met een X-, Y- en Z-as) dat voorafgaand aan een operatie door middel
van een frame over het schedeldak van de patiënt wordt aangebracht.
Op deze wijze is de schedel van de patiënt binnen een drie-assig stelsel
geplaatst, waardoor het mogelijk is om elke denkbare positie binnen
in de hersenen te definiëren met een X-coördinaat, een Y-coördinaat
en een Z-coördinaat. Doordat op de assen een speciale markering is
aangebracht is het mogelijk om van de schedel en de hersenen van de
patiënt een CT-scan of een MRI-scan te vervaardigen, waarop vervolgens
de X-, de Y- en de Z-waarden kunnen worden afgelezen. Daardoor wordt
het mogelijk om de (meetkundige) positie van een specifiek gebied
binnen de hersenen, of van een diepgelegen hersenafwijking (cyste,
tumor, etc.) te berekenen.
Burnout: Ben je vaak helemaal
leeg? Heb je bijna nergens zin in? Ben je snel geprikkeld? Ben je
meer gaan drinken, eten? Rust je niet uit van vakantie? Heb je regelmatig
hoofdpijn? Vergeet je wel eens dingen? Heb je concentratieproblemen?
Slaap je moeilijk in? Ben je vroeg wakker? Lig je vaak te piekeren?
Kun je moeilijk genieten? Dit zijn de globale kenmerken van een burnout
symptoom.
Met kracht wordt het hoofd
in achterwaartse positie gebracht. Stukjes bot kunnen, door een scheurtje
in de voorste lange band, van de nekwervels worden afgerukt. Doornuitsteeksels
van de wervels kunnen breken. Tussenwervelschijven worden aan de achterkant
samengedrukt en kunnen aan de voorzijde scheuren. Bloedvaten in de
wervels worden opgerekt, dicht gedrukt of kunnen scheuren, waardoor
de bloeddoorstroming naar de hersenen beklemd wordt
Pijn is een ingewikkeld verschijnsel.
In het algemeen ontstaat pijn doordat zenuwen in een gebied van weefselbeschadiging
signalen naar de hersenen (kleine elektrische stroompjes) vervoeren,
alwaar men zich van pijn bewust kan worden. Een manier om dit soort
pijn te bestrijden is dus om de zenuw die deze prikkels vervoert te
onderbreken. Dit wordt zenuwblokkade genoemd. Hoewel dit op het eerste
gezicht logisch lijkt, kan helaas niet alle pijn door zenuwblokkades
behandeld worden. Zo kan men niet zomaar elke zenuw in het lichaam
blokkeren, zonder ernstige bijwerkingen. Anderzijds zijn er soorten
pijn die worden veroorzaakt door afwijkingen in hersenen en ruggenmerg.
Hierbij spelen de verder naar buiten gelegen zenuwen geen rol; het
heeft dan dus ook geen zin om deze te onderbreken. Voordat tot een
zenuwblokkade wordt overgegaan wordt dan ook zo zorgvuldig mogelijk
nagegaan waar de pijn vandaan komt. Meestal worden eerst proef-blokkades
met een tijdelijk verdovende vloeistof (zoals ook de tandarts gebruikt)
uitgevoerd. Heeft zo'n blokkade een goed effect, dan kan tot een meer
definitieve verdoving overgegaan worden. Dit gebeurt meestal door
de betreffende zenuw te verwarmen ("Radiofrequentie").
Het hoofd wordt naar voren
en naar beneden geslingerd in een overbuiging. Wanneer het voorste
deel van de wervels wordt samengedrukt kan er een wigvormige vervorming
ontstaan. Tussenwervelschijven kunnen worden beschadigd en door uitstulping
en zwelling de zenuwen irriteren.
Lumbago is een acute lendenpijn
veroorzaakt door een bepaalde beweging of door het optillen van een
last en gerelateerd aan een belangrijke spiercontractuur. Dit symptoom
is zeer frequent aangezien 8 volwassenen op 10 in de loop van hun
actief leven een episode van lumbago meemaken. Een lumbago geneest
dikwijls in 3 tot 7 dagen, ongeacht de intensiteit van de initiële
Clusterhoofdpijn komt voornamelijk
voor bij mannen. Het komt voor in aanvallen van ½ tot 3 uur, die enkele
maken per dag kunnen optreden. Deze aanvallen treden vaak op gedurende
bepaalde perioden (clusters). Buiten deze periode is de patiënt klachtenvrij.
Tijdens een aanval is er een zeer hevige, borende pijn rondom of achter
één oog. Vaak gaat de pijn gepaard met verschijnselen als een rood,
tranend oog, verstopte neus of loopneus, zwetend voorhoofd, nauwe
pupil, hangend ooglid, of gezwollen ooglid. De hoofdpijn is vaak zo
hevig dat de patiënt drang krijgt om te lopen: soms slaat de patiënt
letterlijk 'met zijn hoofd tegen de muur'. Aanvallen kunnen worden
uitgelokt door het drinken van alcoholische dranken, of lage luchtdruk
(vliegreizen). Een kleine groep patiënten heeft een chronische vorm,
waarbij de aanvallen eigenlijk niet meer wegblijven.
Het woord spanningshoofdpijn
is wat ongelukkig. Het suggereert dat de hoofdpijn door spanningen
wordt veroorzaakt. Vroeger dacht men dit ook, maar tegenwoordig weet
men dat dit niet altijd zo is. Spanningshoofdpijn is eigenlijk een
soort verzamelnaam van verschillende vormen van hoofdpijn die niet
op een andere manier geclassificeerd kunnen worden. In het algemeen
wordt spanningshoofdpijn ingedeeld in een episodische (minder dan
15 dagen per maand) en een chronische (meer dan 15 dagen per maand)
vorm, naar gelang de duur van de klachten.
Aangezichtspijn of 'trigeminusneuralgie'
is een aandoening van de aangezichtszenuw ('nervus trigeminus') Klachten/
verschijnselen Patiënten met trigeminusneuralgie hebben last van zeer
hevige, korte pijnscheuten op een bepaalde plaats in het aangezicht.
Vaak zit dit aan de mondhoek of neusvleugel. Soms wordt het beschreven
als elektrische schokken, soms als een steek met een gloeiende naald.
De scheuten kunnen uitgelokt worden door kauwen, spreken, of slikken.
Het is niet ongewoon dat trigeminusneuralgie leidt tot gewichtsverlies
omdat de patiënt doodsbenauwd is om te eten. Ook kunnen er gevoelige
plekken op het gezicht zijn, die bij zachte aanraking aanleiding tot
pijnscheuten kunnen geven ('triggerpoints'). De pijnscheuten komen
vaak in een periode voor, waarna zij een tijd wegblijven. Sommige
mensen hebben maar enkele van dergelijke perioden in hun hele leven,
sommigen hebben veel vaker last.
Angiografie Een van de eerste
technieken werd bedacht door de Portugese neurochirurg Egaz Moniz
(tevens diplomaat, operacomponist en Nobelprijswinnaar) die de bloedvaten
in de schedel zichtbaar kon maken door ze te vullen met een stof die
wel zichtbaar was op een Röntgenfoto. Door de vulling met jodiumhoudende
contraststof die (zoals de kalk van bot) Röntgenstralen absorbeert,
zien de bloedvaten er wit uit. De techniek van het afbeelden van bloedvaten
noemt men angiografie. Tegenwoordig gebeurt angiografie door een soepel
slangetje, een zogenaamde vaatcatheter, in de liesslagader in te brengen
en op te voeren totdat de opening van de catheter voor de afgang of
in het bloedvat ligt dat afgebeeld moet worden. Dan wordt een kleine
hoeveelheid contrastvloeistof ingespoten waarna direct opnamen worden
gemaakt. Deze worden in een computer opgeslagen nadat de computer
er bewerkingen op heeft uitgevoerd waardoor alleen het contrast en
dus de vaatboom nog zichtbaar is. Al het omgevende weefsel, vooral
het bot, is bij de genoemde computerbewerking er als het ware van
"afgetrokken"; de techniek heet dan ook Digitale Subtractie Angiografie
(DSA).
