WETGEVING EN SOCIALE VOORZIENING |
Deze informatie
is een samenvatting van de teksten uit de officiële mededelingen. Zoals altijd
gebeuren er door deze instanties soms aanpassingen en veranderingen die soms niet
door ons tijdig opgemerkt worden. Dit ondanks,
het feit, dat wij altijd zullen trachten deze info up-to-date te houden. |
|
|
1. Chronisch zieken
2. Medische bijstand (voor mensen die instaan voor de verzorging van een patiënt)
3. Palliatief verlof (voor mensen die een palliatieve patiënt bijstaan)
4. Tussenkomst voor medische hulpmaterialen
5. Het Fonds voor Beroepsziekten (in geval van een beroepsziekte)
6. Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van personen met een handicap
7. Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
8. Verhoogde tegemoetkoming
9. Minder Mobielen Centrale
10. Tegemoetkoming bij overlijden
11. Derde betalersregeling
12. Ziekenfondsen
13. OCMW
14. Sociale huisvesting
15. Palliatieve consultatie gratis
16. Riziv betaalt geneesmiddelen Alzheimer terug
17. Vioxx ook terugbetaald voor reumatoïde artritis
18. Medicatie: hoger remgeld voor geneesmiddelen in grote verpakkingen(01/2003)
19. Verhoogde kinderbijslag (01/2003)
20. Geneesmiddelen Enbrel en Mabcampath terugbetaald vanaf 1 februari 2003
21. Materiaalsupplementen in ziekenhuizen worden beperkt
22. Pilootproject voor de behandeling van rugklachten
23. Betere terugbetaling voor haarprothesen
24. Vlaams Fonds: al de dienstverlening van het Vlaams Fonds (Pdf formaat - 28 blz)
|
|
1.1. Het leefloon
2. Euthanasiewet
3. Globaal Medisch Dossier (GMD)
4. De zorgverzekering
5. Psychiatrische zorg goedkoper
6. Hogere uitkeringen voor invaliden en mensen met een handicap vanaf 2003
7. Maximumfactuur
8. Bijzonder solidariteitsfonds
9. Chronisch vermoeidheids-syndroom: referentiecentra
10. Bijverdienen bij uitkering arbeidsongeschiktheid
11. Verhoogde kinderbijslag voor werklozen, invaliden en gepensioneerden: kwartaalrecht
12. Uitbreiding van de maximumfactuur Het laatste nieuws over de MAF: klik hier(03/2003)
13. Wet betreffende de rechten van de patiënt (pdf-formaat) of een verkorte samenvatting
14.Verzekeraars mogen chronische zieken/handicap niet langer discriminineren vanaf 2003
15. Arbeidsongeschikt en deeltijds werken bij loontrekkenden
16. Verzekeringen: stand van zaken (01/2003)
17. Patiëntenrechten: stand van zaken (01/2003)
18. 100.000 ernstig zieke of gehandicapte mensen krijgen extra voordelen zonder papierwerk
19. Nieuwe regeling voor parkeerkaarten(01/03/2003)
20. Amateursport wordt via de verplichte ziekteverzekering beschermd tegen sportongevallen.
21. Grensbedrag verhoogd voor de partner van een arbeidsongeschikte werknemer
22. Sociaal statuut voor de meewerkende echtgenoten
23. Onmiddelijke belasting op de uitkeringen voor arbeidsongeschikte werknermers (Nieuw)
23. Beroepsziekten (Nieuw)
24. Menselijke schade en verkeersongeval (Nieuw)
25.Nieuwe regeling verhoogde kinderbijslag voor kinderen van mindervaliden 01/2005 (Nieuw)
Forfaitaire tussenkomst van 247,89 Euro
Voorwaarden:
· recht hebben op de verpleegkundige zorgen thuis volgens het forfait B of C gedurende ten minste drie maanden.
· recht hebben op een verhoogde tussenkomst voor kiné bij een zware pathologie voor de duur van ten minste zes maanden na akkoord van de dokter.