Neuronavigatie betekent navigeren,
ofwel de weg vinden, binnen het zenuwstelsel. Hierbij gaat het dan
in de eerste plaats om de hersenen. Met behulp van de tegenwoordige
scans (meestal MRI) kunnen zeer exacte afbeeldingen van het brein
in drie richtingen worden verkregen. Je zou denken dat de anatomie
voor de neurochirurg zo goed bekend is dat het weinig moeite kost
om afwijkingen die op de MRI zichtbaar zijn vervolgens bij een operatie
terug te vinden. In de praktijk valt dat echter tegen. Wanneer er
sprake is van een proces dat ligt dichtbij een botrichel of een opening
in de schedel is het niet zo moeilijk. Maar waar b.v. sprake is van
een uitzaaiing die onder de oppervlakte ligt, zodat je aan de hersenen
van buiten niets ziet, (en meestal is dat zo) kan het vinden hiervan
erg moeilijk zijn. De kanteling van het horizontale vlak in de scan,
dat evenwijdig hoort te lopen aan het vlak door de gehoorgang en het
midden van de ogen, hoeft maar iets meer of minder te zijn en je plaatst
het proces in gedachten al verder naar voren of naar achteren dan
in werkelijkheid.
Onder een aneurysma in de hersenen
wordt verstaan een uitstulping van de wand van een hersenslagader.
Het aneurysma bevindt zich vrijwel altijd op de splitsing van twee
slagaders, meestal aan de onderkant van de hersenen of hersenstam.
Het kan het beste worden vergeleken met een fietsband waarbij er een
gat in de buitenband zit en op die plaats de binnenband naar buiten
puilt. Deze uitpuiling (of uitstulping) noemt men een aneurysma
Metastasen zijn uitzaaiingen
van kwaadaardige gezwellen (tumoren) elders in het lichaam (de z.g.
primaire tumor). Uitzaaiingen van primaire tumoren kunnen overal in
het lichaam optreden (b.v. longen, lever, hersenen en wervelkolom),
en kunnen het gevolg zijn van versleping van tumorcellen via de bloed-
en/of lymfebaan. Als er sprake is van uitzaaiing naar het hersenweefsel,
dan spreekt men van “hersenmetastasen”, bij uitzaaiing naar de wervelkolom
van “wervelmetastasen”.
Een meningeoom is een gezwel
(tumor) dat uitgaat van het hersenvlies. Dit betekent dat hij overal
kan voorkomen waar zich hersenvlies bevindt: rond het hele centrale
zenuwstelsel (dus ook rond het ruggenmerg) en tussen de hersendelen,
waar het hersenvlies een tussenschot vormt. Het is een goedaardige
tumor, die slechts heel zelden kwaadaardig kan ontaarden. De tumor
is dus niet te vergelijken met een hersentumor die uit het hersenweefsel
zelf voortkomt. De tumor komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen,
wat te maken heeft met de gevoeligheid ervan voor hormonen. Meestal
ontstaat hij op middelbare leeftijd. Het is een langzaam groeiende
tumor, zodat de verschijnselen vaak heel langzaam en sluipend ontstaan
en pas echt duidelijk worden als "de druppel de emmer laat overlopen".
Een abces is een afgekapselde
holte die bacteriën en dood weefselmateriaal bevat (pus). Een abces
kan overal in het lichaam voorkomen, ook in de grote en kleine hersenen.
Abcessen in het lichaam treden vooral op daar waar zich dode ruimtes
bevinden bij een trage stofwisseling, zoals b.v. het geval is in haarzakjes.
Een ziekte als diabetes (suikerziekte), vooral als deze niet goed
is ingesteld, kan het ontstaan van een abces bevorderen. Ook een slechte
hygiëne speelt een rol, zodat abcessen veel vaker in de minder ontwikkelde
landen gezien worden.
Syringomyelie (syrinx = buis,
myelon = ruggenmerg) is de term die gebruikt wordt om holtevorming
in het ruggenmerg aan te geven. Het betreft een aandoening waarvan
de ontstaanswijze ingewikkeld en niet volledig begrepen is. De behandeling
kan tevens erg lastig zijn.
Het carpale-tunnelsyndroom
is een klachtenpatroon veroorzaakt door een beknelling van de nervus
medianus (de middelste armzenuw) in het verloop van de carpale tunnel.
Dit is een nauw kanaal gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig
peesblad tussen pink- en duimmuis aan het begin van de handpalm. In
deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en de zenuw die de zachtste
structuur is en daardoor het meest gevoelig is voor druk.
Onder ulnaris neuropathie of
sulcus nervi ulnaris syndroom wordt een aandoening van een van de
drie armzenuwen, de nervus ulnaris of elleboogzenuw, verstaan. Indien
deze zenuw wordt geïrriteerd is dat meestal ter hoogte van zijn verloop
in de elleboog. Daar loopt de nervus ulnaris aan de binnenzijde oppervlakkig
en langs een benig uitsteeksel (bekend als het "telefoonbotje") en
is daar kwetsbaar voor beschadiging. De aandoening wordt ook wel sulcus
nervi ulnaris syndroom genoemd, naar de groeve waarin de elleboogzenuw
verloopt.
Het betreft een aandoening
waarbij de bloedvoorziening naar de kop van het dijbeenbot (de heup)
gedurende enige tijd is gestopt. Het bot zal dan afsterven. Het dode
bot wordt door het lichaam opgenomen (resorptiefase) en tegelijkertijd
wordt het bot weer opgebouwd (herstelfase). In deze fases is het bot
verzwakt en zal het kunnen inzakken, zodat de mooie ronde vorm van
de heupkop verloren gaat (collapsfase).
Wat is hypermobiliteit (of
hyperlaxiteit)? Hyperlaxiteit of hypermobiliteit is een (erfelijke)
aanleg. Door veranderingen in het bindweefsel krijgen de gewrichtsbanden
en het kapsel meer elastische eigenschappen. De banden zullen bij
belasting niet strak opspannen maar juist wat meerekken. De gewrichten
kunnen hierdoor verder dan normaal bewegen en vaak overstrekken. Het
is dus een aanleg en geen aandoening. Net zo als bijvoorbeeld aanleg
voor blauwe ogen of bruine ogen. Het komt in wisselende mate voor
bij 4 tot 7% van de Nederlandse bevolking, afhankelijk van geslacht,
leeftijd en ras.
Er bestaat wel degelijk een verschil in hypermobiliteit: nl. deze
waarbij het bindweefsel "overmobiel" is waardoor de gewrichten
kunnen overstrekken. Hierbij komen de gewrichten steeds terug op hun
normale plaats terecht zonder schade. Bij HMS daarentegen gaat het
over een erfelijke bindweefselaandoening. Het bindweefsel is verkeerd
gebouwd waardoor het niet werkt en de spieren het werk moeten overnemen.
Hierbij kan veel schade aan de gewrichten aangericht worden.
Ontstekingsreuma Dit zijn reumatische
aandoeningen die gekenmerkt worden door langdurige gewrichtsontstekingen.
Ongeveer 400.000 mensen hebben hiervan een chronische vorm. Eén van
de meest voorkomende vormen is reumatoïde artritis (RA). RA is een
zogenaamde auto-immuun ziekte. Dit betekent dat de afweercellen van
het lichaam zich 'vergissen' en gezonde lichaamscellen aantasten.
Bij reumatoïde artritis gebeurt dit bij de gewrichtskapsels. Deze
raken geïrriteerd en ontstoken en uiteindelijk kunnen ook het kraakbeen
en bot aangetast worden. Ook deze vorm van reuma kent een grillig
verloop: periodes met relatief weinig klachten worden afgewisseld
met periodes waarin de ontstekingen hevig oplaaien. Over het algemeen
neemt de ernst van de aandoening geleidelijk toe. Reumatoïde artritis
komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en begint meestal tussen
het veertigste en vijftigste levensjaar.