· genieten van een verhoogde tegemoetkoming voor gehandicapte kinderen.
· recht hebben op een tegemoetkoming aan personen met een handicap.
· recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming voor bejaarden.
· een tegemoetkoming krijgen voor hulp van een derde.
· genieten van een invaliditeitsuitkering of uitkering voor primaire ongeschiktheid, toegekend door een ziekenfonds voor de hulp van een derde.
Bijkomende inlichtingen bij Uw ziekenfonds
Tussenkomst van 431,61 Euro /maand, voor een volledige onderbreking. Ook een gedeeltelijke onderbreking is mogelijk.
Inlichtingen
Bestuur van de RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
Tel.: (02) 515 46 47
URL: http://www.rva.fgov.be
Aanvullende info: http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/werk/primkort.htm (21/12/04)
Tussenkomst van 505,70 Euro voor de periode van 1 maand (1 x verlenging mogelijk) Inlichtingen
Bestuur van de RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
Tel.: (02) 515 46 47
URL: http://www.rva.fgov.be
5.Op welbepaalde medische hulpmiddelen kan men als chronisch pijnpatiënt een BTW-vermindering krijgen. Deze vermindering gaat van 21 % naar 6 %. Deze regeling is van toepassing op oa. anti-decubitus-materiaal, aërosols of inhaleringstoestellen, pompen voor pijnbestrijding, allerhande hulpmiddelen voor slechtzienden enz...Inlichtingen
Voor bijkomende inlichtingen kan men zich eerst best wenden tot Uw ziekenfonds.
· Vergoeding in de kosten voor gezondheidszorg
· Vergoeding voor werkonbekwaamheid: verschillende tussenkomsten zijn mogelijk, afhankelijk van de situatie van de patiënt (definitieve of tijdelijke werkonbekwaamheid).
· Vergoeding voor overplaatsing uit het schadelijke milieu.
· Vergoeding indien de beroepsziekte leidt tot een overlijden.
Inlichtingen
Fonds voor Beroepsziekten
Sterrenkundelaan 1
1030 Brussel
Tel.: (02) 226 62 11
Email: secr@fmp-fbz.fgov.be
Voorwaarden:
· Stoornis: is de afwezigheid of beperking van een lichamelijke, geestelijke functie of structuur. Leidt ze tot een beperking op het vlak van normale menselijke activiteiten.
· Langdurige beperking: deze stoornis moet van een langdurige aard zijn. Daarenboven moet deze, een bepaalde graad van ernst, hebben om te leiden tot een handicap zoals bepaald in de beslissing.
· Leeftijd van inschrijving: men dient jonger te zijn dan 65 jaar op het moment van de aanvraag.
· Verblijfsvoorwaarde: men moet effectief in België verblijven: ofwel ononderbroken tijdens de laatste 5 jaar, ofwel gedurende in totaal 10 jaar in de loop van heel zijn leven
Het doel hiervan:
· individuele materiële bijstand te bekomen
· opleiding en tewerkstelling bevorderen
· opvang, de behandeling en begeleiding in aangepaste, collectieve voorzieningen en meerdere diverse vormen van dienstverlening waardoor de persoon met een handicap in zijn eigen omgeving kan blijven.
Inlichtingen
Sterrenkundelaan 30
1210 Brussel
Tel.: (02) 225 84 11
Fax: (02) 225 84 05
· Uitkeringen voor mensen met een handicap jonger van 25- 65 jaar.
· Sociaal telefoontarief
· Parkeerkaart
· Vrijstelling dragen van de veiligheidsgordel
· Maatregelen voor het besturen van voertuigen
· Vermindering van registratiekosten
· Enz...
Inlichtingen
Administratief Centrum Kruidtuin
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 1
1000 Brussel
02/528.60.11
URL: http://socialsecurity.fgov.be
Betere en meer tussenkomsten voor medicijnen en gezondheidszorgen. Lager remgeld in geval van een opname in een hospitaal.