Wat is artrose? Artrose is
een aandoening van de gewrichten, in het dagelijks leven ook wel slijtage
genoemd. Gewrichten zorgen er voor dat je lichaam flexibel is, ze
zorgen er bijvoorbeeld voor dat je je armen en benen kunnen buigen
en strekken. Een gewricht wordt meestal gevormd door twee botten.
Om het uiteinde van dat bot heen ligt een gladde bekleding: het gewrichtskraakbeen.
Artrose is een aandoening waarbij het gewrichtskraakbeen in kwaliteit
achteruit gaat en op den duur zelfs geheel kan verdwijnen. De bot
uiteinden komen dan tegen elkaar. Hierdoor kunnen er ook problemen
ontstaan met het onderliggende bot. Als reactie op de verminderde
kraakbeen bescherming gaat het bot zijn dragende oppervlak vergroten
om de druk op het gewricht te verminderen. Het gewricht kan daardoor
uitsteeksels vormen (osteofyten), dikker worden en misvormd raken.
Hierdoor worden bewegingen pijnlijk en je krijgt de neiging om het
gewricht steeds minder te gaan bewegen. Dit veroorzaakt weer dat je
stijf wordt en dat je spieren slapper worden. Artrose wordt wel eens
verward met osteoporose. Bij osteoporose worden de botten kalkarm
en lopen de kans om te breken of, zoals bij een wervel, in te zakken.
terug
naar de vragen
49./ Aan welke condities moet je voldoen om
in aanmerking te komen voor neurostimulator, morfinepomp?
" Artikel 1. Artikel 35, § 7, van de bijlage
bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling
van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingevoegd
bij koninklijk besluit van 24 augustus 1994 en gewijzigd bij het koninklijk
besluit van 25 juni 1997 wordt vervangen door de volgende bepalingen
:
"§ 7. De verstrekkingen 683093 - 683104, 683115 - 683126,
683130 - 683141 en 683152 - 683163 worden onder de volgende voorwaarden
vergoed :
1° de verzekeringstegemoetkoming mag pas worden verleend na de
instemming van het College van geneesheren-directeurs.
Het College van geneesheren-directeurs stelt het bedrag van de verzekeringsvergoeding
vast volgens het merk en type van het gebruikte materieel;
2° a) de inplanting van het materieel voorzien onder de nummers
683093 - 683104, 683115 - 683126, 683130 - 683141 en 683152 - 683163
moet geschieden met het oog op de behandeling, door intracerebrale
stimulatie of door stimulatie van het ruggemerg of intrathecale toediening
van morfine of van morfinomimetica, van langdurige neurogene pijnsyndromen
uitgaande van het centraal zenuwstelsel, van het ruggemerg of van
de zenuwwortels of na een traumatisch letsel van een perifere zenuw,
die niet gereageerd hebben op de heelkundige en/of farmacotherapeutische
behandeling;
b) de inplanting van het materieel voorzien onder de nummers 683093
- 683104, 683115 - 683126 en 683130 - 683141 moet geschieden met het
oog op de behandeling van thrombangiitis obliterans waarbij de patiënt
in rusttoestand ischemische pijnen heeft en/of beperkte trofische
stoornissen vertoont en waarbij er geen indicatie is voor heelkundige
of percutane revascularisatie of fibrinolyse;
3° a) de heelkundige ingreep bedoeld in 2°, a) moet worden
verricht in een ziekenhuis, dat over een neurochirurgische dienst
beschikt die effectief werkt onder de leiding van een geneesheer-specialist
voor neurochirurgie en een permanente wachtdienst verzekert, waar
betrokkene zich op elk moment kan aanbieden voor eventuele problemen
met de <neurostimulator> of pomp.
De heelkundige ingreep bedoeld in 2°, b) moet worden verricht
in een ziekenhuis dat over een dienst voor heelkunde (gespecialiseerd
in de vaatheelkunde) beschikt die effectief werkt onder de leiding
van een geneesheer-specialist voor heelkunde die de vaatheelkunde
beoefent, en een permanente wachtdienst verzekert waar de betrokkene
zich op elk moment kan aanbieden in geval van eventuele problemen
met de <neurostimulator>;
b) de aanvraag om vergoeding van het materieel moet worden ingediend
met een omstandig medisch verslag dat is opgemaakt en ondertekend
door alle leden van de multidisciplinaire ploeg die verantwoordelijk
is voor de inplanting en de behandeling, en die, voor de inplanting
bedoeld in 2°, a), bestaat uit een neurochirurg, een neuroloog
of een anesthesioloog en een neuropsychiater of een psychiater en,
voor de inplanting bedoeld in 2°, b) ten minste bestaat uit een
vaatchirurg en een internist en de implanterend geneesheer-specialist;
c) het verslag moet de volgende elementen omvatten :
1. de anamnese met vermelding van de reeds toegepaste behandelingen
die zonder resultaat zijn gebleven;
2. - een diagnose, de aard van de letsels en het irreversibel karakter
ervan voor de inplanting bedoeld in 2°, a);
- de diagnose waarin is vermeld dat het wel degelijk om een thrombangiitis
obliterans gaat voor de inplanting bedoeld in 2°, b);
3. - de indicatie en de multidisciplinaire evaluatie met een psychologische
en/of psychiatrische balans, uitgevoerd vóór de proeftherapie
voor de inplanting bedoeld in 2°, a);
- de indicatie en de multidisciplinaire evaluatie alsook de resultaten
van verschillende tests waaronder de doppler voor de inplanting bedoeld
in 2°, b);
4. - de resultaten van een proeftherapie (voor de inplanting bedoeld
in 2°, a) is dit stimulatie op het niveau van de hersenen of van
het ruggemerg of intrathecale toediening van morfine of van morfinomimetica),
uitgevoerd gedurende een tijdvak van ten minste vier weken, waarvan
ten minste twee extra-muros bij de patiënt thuis;
- de evaluatie van die proeftherapie moet geschieden volgens gestandaardiseerde
criteria en wordt beoordeeld in functie van de volgende elementen
:
a) pijn;
b) medicatie;
c) activiteiten van het dagelijks leven;
d) levenskwaliteit.
De evaluatie moet tweemaal worden uitgevoerd met opgave van de data,
een eerste maal vóór de proefstimulatie en een tweede
maal op het einde van de 4de week.
De proefstimulatie kan als positief worden beschouwd wanneer gelijktijdig
de volgende voorwaarden zijn vervuld :
- pijnvermindering van ten minste 50 pct.;
- duidelijke vermindering van de medicatie (reductie van de doses,
terugvallen op een medicatie van het type mineure analgetica of wegvallen
van de medicatie);
- significante verbetering van de scores voor "activiteiten van
het dagelijks leven" en "levenskwaliteit";
- vergroting van de loopperimeter (enkel voor de inplanting bedoeld
in 2°, b);
- verbetering en eventueel genezing van de trofische stoornissen (enkel
voor de inplanting bedoeld in 2°, b).
Daartoe kan een formulier worden opgemaakt door het Comité
van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut
voor ziekte- en invaliditeitsverzekering op voorstel van het College
van geneesheren-directeurs;
4° de algemene toestand van de patiënt mag geen contra-indicatie
zijn voor de inplanting en evenmin voor een duurzaam gebruik;
5° voor de elektrode die voor de proefstimulatie wordt gebruikt
en waarin is voorzien onder codenummer 683130 - 683141 mag een verzekeringstegemoetkoming
worden verleend na de instemming van het College van geneesheren-directeurs
die aan de vergoeding voorafgaat, voor zover :
- de resultaten van de proefstimulatie uitgevoerd gedurende ten minste
4 weken negatief zijn gebleken;
- en al de andere onder de vorengenoemde punten 2° en 3° vermelde
vergoedingscriteria zijn gerealiseerd;
6° een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking 683093
- 683104 gedurende een tijdvak van twee jaar sluit een verzekeringstegemoetkoming
voor de verstrekking 683152 - 683163 uit en omgekeerd.
Die regel is eveneens van toepassing wanneer voor de morfinepomp verzekeringstegemoetkoming
is verleend in het raam van artikel 25 van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd
op 14 juli 1994.".
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede
maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 februari 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN "
Een spreidvoet, een doorgezakte voet, een platvoet,
een knikvoet en een holvoet zijn slechts enkele van de vele voetafwijkingen.
Een waarneembare afwijking leidt tot een dergelijke diagnose.
Zo'n afwijking wordt als het ware apart bekeken en eventueel als zodanig
behandeld. Zo is er bijvoorbeeld de knobbel bij het gewricht van de
grote teen: de hallux valgus. Vrouwelijke patiënten melden nogal
eens dat deze erfelijk zou zijn: moeder en grootmoeder hadden deze
immers ook al. Hier geldt eveneens dat als de voet meer in samenhang
met zijn functie wordt bekeken en begrepen en niet als een apart lichaamsdeel
wordt beoordeeld deze klachten plotseling in een geheel ander daglicht
komen te staan.
51./
Wat is de ziekte van bechterew?
De Ziekte van Bechterew is tegenwoordig meer en meer
bekend onder de benaming:
'Spondylitis Ankylosans', afgekort SA.
De naam komt uit het Grieks: ankylosis = stijfheid of fixatie van
gewrichten, spondylos = wervelkolom.
Andere (verouderde) benamingen zijn: spondylitis ankylopoëtica,
Ziekte van Pierre Marie - Struempell - von Bechterew, spondylitis
rhizomelica. Omschrijving Het is een specifieke vorm van reuma waarbij
ontsteking van de wervels gepaard gaat met verbening. Kenmerkend zijn
o.a.
· perioden van ontstekingen (exacerbaties) en perioden betrekkelijk
weinig ziekte-activiteit (remissies)
· meestal beiderzijdse sacro-iliitis: ontsteking tussen heiligbeen
(sacrum) en darmbeen (lium); het heiligbeen wordt gevormd door de
onderste ruggewervels die normaal met elkaar vergroeid zijn en zit
als een wig tussen de twee darmbeenderen in
· pas wanneer ook de wervelkolom in het proces betrokken geraakt,
spreekt men van spondylitis
· de progressieve verstijving van de wervelkolom door ankylosering
van de kleine wervelgewrichtjes
· ringvormige verbening ter hoogte van de tussenwervelschijven
Bursitis : een ontstoken slijmbeurs, maar noem het
gerust ook een paters-, vloerders- of kasseileggersknie.
Gewrichten, spieren en pezen moeten kunnen bewegen en dat moet, net
als in een auto, gesmeerd kunnen verlopen. Over gans het lichaam verspreid
zijn er zo'n 80 slijmbeursjes (bursae) die gevuld zijn met een slijmerige
vloeistof. Als zo'n beursje geïrriteerd raakt of ontsteekt, kan
het opzwellen, soms tot een spectaculaire omvang, en pijn veroorzaken.
53./
Wat is arthroscopische laserchirurgie?
De explosieve ontwikkeling van de arthroscopische
chirurgie in het laatste decennium heeft ertoe geleid dat vandaag
de meeste articulaire operaties op een minimaal invasieve manier kunnen
gebeuren.Een belangrijke nieuwe stap in de ontwikkeling van arthroscopische
lasersystemen. Laser principes. Het woord laser is een acroniem voor
"light amplification by stimulated emission of radiation".
Een chirurgische laser is een instrument dat snijdt, coaguleert en
vaporiseert. In tegenstelling tot een bistouri of een arthroscopische
schaar, waarbij een mechanische kracht wordt gebruikt om weefsel in
te snijden, wordt door een laser energie (fotons) geleverd onder de
vorm van een intense, coherente, gecollimeerde, monofrequente lichtstraal,
die een thermisch effect veroorzaakt wannneer zij wordt geabsorbeerd
door het targetweefsel. Dit thermisch effect kan zich voordoen onder
de vorm van coagulatie, vaporisatie en "cutting" (eigenlijk
een zeer smalle zone van vaporisatie).
54./
Hoe werkt de pijnpen?
De pijnpen werkt op kristallen, die bij het indrukken
van de knop een afgepaste elektrische puls afgeven, waardoor het lichaamseigen,
natuurlijke pijnbestrijding systeem wordt geactiveerd. De pijn verdwijnt
veelal enkele minuten na behandeling, pijnleniging houdt uren aan,
en de meeste patiënten hebben aan drie behandelingen per dag
voldoende voor controle van de pijn. Er zijn geen bijwerkingen.
55./
Wat is Fibromyalgie?
Fibromyalgie is een aandoening waarbij verschillende
klachten tegelijkertijd voorkomen:
pijn in spieren pijn in bindweefsel pijn rondom gewrichten vermoeidheid
stemmingswisselingen
56./
Wat is Cauda Syndroom?
Cauda equina is Latijn voor 'paardenstaart'. Het
cauda equina syndroom (CES) is een vrij zeldzame neurologische aandoening,
genoemd naar de bundel van de wortels van alle ruggemergzenuwen onder
de eerste lendewervel.
Deze zenuwwortels waaieren uit als een paardenstaart. Door bijvoorbeeld
een tumor of een hernia in de rug raken deze zenuwen bekneld, waardoor
allerlei klachten (uitvalsverschijnselen) kunnen optreden.
57./
Wat is Claudicatio intermittens?
Claudicatio intermittens of Etalagebenen Wat is het?
De aandoening etalagebenen ontleent haar naam aan het feit dat mensen
tijdens het lopen steeds even stil blijven staan vanwege klachten
in een been.
Om te verbloemen dat er iets aan de hand is, stopt men vaak bij een
etalage. De medische term voor etalagebenen is claudicatio intermittens.
In het spraakgebruik vaak afgekort tot claudicatie.
De naam zou afkomstig zijn van de Romeinse keizer Claudius die mank
liep. Claudicatio betekent lam of mank, intermittens betekent met
tussenpozen optredend.
58./
Wat is het Syndroom van Sjögren?
Het Syndroom van Sjögren is een chronische ontsteking
van de traan- en speekselklieren. Ook in andere organen kunnen ontstekingen
voorkomen.
De oorzaak van de ziekte is niet bekend. Er wordt aangenomen dat de
ontstekingen worden veroorzaakt door een reactie van het afweersysteem
tegen het eigen lichaam.
Het Syndroom van Sjögren wordt daarom een auto-immuunziekte genoemd.
59./
Wat is sudeckatrofie?
Algoneurodystrofie (een andere naam voor Sudeckatrofie)
is een abnormale reactie in een lidmaat (of deel ervan) die kan optreden
na een dikwijls gering ongeval of operatie aan een lidmaat. Zeer zelden
komt de ziekte spontaan. Alle weefsels en functies van het lidmaat
kunnen aangetast worden, waardoor een moeilijk te behandelen pijn
kan optreden. Meestal lijdt het tot een blijvende invaliditeit. Omdat
vele medici nog niet op de hoogte zijn van het syndroom, is het voor
de patiënt een hele lijdensweg voor de diagnose is gesteld en
men een arts vindt die het syndroom kent. Een vroegtijdige diagnose
is uiterst belangrijk om de restletsels te beperken en genezing te
kunnen bekomen.
60./
Wat is de Ziekte van Duchenne?
De ziekte van Duchenne is een aangeboren spierdystrofie,
wat wil zeggen dat de spieren niet of onvoldoende functioneren. Dit
slecht functioneren van de spieren wordt veroorzaakt door de (gedeeltelijke)
afwezigheid van het eiwit dystrofine in de spiercelwand. Er is sprake
van een verminderde spierkracht en meestal een opvallend gering uithoudingsvermogen.