De voorwaarden:
· personen die een bijdrage ontvangen van een OCMW, genieters van het bestaansminimum of personen aan wie het OCMW een bijdrage verleent die volledig of gedeeltelijk door de staat wordt gedragen
· personen die genieten van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden
· personen die genieten van een uitkering verleent voor gehandicapten
· personen die genieten van verhoogde uitbetaling van de kinderbijslag
Meer info verkrijgbaar bij Uw ziekenfonds.
De Minder Mobielen Centrale wil mensen vervoeren met een beperkt inkomen die problemen ondervinden om zich te verplaatsen. Meestal gaat het om mensen die vanwege leeftijd/ziekte geen gebruik meer kunnen maken van het openbaar vervoer. Een inkomensgrens is bepaalt:maximum twee keer het bestaansminimum, dit vermijdt oneerlijke concurrentie met de vervoersmaatschappijen.
Inlichtingen te bekomen bij het OCMW van uw verblijfsplaats
Er is een tegemoetkoming voorzien in geval van overlijden, door de verplichte ziekteverzekering.
In geval dat:
· een titularis/gerechtigde die recht heeft op een rustpensioen of voortijdig pensioen in hoedanigheid van gesalarieerd werknemer.
· een titularis/gerechtigde met recht op uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid.
· een titularis/gerechtigde die recht heeft op een rustpensioen of een invaliditeitsuitkering in hoedanigheid van mijnwerker.
De uitbetaling gebeurt door Uw ziekenfonds.
Manier van betaling voor gezondheidszorgen. De verzekeraar waarbij U is aangesloten betaalt direct de tussenkomst zoals vastgelegd in het kader van de verplichte verzekering aan de verzorgingsinstelling. De patiënt betaalt enkel het remgeld.
Voorwaarden:
· personen die genieten van het bestaansminimum;
· personen die genieten van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
· personen die genieten van de verhoogde tegemoetkoming
· personen die genieten van een uitkering voor gehandicapten;
· en volledig werklozen bij 6 opeenvolgende maanden.
Afhankelijk van het ene ziekenfonds tot het andere ziekenfonds zijn er tussenkomsten voorzien bij oa;
· Hospitalisatie
· patiëntenvervoer
· De thuiszorg
· Een verblijf in een herstelverblijf
· De palliatieve zorgen
· Een overlijdensvergoeding
· Diverse medische en paramedische hulpmaterialen.
· oa. materiële hulp: bv. geldelijke steun, thuismaaltijden....
· Instellingen en meerdere diensten: bv. thuiszorg, maaltijden aan huis, rust- en verzorgingstehuizen, enz.
15.Men kan bij de VHM via haar koopmaatschappijen voordelig lenen voor de aankoop van bv; een nieuw gebouwde of gerenoveerde sociale woning (inclusief grond).
Bij de aankoop van bv; een sociale woning kan 100 % van de prijs van de woning (inclusief BTW) en de grond (exclusief registratierechten) geleend worden.
Bovendien kunnen leningen van de provincie voor deze verrichting voor 100 % voorafgefinancierd worden. Daarboven zijn ook leningen mogelijk voor de aankoop en renovatie van een woning of het bouwen van een nieuwe woning. Deze rentevoeten kunnen schommelen.
Als de lening bestemd is voor een renovatie, een verbetering of een aanpassing van je eigen woning mag het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van het huis niet hoger zijn dan 1 487,36 Euro.
In geval van een aankoop en een renovatie moet de woning te minste 30 jaar oud zijn. Looptijd van de lening bedraagt 20 jaar (uitzonderlijk 25 of 30 jaar).
De lening moet terugbetaald zijn op het ogenblik dat de jongste lener 75 jaar wordt. Inlichtingen
Vlaams Huisvestingsmaatschappij
Koloniënstraat 40
1000 Brussel
Tel.: (02) 505 45 45
Fax: (02) 505 42 06
Email: info@vhm.be
URL: http://www.vmsw.be
16. Riziv betaalt geneesmiddelen Alzheimer terug.(30/04/2002)Palliatieve patiënten moeten voor een consultatie van hun huisarts bij hen thuis of in het ziekenhuis niet meer betalen. Dat heeft minister van Sociale Zaken Vandenbroucke bekend gemaakt. De regeling is in werking vanaf 1 juli en geldt enkel voor patiënten die niet meer kunnen genezen en en een levensverwachting hebben van minder dan 3 maanden. Eigenlijk gaat het om 3 nieuwe maatregelen. 1) Het remgeld voor een huisbezoek van een huisarts aan een palliatieve patiënt, wordt voor de patiënt volledig geannuleerd en komt ten laste van de ziekteverzekering. Het remgeld voor het bezoek bij de zieke thuis door een erkende huisarts bedraagt momenteel 1,63 euro voor de verzekerde met een verhoogde tegemoetkoming (WIGW-statuut) en 7,15 euro voor rechthebbenden zonder voorkeurregeling. 2) Dezelfde regeling geldt vanaf 1 juli voor patiënten die opgenomen zijn in een palliatieve eenheid van het ziekenhuis (of eraan verbonden) en daar het bezoek ontvangen van hun huisarts. Dit remgeld bedraagt nu 2,13 euro voor rechthebbenden met een verhoogde tegemoetkoming en 5,33 euro voor rechthebbenden zonder voorkeurregeling. 3) Tegelijkertijd wordt ook een betere vergoeding ingevoerd voor de ziekhuisartsen die de palliatieve patiënten verzorgen. * Ten eerste wordt het aantal dagen waarop de ziekenhuisartsen hogere toezichtshonoraria mogen aanrekenen als het gaat om patiënten die verblijven op een palliatieve eenheid verhoogd van 21 dagen naar 28 dagen. * Ten tweede worden deze dagen pas geteld vanaf de opname in de palliatieve eenheden en niet langer vanaf de eerste dag opname in het ziekenhuis.
Het Riziv gaat 3 geneesmiddelen ivm de ziekte van Alzheimer en 2 geneesmiddelen voor reumatoïde artritis (RA) terugbetalen. Op dit ogenblik wordt nog geen enkel geneesmiddel tegen Alzheimer terugbetaald.17. Vioxx ook terugbetaald voor reumatoïde artritis
Voor reumatoïde artritis gaat het om twee innovatieve medicijnen. De terugbetaling van de middelen zal naar schatting 50 miljoen euro extra kosten in 2003. Ons land telt ongeveer 80.000 Alzheimerpatiënten en ongeveer evenveel mensen die lijden aan reumatoïde artritis, de zwaarste vorm van reuma.
terug naar overzicht
18. MEDICATIE: HOGER REMGELD VOOR GENEESMIDDELEN IN GROTE VERPAKKINGEN30/08/02 - Het ontstekingsremmend geneesmiddel Vioxx wordt vanaf 1 september 2002 ook terugbetaald voor de behandeling van reumatoïde artritis. Voorheen kon het enkel voorgeschreven worden voor artrose. Door de terugbetaling zullen patiënten de prijs van een verpakking voor één maand zien dalen van 42,5 naar 9,8 euro.
WAT?Vanaf 1 januari 2003 komt er een hoger remgeldplafond voor een aantal geneesmiddelen die in grote verpakkingen verkocht worden. Het gaat over de geneesmiddelen waarvoor de patiënt momenteel een vast bedrag betaalt, dat bij een grote verpakking niet of bijna niet verschilt van het bedrag voor de kleine. De maatregel moet de ziekteverzekering 8,5 miljoen euro opleveren. Wanneer een patiënt een terugbetaald geneesmiddel koopt bij de apotheker, betaalt hij of zij maar een bepaald percentage van de werkelijke kostprijs, het remgeld. De hoogte van dit percentage hangt af van de categorie waarin het geneesmiddel is ondergebracht, en van het sociaal statuut van de patiënt. Voor weduwen, invaliden, gehandicapten en wezen (WIGW's) is het percentage lager. Voor dure geneesmiddelen is er een plafond ingebouwd om te voorkomen dat de prijs oploopt. Wanneer het remgeld voor een kleine verpakking het plafond bereikt, dan zal het remgeld voor een grote verpakking ook het plafond bereiken. Beide verpakkingen kosten evenveel voor de patiënt. De ziekteverzekering draait op voor het prijsverschil. Dit kan er voor zorgen dat de arts start met een 3 maandenverpakking bij nieuwe behandeling. Als de patiënt de therapie stopzet door nevenwerkingen of andere is de rest van de verpakking verspild. De regering wil deze verspilling tegengaan. De plafonds voor grote verpakkingen van B geneesmiddelen worden verhoogd. Voor C geneesmiddelen verandert er niets. De verhoging maakt enkel de dure geneesmiddelen uit grote verpakkingen duurder. Het zal een meerkost betekenen voor mensen met een chronische ziekte of handicap die veel geneesmiddelen gebruiken.