De ziekte is progressief van aard, hetgeen betekent dat de spierkracht
steeds verder achteruitgaat. Vaak is rond het dertiende levensjaar
een rolstoel noodzakelijk.
Een aantal meningitis veroorzakende bacteriën
en virussen kunnen ook sepsis (bloedvergiftiging) veroorzaken. Sepsis
kan alleenstaand of in combinatie met meningitis voorkomen. De NMS
beperkt zich in haar informatie over sepsis tot sepsis veroorzaakt
door de meningokok en sepsis door andere verwekkers in combinatie
met meningitis.
62./
Wat is posttraumatische dystrofie?
Een posttraumatische dystrofie is een abnormale reactie
op bijvoorbeeld een verwonding. 'Posttraumatisch' wil zeggen, dat
de aandoening na een trauma (verwonding van buitenaf) optreedt. 'Dystrofie'
betekent 'slechte voedingstoestand'. Posttraumatische dystrofie treedt
meestal op in een extremiteit: een arm, been, hand of voet. Het aangedane
lichaamsdeel is pijnlijk, stijf, gezwollen en verkleurd door een stoornis
in het genezingsproces. De aandoening kan zich uitbreiden naar de
schouder. Soms is het hoofd of de romp aangedaan, maar dat komt slechts
zelden voor.
63./ Een werknemer
die arbeidsongeschikt is mag mits toestemming van de adviserend geneesheer
een beroepsactiviteit geheel of gedeeltelijk hervatten. Is deze regeling
ook van toepassing voor zelfstandigen die arbeidsongeschikt worden?
Een arbeidsongeschikte werknemer mag inderdaad, mits
toestemming van de adviserende geneesheer, zijn arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
voor onbepaalde tijd cumuleren met een beperkte beroepsactiviteit.
Daarbij is het van geen belang of het gaat om de voorheen als werknemer
uitgeoefende beroepsactiviteit of om een andere activiteit.
Ook in het stelsel van de zelfstandigen is een 'begeleide werkhervatting'
mogelijk. De arbeidsongeschikte zelfstandige kan dan, mits toestemming
van de adviserende geneesheer, zijn uitkeringen behouden en toch een
beroepsactiviteit hervatten. Dit kan gedurende ten hoogste 6 maanden
indien hij een andere beroepsactiviteit hervat, hetzij als zelfstandige
of helper, hetzij in een andere hoedanigheid Dit kan eveneens gedurende
6 maanden, maar verlengbaar tot hoogstens 18 maanden, indien hij dezelfde
beroepsactiviteit gedeeltelijk hervat. Daarna dient de zelfstandige
de hervatte bezigheid stop te zetten of zijn uitkeringen te laten
vallen.
Dr.Marc Du Bois-06/2003
terug
naar de vragen
64./Als je als chronisch zieke in een ziekenhuis terechtkomt
kan je een meestal een grote factuur verwachten. Meestal zijn het de
ereloonsupplementen die zeer zwaar doorwegen. Kunnen die zomaar aangerekend
worden?
Kamer- en ereloonsupplementen zijn veelal de belangrijkste
kosten ten laste van de patiënt. Deze kosten worden niet meegeteld
in de maximumfactuur, die bepaalt dat de door een gezin betaalde remgelden
in een kalenderjaar worden terugbetaald zodra ze een plafondbedrag,
vastgesteld op basis van het gezinsinkomen, overschrijden. Voor de
meeste geneeskundige verstrekkingen is de terugbetaling door het ziekenfonds
dezelfde als het tarief dat overeengekomen is tussen de artsen en
de ziekenfondsen. In een aantal gevallen ligt de terugbetaling door
het ziekenfonds lager dan het tarief. Het deel dat je uit eigen zak
betaalt is het remgeld, of het persoonlijk aandeel. Het gedeelte dat
je boven op het tarief wordt aangerekend, is een ereloonsupplement.
Ereloonsupplementen worden veelal uitgedrukt in een percentage. Een
ereloonsupplement van 50 % betekent dat de patiënt zelf een bedrag
betaalt gelijk aan de helft van het overeengekomen tarief. Drie elementen
bepalen of er al dan niet ereloonsupplementen worden aangerekend.
Dit zijn het al dan niet verbonden zijn van de arts (geconventioneerd
of niet) , het type van de gekozen kamer, met name een meerpersoonskamer,
een tweepersoonskamer of een eenpersoonskamer en tenslotte het statuut
van de patiënt.
De ziekenfondsen sluiten geregeld akkoorden en overeenkomsten af met
de verschillende beroepsgroepen en instellingen uit de gezondheidszorg.
Daarbij worden onder meer tariefafspraken gemaakt. Elke arts kan het
akkoord en dus de tariefafspraken aanvaarden of verwerpen. De arts
die het akkoord onderschrijft, de verbonden geneesheer, verbindt zich
ertoe de in het akkoord opgenomen tarieven te hanteren.
De verbonden arts kan enkel ereloonsupplementen aanrekenen voor een
eenpersoonskamer behalve wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt
het verblijf in een eenpersoonskamer vereist of de dienst niet beschikt
over onbezette bedden in andere kamers of wanneer het een opname betreft
op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg buiten
de wil van de patiënt. De arts die het akkoord verwerpt, de niet-verbonden
geneesheer, stelt zijn tarieven zelf vast en kan dus ereloonsupplementen
aanrekenen. Er geldt geen algemeen opgelegd maximum voor ereloonsupplementen.
Elk ziekenhuis bepaalt zelf maxima per kamertype in overleg met de
artsen die er werken. Zoals reeds vermeld worden de maxima uitgedrukt
in een percentage ten aanzien van het verbintenistarief.
In bepaalde gevallen mogen er geen ereloonsupplementen aangerekend
worden. De niet-verbonden of niet-geconventioneerde arts kan ereloonsupplementen
aanrekenen voor een een-, twee- of meerpersoonskamer. Voor de twee
of meerpersoonskamer kan dit echter niet voor een groot aantal kwestbare
groepen zoals:
- WIGW's met voorkeurtarief en personen ten laste.
- Chronisch zieken (zorgforfait)
- Patiënten met incontinentieforfait
- Patiënten opgenomen in een dienst voor chronische zieken (Sp-dienst).
- Patiënten met een palliatief forfait
- Personen met voorkeurtarief die een leefloon, rentebijslag, gewaarborgd
inkomen voor bejaarden of een inkomensgarantie voor ouderen ontvangen
en personen ten laste.
- Langdurig werklozen (12 maand) van minimum 50 jaar en personen ten
laste.
- Kinderen met een handicap die verhoogde kinderbijslag genieten (met
voorkeurtarief) en personen ten laste.
- Personen die een tegemoetkoming voor gehandicapten ontvangen (inkomensvervangende
of integratietegemoetkoming) uitgezonderd categorie 3 en 4 van de
integratietegemoetkoming bij wie een vermindering werd toegepast voor
het inkomen van de partner en personen ten laste.
- Als het ziekenhuis niet beschikt over onbezette bedden in gemeenschappelijke
kamers.
- Als het een opname betreft op intensieve zorgen of spoedgevallenzorg
buiten de wil van de patiën.
Dr. Marc Du Bois 06/2003
Ik ben
reeds 2x geopereerd wegens ernstige rugproblemen en ben erkende invalide.
Ik heb altijd zwaar werk gedaan en denk dat dit werk de oorzaak is van
mijn rugproblemen. Kan mijn ziekte erkend worden als beroepsziekte?
Een beroepsziekte is moeilijk te definiëren,
omdat de schade soms pas lang na de blootstelling aan het risico duidelijk
wordt. Daarom is bij Koninklijk Besluit een lijst vastgelegd met vergoedbare
beroepsziekten waarvoor het slachtoffer geen bewijs moet leveren.