Bron:VPP HTTP://WWW.VANDENBROUCKE.FGOV.BE/NIEUWS.HTM)
19. VERHOOGDE KINDERBIJSLAG
HET SYTEEM VAN VERHOOGDE KINDERBIJSLAG VOOR ZIEKE EN GEHANDICAPTE KINDEREN WORDT
VANAF 1 APRIL 2003 GRONDIG HERVORMD
22. Geneesmiddelen Enbrel en Mabcampath terugbetaald vanaf 1 februari 2003Het nieuwe systeem is een radicale breuk met het verleden. In het oude systeem moest een kind minstens 66% 'ongeschikt' zijn om recht te hebben op de extra kinderbijslag. Als het kind een ongeschiktheid had van minder dan 66%, kreeg het helemaal niets. Dit alles of niets principe wordt afgeschaft omdat het juist die kinderen uitsluit die veel baat hebben bij passende begeleidingsmaatregelen die de zelfredzaamheid bevorderen. Er wordt niet meer alleen rekening gehouden met de ziekte op zich maar ook met de gevolgen die de ziekte heeft voor het kind en het gezin. Er wordt nagegaan wat de weerslag is van de ziekte op de opleidingskansen, de communicatie, de mobiliteit en de zelfverzorging van het kind. Ook de familiale belasting wordt geëvalueerd zoals behandelingen thuis of aanpassingen aan de omgeving. De beoordeling gebeurt in de toekomst op basis van drie elementen: 'ongeschiktheid' (pijler 1), 'participatie van het kind' (pijler 2) en 'familiale belasting' (pijler 3). Op deze drie pijlers kunnen in totaal 36 punten gescoord worden. Als het totaal aantal punten minimum 6 bedraagt of als 4 punten worden toegekend op ongeschiktheid (wat overeenstemt met de momenteel gehanteerde 66%), komt het kind in aanmerking voor verhoogde kinderbijslag. De bedragen variëren van 64 euro (bij 6 punten) tot 424 euro (bij meer dan 20 punten) per maand.Deze hervorming zou in een latere fase veralgemeend worden tot alle leeftijdsgroepen. Dit heeft als gevolg dat het aantal kinderen dat verhoogde kinderbijslag krijgt, zal verdubbelen. Verder zouden ruim 80% van de kinderen die vandaag het hoogste bedrag krijgen (de zogenaamde categorie 3) meer krijgen. Zij komen terecht in de nieuwe categorieën 5 (398 euro) en 6 (424 euro). Het vernieuwde systeem wordt in fasen ingevoerd. In een eerste fase komen enkel de kinderen in aanmerking die op het moment van de invoering jonger zijn dan 7 jaar (geboren na 1/1/1996). Als het nieuwe systeem onmiddellijk voor alle kinderen zou toegepast worden, zou de kostprijs van het stelsel sterk oplopen. Bij de invoering wordt erover gewaakt dat niemand achteruit gaat. Kinderen behouden minstens hun huidige kinderbijslag voor minimaal drie jaar. De groep van de kinderen met de zwaarste handicaps (huidige categorie 1) wordt sterk bevoordeeld in het nieuwe stelsel: 80 % krijgt meer. Voor de andere categorieën zal de invoering een besparing meebrengen.Bron: VPP (01/2003)
21. Materiaalsupplementen in ziekenhuizen worden beperktVanaf 1 februari 2003 worden de geneesmiddelen Enbrel en Mabcampath terugbetaald aan de patiënten. Voor Enbrel moet de patiënt nog 9,90 euro per verpakking betalen (WIGWs 6,60 euro). Het remgeld wordt opgenomen in de Maximumfactuur. Mabcampath wordt volledig gratis voor de patiënt. Dat heeft minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke beslist in een Ministerieel Besluit van 20 januari 2003. Enbrel werd al sinds 1 juli 2002 terugbetaald voor kinderen tussen 4 en 18 jaar. Vanaf 1 februari wordt de terugbetaling uitgebreid naar alle patiënten.Enbrel wordt gebruikt voor de behandeling van reumatoïde artritis, die niet voldoende onder controle te krijgen is met een klassieke therapie. De terugbetaling kan enkel als de adviserende geneesheer van het ziekenfonds de aanvraag door een geneesheer-specialist in de reumatologie goedkeurt. Eén van de criteria is dat andere behandelingen niet goed genoeg werken.
Een doos Enbrel (25 mg) kost 595 euro. Hiervan moet de patiënt dus nog maar een klein deel
(€ 9,90/€ 6,60) zelf betalen, de rest wordt betaald door het Riziv.
Naar schatting komen zon 1875 patiënten per jaar voor behandeling met Enbrel in aanmerking.
De nieuwe maatregel heeft geen grote budgettaire implicaties omdat het geneesmiddel Remicade voor deze aandoening reeds terugbetaald werd. Mabcampath wordt volledig terugbetaald voor de behandeling van patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL, een vorm van bloedkanker), die onvoldoende respons vertoonden op de standaardbehandeling voor deze aandoening. De werkingswijze van Mabcampath verschilt zeer sterk van die van de andere chemotherapieën.
Een doos Mabcampath kost 1305 euro. De hele behandeling met Mabcampath kost ongeveer 11.000 euro per patiënt. Het gaat om ongeveer 31 patiënten per jaar. Geschat wordt dat de globale kosten voor het RIZIV op jaarbasis kunnen oplopen tot 343.058 euro. Daaraan moeten de toedieningskosten, de opvolgingskosten en de eventuele hospitalisaties worden toegevoegd.Persbericht Frank Vandenbroucke van 31 januari 2003
22. Pilootproject voor de behandeling van rugklachtenZiekenhuizen kunnen vanaf 1 april niet zomaar meer bijkomende kosten (supplementen) aanrekenen voor het gebruik van materialen. Voor de meeste materialen wordt het vragen van supplementen gewoonweg verboden: zij moeten betaald worden met de globale ligdagprijs. Voor twee soorten van materiaal mag er wel nog een supplement gevraagd worden: er zal een lijst met ingrepen worden opgesteld waarbij endoscopisch materiaal (voor kijkbuisoperaties) en viscerosynthesemateriaal (voor het dichtkleven van wonden) aangerekend mag worden. Deze materialen worden bij deze ingrepen door de ziekteverzekering voor 10% terugbetaald. Het remgeld van 90% ten laste van de patiënt zal worden meegeteld in de maximumfactuurDr.Marc du Bois 06/2003
23. Betere terugbetaling voor haarprothesenVerpleegkundigen die nu arbeidsongeschikt worden door rugklachten krijgen op dit moment enkel een ziekte-uitkering. Met het nieuwe project kunnen zij bijkomend 250 euro krijgen voor hun verplaatsingskosten als zij zich, tussen de vierde en de zesde week arbeidsongeschiktheid, laten behandelen in een revalidatiecentrum. Het centrum moet erkend zijn door het Fonds voor Beroepsziekten. De behandeling in het erkend centrum valt ten laste van de ziekteverzekering en het Fonds. Als de verhoopte reïntegratie toch niet zou kunnen plaatsvinden, dan doet het Fonds een voorstel tot definitieve verwijdering uit