Op de lijst staan vooral ziekten waarvan reeds van vroeger het beroepsverband
werd aangenomen. Deze ziekten worden automatisch erkend. Rugproblemen
staan niet op deze lijst. België werkt echter ook met een open
systeem. Dit is een systeem zonder lijst. In dit systeem moet het
slachtoffer de blootstelling aan het risico bewijzen en het oorzakelijk
verband tussen een ziekte (die niet op de lijst staat). De ziekte
moet met andere woorden haar determinerende en rechtstreekse oorzaak
vinden in de beroepsuitoefening. Voor rugklachten moet je kunnen bewijzen
dat het werk en alleen het werk de rugklachten heeft veroorzaakt.
Erfelijke factoren, vrijetijdsbesteding enz. mogen dus niet aan de
basis liggen van de klachten. Pas als aan die voorwaarden zijn voldaan
kan je rugprobleem erkend worden als beroepsziekte.Wanneer je meent
dat je rugklachten werden veroorzaakt door het werk dat je hebt uitgeoefend
kun je aan de arbeidsgeneesheer, de behandeld geneesheer of de adviserend
geneesheer van het ziekenfonds vragen om een dossier in te dienen
bij het Fonds voor Beroepsziekten of hem vragen dat hij ten minste
de mogelijkheid hiertoe zou onderzoeken. Best zorg je ervoor dat alle
gegevens in verband met de blootstelling aan de risico's voor je rugproblemen
en in verband met de evolutie van de ziekte zorgvuldig worden bijgehouden.
De volledigheid en de juistheid van deze gegevens kunnen immers het
verschil maken tussen het al dan niet erkennen van je rugprobleem
als beroepsziekte. Indien je nog tewerk gesteld bent in de onderneming
worden de medische gegevens door de preventieadviseur of arbeidsgeneesheer
bijgehouden in een medisch dossier. De gegevens over de arbeidsomstandigheden
en de blootstelling aan risico's staan vermeld in de risico-evaluaties
van de werkposten
Wanneer je niet meer werkt in de onderneming is het zaak deze gegevens
op te vragen en samen te bewaren met de resultaten van eventuele verdere
medische onderzoeken. Je behandelende geneesheer of adviserend geneesheer
kan zo een volledig mogelijk medisch dossier bijhouden.
Het is belangrijk dat de aanvraag bij het Fonds voor Beroepsziekten
zo correct en volledig mogelijk gebeurt. De aanvraag tot schadeloosstelling
moet gebeuren door middel van de bij wet bepaalde formulieren: een
administratief deel 501 en een medisch deel 503. De aanvraag kan gebeuren
zowel bij gewone brief als onder aangetekende omslag. Het Fonds voor
Beroepsziekten kan bij de behandeling van het dossier bijkomende inlichtingen
vragen of je oproepen voor een medisch onderzoek. Indien je vragen
hebt in verband met de procedure kan je uiteraard steeds terecht bij
het ziekenfonds.
De erkenning van je ziekte als beroepsziekte door het Fonds voor Beroepsziekten
is belangrijk want je hebt zo recht op een aantal belangrijke vergoedingen
zoals een vergoeding voor tijdelijke en/ of blijvende arbeidsongeschiktheid.
Bij volledige tijdelijke ongeschiktheid is de vergoeding gelijk aan
90 % van het begrensd loon. De gezondheidszorgen die nodig zijn bij
een beroepsziekte worden uiteraard terugbetaald door het ziekenfonds.
Het Fonds voor Beroepsziekten past het persoonlijke aandeel bij. Dr.
M. Dubois
Wat is
hetreferentieterugbetalingssysteem voor geneesmiddelen?
Het referentieterugbetalingssysteem heeft als doel
het aantal voorgeschreven generische geneesmiddelen of generieken
te doen toenemen. Generieken zijn geneesmiddelen die dezelfde kwaliteit
en eigenschappen hebben als het duurdere merkgeneesmiddel waarvan
ze zijn afgeleid. Generieken zijn goedkoper dan de merkgeneesmiddelen.
In België bedraagt het prijsverschil minimaal 26%. Door de invoering
van het referentieterugbetalingssysteem vermindert de terugbetaling
van het merkgeneesmiddel waarvoor een generisch geneesmiddel bestaat.
De vermindering van de terugbetalingsbasis bedraagt maximum 26%. Zo
wordt het voor een patiënt interessanter om generieken te gaan
gebruiken.
Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk. Als een merkproduct 10
euro kost en behoort tot de terugbetalingscategorie B (75% terugbetaald)
dan is de prijs van het generisch geneesmiddel minimaal 26% goedkoper.
Het generiek kost dan maximaal 7,4 euro. Voor het merkgeneesmiddel
betaalde het RIZIV vroeger 7,5 euro terug (75%) en moest de patiënt
nog 2,5 euro (25%) ophoesten. Voor het generisch geneesmiddel betaalt
het RIZIV 5.55 (75%) euro terug, de patiënt moet 1.85 euro (25%)
zelf betalen. In het systeem van de referentieterugbetaling betaalt
het RIZIV ook voor het merkproduct 5.55 euro terug zoals voor het
generiek in de plaats van 7.5 euro zodat het bedrag dat de patiënt
zelf moet betalen 4,45 euro (10 euro-5.55 euro) bedraagt. Door het
referentieterugbetalingssysteem moet de patiënt voor het merkproduct
dus meer betalen dan vroeger nl. 4.45 euro tegenover 2.5 euro. De
patiënt heeft er dus alle belang bij om generische geneesmiddelen
te gebruiken.
Ben ik
als chronische pijnpatiënt in staat om met de wagen te rijden?
Het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 preciseert
de functionele stoornissen en aandoeningen die bepalen dat iemand
het recht verliest om een voertuig te besturen. Voor de bestuurders
van vrachtwagens, bussen en dergelijke zijn regelmatig medische onderzoeken
verplicht. Voor een rijbewijs voor een personenwagen volstaat het
om te verklaren dat je niet aan één van onderstaande
stoornissen of aandoeningen lijdt.
Vooreerst zijn er de neurologische stoornissen of aandoeningen van
het zenuwstelsel zoals multiple sclerose of de letsels veroorzaakt
door een cerebrovasculair accident (CVA), een heelkundige ingreep
op de hersenen of een schedelfractuur en een aantal stoornissen die
gevoelsverlies of verlies aan spierkracht geven. Bij de geestelijke
aandoeningen vermelden we ziekten die bewustzijnsverlies of gedragsstoornissen
veroorzaken. In het bijzonder willen we erop wijzen dat aan patiënten
die een ernstige depressie hebben een rijverbod kan opgelegd worden.
Patiënten met epilepsie worden in principe beschouwd als ongeschikt
om met een voertuig te rijden. Ze kunnen wel toestemming krijgen om
voor een bepaalde periode te rijden als ze hun behandeling goed volgen
en al een tijd crisisvrij zijn. Ook hartziekten zoals hartritmestoornissen,
de gevolgen van een hartinfarct en de behandeling van hoge bloeddruk
met bepaalde geneesmiddelen kunnen voor problemen zorgen.
Suikerziekte kan ook een reden zijn om niet geschikt bevonden te worden
voor het besturen van een motorvoertuig. Dit komt omdat de suikerziekte
een plots bewustzijnsverlies kan veroorzaken door een te lage suikerspiegel.
Bepaalde ernstige verwikkelingen van diabetes zoals zenuwaantasting
met hevige pijnen of gevoelloosheid kunnen eveneens een reden zijn
tot rijverbod.
Tenslotte vermelden we tevens dat doofheid met duizeligheid, ernstige
gezichtsstoornissen die onvoldoende gecorrigeerd werden en slaperigheid
ten gevolge van kleine ademhalingsstilstanden eveneens de geschiktheid
om te rijden in het gedrag kunnen brengen.