het risicomilieu. Men zoekt bijvoorbeeld een andere, lichtere post in het ziekenhuis. Als de verpleegkundige zich definitief verwijdert uit het risicomilieu, dan krijgt hij of zij een vergoeding ter waarde van 3 maal zijn of haar maandloon. Per verpleegkundige die 250 euro krijgt, wordt er daarnaast een bedrag van 250 euro uitgetrokken voor de financiering van het overleg tussen het erkend centrum waar de behandeling plaatsvindt en de werkgever en /of arbeidsgeneesheer en /of organen voor preventie op het werk, wanneer de verpleegkundige terug ingeschakeld is. Het pilootproject zal starten in ziekenhuizen, zowel private als publieke. Het project wordt na de pilootfase (1 jaar) geëvalueerd en eventueel uitgebreid naar andere sectoren waar werknemers kampen met dezelfde problemen. Om dit pilootproject te realiseren, zijn echter aanpassingen nodig in de wetgeving. Men schat dat dit project ten vroegste begin 2004 van start kan gaan.Dr.Marc du Bois 06/2003
1. Het leefloonSinds 1 maart 2003 hebben patiënten die tijdelijk kaal zijn ten gevolge van chemotherapie recht op een tussenkomst van 120 euro voor de aankoop van een pruik. Vroeger was dit 90 euro. Ook patiënten met haaruitval van meer dan 30% krijgen een tussenkomst van 180 voor pruiken die ze sinds 1 januari 2002 gekocht hebbenDr.Marc du Bois 06/2003
WETGEVING
WAAROM IS ER EEN LEEFLOON?2. Euthanasiewet
Het leefloon maakt deel uit van een nieuwe aanpak : die wil dat iedereen de beste kansen krijgt om zich thuis te voelen in onze samenleving. Een nieuwe opleiding of een werk dat je graag doet kunnen daarbij helpen. Wie werkt, komt immers onder de mensen. Het leefloon is méér dan alleen maar geld voor mensen zonder inkomen. Het gaat om veel meer dan het vroegere bestaansminimum. De nieuwe leefloonwet biedt kansen op opleiding, werk en beleiding. HOE WERKT HET?
Een leefloon moet je vragen aan het OCMW van je gemeente. Als je recht hebt op een leefloon, kan je toch ook kiezen voor een opleiding, een aangepast beroep of een andere nuttige activiteit. Samen met de mensen van het OCMW zoek je uit welke nieuwe weg je kan inslaan. BEN JE JONGER DAN 25?
Dan gaat er extra aandacht naar jou. Je krijgt alle kansen om een opleiding te volgen, werk te vinden of zelfs om terug naar school of de unief te gaan. Als je wil word je ook persoonlijk begeleid. VERHOOGDE UITKERINGEN
Het leven wordt duurder. Ook de maatschappij verandert. Daarom werd het leefloon verhoogd. Het houdt er rekening mee of je alleen bent, kinderen hebt, enz. Kortom, met jouw persoonlijke toestand. VANAF WANNEER?