Belangrijk voor pijnpatiënten is het gebruik van sommige pijnstillers
die een invloed kunnen hebben op het psychisch niveau of op het zenuwstelsel.
Twijfel je aan de rol die een of andere aandoening of behandeling
kan hebben op je rijvaardigheid dan moet je beslist je arts raadplegen.
Een aandoening maakt iemand zelden automatisch ongeschikt om te rijden.
Meestal kan de arts een behandeling instellen of aanpassingen voorstellen
zodat de patiënt weer de weg op kan in alle veiligheid voor zichzelf
en de anderen.
Wat wordt
verstaan onder het "netto-gezinsinkomen" in de maximunfactuur
(MAF)?
De kernidee van de maximumfactuur of MAF is dat voor
elk gezin het jaarlijks totaal aan remgelden voor geneeskundige verzorging
geplafonneerd wordt in relatie tot hun inkomen. Per categorie is vastgelegd
tot welk bedrag de noodzakelijke gezondheidskosten maximaal mogen
oplopen. Deze remgeldplafonds liggen vast en de inkomensgrenzen worden
gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer. Er zijn 7 categorieën
bepaald naargelang het gezinsinkomen en het eventuele beschermde statuut.
Zo bedraagt bv. het remgeldplafond € 450 indien je een beschermd
statuut bv. WIGW hebt en voor lage inkomens tot € 14.178. Voor
inkomens tussen de € 14.178 tot € 21.796, de zogenaamde
bescheiden inkomens bedraagt het remgeldplafond € 650. Men moet
dus voor elk jaar afzonderlijk nagaan in welke categorie men valt,
en wat bijgevolg het geldende remgeldplafond is.
In principe wordt het netto-belastbaar inkomen (bruto-belastbaar minus
kosten) in rekening gebracht. Men houdt rekening met het inkomen van
het meest recente ingekohierde aanslagjaar (voorbeeld: maximumfactuur
2003 op basis van aanslagjaar 2001 en inkomsten 2000). De ziekenfondsen
kunnen deze gegevens bekomen ofwel bij het Ministerie van Financiën
ofwel uit je verklaring op eer.Het inkomen bestaat klassiek uit het
inkomen uit beroepsactiviteit, de inkomens van roerende en onroerende
goederen en van kapitalen en diverse inkomens. In de databank van
de fiscus zijn echter enkel de beroepsinkomens per persoon gekend.
De andere inkomens zijn steeds op niveau gezin gekend. Bovendien valt
de term 'gezin' zoals dit wordt begrepen door de fiscus (fiscaal gezin)
niet altijd samen met de term 'gezin' in de MAF. Om deze redenen moeten
de ziekenfondsen alle inkomens per individu kennen. Om dit te bereiken,
zal het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering alle
niet-gepersonaliseerde inkomens (fictief) aan de individuele rechthebbenden
toekennen en dit in verhouding tot het beroepsinkomen.
Een voorbeeld kan dit verduidelijken: nemen we dat het beroepsinkomen
van de man € 20.000 bedraagt en het beroepsinkomen van de vrouw
€ 5000. Andere inkomsten zijn inkomsten uit roerende goederen
aan € 2.500 en diverse inkomsten aan € 1.000. Het fiscaal
gezinsinkomen bedraagt dus € 28.500 en in de verhouding beroepsinkomen
wordt 80% (20.000/25.000) gerealiseerd door de man en 20% door de
vrouw (5.000/25.000). Van de niet-individualiseerbare inkomsten (€
2.500 roerende goederen en € 1000 diverse inkomsten) zal dan
80% (€ 2.800) aan de man toegewezen worden en 20% (€ 700)
aan de vrouw.Er zijn ook gezinsleden wiens inkomen niet is gekend,
zoals mensen met een stabiel, zeer laag inkomen die geen aangifteplicht
hebben. Voor deze gevallen voeren de ziekenfondsen een inkomensonderzoek
(via een verklaring op eer) met als referentiejaar het maximumfactuurjaar
min 3 jaren
Het is ook mogelijk dat je financiële situatie drastisch gewijzigd
is in vergelijking met het refertejaar m.a.w dat je gezinsinkomen
aanzienlijk verminderd is in vergelijking met het inkomen dat als
basis diende voor het berekenen van uw maximumfactuur (het inkomen
van de laatste belastingsaanslag). Indien je huidig inkomen kleiner
is dan € 14.178 kun je in bepaalde gevallen toch een snelle terugbetaling
aanvragen, via een verklaring op erewoord waarin je je huidige inkomen
aangeeft. Het gaat om gezinnen waarvan ten minste 1 persoon voldoet
aan één van de volgende voorwaarden :
· hun beroepsactiviteit hebben stopgezet;
· van bijdragen vrijgesteld waren in het raam van het sociaal
statuut van de zelfstandigen voor een periode van meer dan een kwartaal;
· gecontroleerd volledig werkloos zijn sedert ten minste 6
maanden;
· arbeidsongeschikt zijn sedert ten minste 6 maanden;
Het is onvermijdelijk dat een systeem van verklaringen op eer mogelijkheden
geeft tot misbruik. Daarom is ook een administratieve geldboete voorzien
van € 90 tot € 370 voor elke onrechtmatige toekenning van
rechten op basis van een valse verklaring. Bij recidief kan deze boete
verdubbelen.Dr. Marc Du Bois
Eind september 2004 werden
de specialiteiten op basis van het COX-2-selectief NSAID rofecoxib
(Vioxx®, VioxxDolor®) wegens een verhoogd risico van cardiovasculaire
accidenten teruggetrokken uit de markt. Deze beslissing volgde op
het bekend worden van de tussentijdse resultaten van de APPROVe-studie
(Adenomatous polyp prevention on Vioxx), een studie naar het effect
van rofecoxib (25 mg/dag) op het risico van heroptreden van darmpoliepen
bij patiënten. Bij de analyse na 18 maanden werd in de rofecoxibgroep
een verhoogd risico van ernstige cardiovasculaire accidenten (met
inbegrip van myocardinfarct en beroerte) gezien.
Reeds in 2001 was de mogelijkheid van een verhoogd risico van cardiovasculaire
accidenten met rofecoxib gesuggereerd.
Met de terugtrekking van rofecoxib rees de vraag of er ook voor
de andere COX 2-selectieve NSAID's zoals celecoxib (Celebrex®),
etoricoxib (Arcoxia®), parecoxib (Dynastat®), valdecoxib
(Bextra®) een verhoogd risico van cardiovasculaire accidenten
bestaat.
Eind 2004 werd op Europees niveau een herevaluatie van de COX-2-
selectieve NSAID's gestart. Het wetenschappelijk adviesorgaan van
het EMEA (European Medicines Agency), heeft gesteld dat het hartrisico
inderdaad een klasse-effect is van de COX-2-selectieve NSAID's.
Volgende maatregelen worden opgelegd in verband met de bijsluiters
van COX-2-selectieve NSAID's in België.
· Voor alle COX-2-selectieve NSAID's worden ischemisch hartlijden
(hartinfarct) en voorgeschiedenis van cerebrovasculair accident
(beroerte) als contra-indicaties in de bijsluiter toegevoegd.
· Voor etoricoxib (Arcoxia®) wordt daarenboven niet-gecontroleerde
hoge bloeddruk als contra-indicatie toegevoegd.
Het adviesorgaan raadt aan voorzichtig te zijn bij gebruik van COX-2-selectieve
middelen bij patiënten met risicofactoren voor hartlijden zoals
hoge bloeddruk, hoge cholesterol, diabetes, tabagisme, en perifeer
vaatlijden, en benadrukt het belang om de dosis zo laag mogelijk
en de behandelingsduur zo kort mogelijk te houden.
Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie acht
het zinvol de COX-2-selectieve NSAID 's enkel te gebruiken wanneer
een NSAID werkelijk nodig is bij een patiënt bij wie men
een hoog risico van gastro-intestinale verwikkelingen zoals maagbloedingen
vermoedt. Men mag daarbij echter niet vergeten dat de COX-2-selectieve
NSAID's misschien minder risico geven van gastro-intestinale verwikkelingen
zoals maagbloedingen, maar op dat gebied niet veilig zijn. Bij
patiënten die in aanmerking komen voor cardiovasculaire bescherming,
moet de inname van acetylsalicylzuur (bv. Aspirine) worden voortgezet
tijdens behandeling met een COX-2-selectief NSAID. Acetylsalicylzuur
( bv. Aspirine) verhoogt het risico van gastro-intestinale problemen
en hierdoor valt het voordeel van een grotere gastro-intestinale
veiligheid van een COX-2-selectief NSAID weg. Een voorgeschiedenis
van of een hoog risico voor cardiovasculaire incidenten is een
tegenaanwijzing voor hun gebruik.
Dr. Marc Du Bois
Mag ik met de wagen rijden
als ik morfine neem?
De Belgische wetgeving klasseert morfine als een categorie-III-geneesmiddel
dat de mogelijkheid tot het besturen van een voertuig sterk beïnvloedt.
Een persoon die gecontroleerd wordt langs de weg en die tekenen vertoont
van gestoord denken en concentratievermogen mag gevraagd worden om
een urinetest te ondergaan. De limietconcentratie in de urine is vastgesteld
op 300ng/ml vrije morfine. Wanneer deze test positief bevonden wordt
kan overgegaan worden tot een bloedtest. De toegelaten bloedconcentratie
is 20ng/ml vrije morfine. We moeten hier wel rekening houden met het
feit dat deze wetgeving voornamelijk is opgesteld met het oog op het
indijken van heroïneverbruik.
De wetgeving is naar letter en geest tegenstrijdig met de filosofie
rond het gebruik van morfine bij chronische pijnpatiënten en
hun maatschappelijke reïntegrate. Het zijn precies deze patiënten
voor wie stappen en het gebruik van het openbaar vervoer vaak moeilijk
is die zouden verbod krijgen om met de wagen te rijden, waardoor zij
een groot deel van hun autonomie verliezen. Uit onderzoek blijk immers
dat indien patiënten bij wie de chronische pijn gecontroleerd
wordt door middel van intrathecale morfinetoediening een urinetest
moeten afleggen de kans heel groot is dat zij strafbare concentraties
vrije morfine hebben.
Volgens de wetgevende macht zal slechts een urinetest uitgevoerd
worden wanneer de bestuurder tekenen toont van verminderde psychomotorische
functies zoals bij lopen op een rechte lijn en het aanraken van de
neus. De behandelende arts is wel verplicht om de patiënt degelijk
in te lichten omtrent de mogelijke invloed van de pijnbehandeling
op de psychomotorische en denkfuncties maar de verantwoordelijkheid
voor de daden op de openbare weg ligt bij degene die rijdt.
Parallel met de erkenning van chronische pijn als een ziekte op zich,
wordt ernaar gestreefd deze zo goed mogelijk onder controle te krijgen
en op die manier de levenskwaliteit van de patiënt te verbeteren.
De multidisciplinaire aanpak van pijnpatiënten speelt hierbij
een belangrijke rol omdat er ook aandacht geschonken wordt aan de
psychologische begeleiding, de gedragsmatige therapie en de revalidatie.
Een globale aanpak met een degelijke patiëntenvoorlichting laat
toe om de patiënt ook te begeleiden in zijn keuze om al dan niet
een wagen te besturen.
Er bestaat geen zwart-wit antwoord op de vraag of de patiënt
die opioïden gebruikt veilig een wagen kan besturen. De wetenschap
kan dan wel bewijzen leveren waarbij duidelijk aangetoond wordt dat
opioïdengebruik bij de meerderheid van de patiënten de rijvaardigheid
niet beïnvloedt, toch is er steeds de 20 tot 30% van de patiënten
bij wie dit wel het geval is. Een individuele benadering blijft ook
hier de gouden regel.
Dr. Marc Du Bois
terug naar de vragen
Ik vernam dat er in 2006
wijzigingen zijn doorgevoerd in het systeem van de maximale factuur.
Kan je deze toelichten?
De maximumfactuur (of MAF) is een maatregel van de overheid die
er tracht voor te zorgen dat geneeskundige verzorging voor iedereen
betaalbaar blijft. Zodra alle remgelden die je betaalde voor geneeskundige
verzorging een bepaald grensbedrag bereiken, worden je uitgaven
boven dat bedrag volledig vergoed. Dat grensbedrag varieert naar
gelang van het type MAF dat op je situatie van toepassing is.
In beginsel maakt men onderscheid tussen drie soorten MAF :
1) de sociale MAF
De maximumfactuur wordt bepaald op grond van de sociale categorie
waarin je valt. Het gezin moet daadwerkelijk 450 euro aan persoonlijke
aandelen hebben betaald (grensbedrag) , én het gezin moet
ten minste één lid hebben met ofwel het 'WIGW-statuut',
of het bestaansminimum, of het gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
Werklozen, ouder dan 50 jaar die sinds ten minste een jaar volledig
werkloos zijn en die de verhoogde verzekeringstegemoetkoming genieten,
personen die bij hun ziekenfonds als 'mindervalide' gerechtigde
zijn ingeschreven op grond van een medische erkenning en die de
verhoogde verzekeringstegemoetkoming genieten en personen die een
tegemoetkoming voor gehandicapten genieten zijn de andere categorieën
voor de sociale MAF.
2) de MAF bescheiden inkomens
Het grensbedrag wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen en
wordt door de ziekenfondsen uitgevoerd. Voor de leden van een gezin
waarvan het netto jaarinkomen tussen 0 en 13.730,98 euro ligt is
het grensbedrag aan persoonlijke aandelen 450 euro. De leden van
een gezin waarvan het netto jaarinkomen tussen 13.730,98 euro en
21.108,82 euro ligt is het grensbedrag aan persoonlijke aandelen
650 euro. Kinderen die op 1 januari van het jaar waarin de MAF wordt
toegekend, jonger zijn dan zestien jaar en die daadwerkelijk 650
euro aan persoonlijke aandelen hebben betaald, kunnen individueel
in aanmerking komen voor de MAF.
3) fiscale MAF
De maximumfactuur wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen en
wordt door de belastingadministratie uitgevoerd. Alle fiscale gezinnen
in België komen in aanmerking voor de fiscale MAF. Dat is zo
wanneer zij een bedrag aan persoonlijke aandelen hebben betaald
dat hoger is dan het referentiebedrag dat op hen van toepassing
is, rekening houdende met hun netto jaarinkomen.
Sinds 2006 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd :
o De fiscale MAF voor hogere inkomens verdwijnt. De terugbetaling
boven het plafond van een gezinsinkomen vanaf 22.253,86 euro wordt,
net zoals voor de lage en bescheiden inkomens, voortaan uitgevoerd
door het ziekenfonds.
o Voor de MAF van 2006 worden aan het plafondbedrag een aantal kosten
toegevoegd:
Vergoedbare magistrale bereidingen en de afleveringsmarge van implantaten
(maximum 148,74 euro) worden meegeteld als remgelden voor het bereiken
van het grensbedrag
o Het remgeldplafond van 2.500 euro voor gezinnen met de hoogste
inkomens valt weg. Een gezin dat voorheen 2.500 euro aan remgelden
moest hebben betaald voor het een terugbetaling kon genieten, moet
nu nog slechts 1.800 euro aan remgelden betalen.
o De sociale MAF geldt enkel voor het gezinslid met verhoogde tegemoetkoming,
de partner en hun personen ten laste. Andere personen, al dan niet
verwant, die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn, genieten niet
meer automatisch de sociale MAF. Dat kan enkel als ze zelf recht
hebben op de verhoogde tegemoetkoming.
Dr. Marc Du Bois
|