Vanaf 1 oktober 2002 treedt de nieuwe leefloonwet in voege. Loop even langs bij het OCMW van je gemeente. Je kan er je wensen en problemen, je rechten en plichten bespreken. Zo heb je meer kansen dat het lukt. Voor meer inlichtingen kun je het best terecht bij het OCMW van je gemeente of stad
terug naar overzicht
De Kamer heeft de euthanasiewet goedgekeurd. België is daarmee na Nederland het tweede land in Europa waar euthanasie is toegestaan. Het wetsvoorstel werd aangenomen met 86 tegen 51 stemmen en tien onthoudingen. De Senaat heeft het wetsvoorstel vorig jaar al goedgekeurd. Aan de euthanasiewet, die de bestaande praktijk bekrachtigt, is twee jaar discussie voorafgegaan. Volgens de wet kunnen alleen meerderjarigen, dat wil zeggen mensen vanaf 18 jaar, een verzoek om euthanasie indienen bij een arts. De arts mag alleen ingaan op het verzoek als de medische toestand van de patiënt uitzichtloos is en als hij ondraaglijk fysiek of psychisch lijdt. Wanneer de patiënt niet stervende is moet een tweede arts worden geraadpleegd. Tussen het ontvangen van het euthanasieverzoek en het uitvoeren ervan moet de arts een wachtperiode van een maand in acht nemen3.Globaal Medisch Dossier (GMD)
terug naar overzicht
Vanaf woensdag 1 mei 2002 kan iedereen bij de huisarts een Globaal Medisch Dossier (GMD) laten aanmaken. Dit systeem bestond al voor 50-plussers en wordt nu uitgebreid naar de hele bevolking. De patiënt met een GMD geniet een remgeldvermindering van 30 procent voor elke raadpleging bij een huisarts. Enkel voor chronische zieken of patiënten van 75 en ouder geldt die vermindering ook bij een huisbezoek. Door het openen van een medisch dossier worden patiënten ertoe aangezet om zich met al hun medische problemen in de eerste plaats tot hun huisarts te wenden om op die manier overbodige onderzoeken of tegenstrijdige behandelingen te voorkomen. De remgeldvermindering voor huisartsraadplegingen geldt momenteel ook wanneer de geconsulteerde huisarts niet degene is die het dossier van de patiënt beheert. Minister Vandenbroucke wil deze 'korting' in de toekomst gekoppeld zien aan de "vaste huisarts", die het dossier beheert. Daar zien echter de artsensyndicaten echter geen heil in.4. De zorgverzekering
terug naar overzicht
Wat moet je doen als je denkt in aanmerking te komen voor erkenning als zwaar zorgbehoevende? De Zorgverzekering is gericht op ZWAAR zorgbehoevenden. Het gaat om mensen die veel hulp nodig hebben bij heel wat activiteiten van het dagelijks leven. Ze kunnen zich niet alleen wassen en kleden; ze zijn afhankelijk van anderen of van hulpmiddelen om te eten, zich te verplaatsen, naar het toilet te gaan. Uw ziekenfonds zet al haar ervaring in om het dossier van de leden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, snel in orde te brengen. Wil je erkend worden als zwaar zorgbehoevende in de zorgverzekering en tegemoetkomingen genieten, dan moet je bij Uw ziekenfonds/zorgkas een aanvraag indienen. Je zal moeten aantonen dat je zwaar zorgbehoevend bent. Dit kan je op twee manieren. Als je in het kader van een andere reglementering reeds erkend bent als zwaar zorgbehoevend, dan aanvaardt de zorgverzekering, in een aantal situaties, deze erkenning ook als erkenning binnen de zorgverzekering. Het volstaat dan het attest van je erkenning in de andere reglementering bij je aanvraag te voegen.Volgende attesten komen in aanmerking: WELK ATTEST?5. Psychiatrische zorg goedkoper
-minstens score B op de Katz-schaal in de thuisverpleging
-minstens score 35 op de BEL-profielschaal van de gezinszorg uw dienst gezinszorg
-minstens de score 15 bij de Tegemoetkoming Hulp aan Bejaarden, Integratietegemoetkoming of Hulp van derden
-Tegemoetkoming aan Gehandicapten - Zwarte Lievevrouwstraat 3C - 1000 Brussel
-minstens score C (vanaf 1 juli 2002) of score B (vanaf 1 januari 2003) op de Katz-schaal voor de rusthuisbewoners
-attest van opname in een psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT) (vanaf 1 juli 2002)
-attest van bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 66% handicap uit hoofde van het kind en minstens 7 punten op de schaal van zelfredzaamheid uw kinderbijslagfonds of het ministerie van sociale zaken Kan je geen van bovenstaande attesten voorleggen, dan moet er een onderzoek gebeuren naar je graad van zorgbehoefte. Je zorgkas kan je een lijst bezorgen van diensten uit de regio die gemachtigd zijn om dit onderzoek te verrichten. Het gaat om de Centra Algemeen Welzijnswerk in het kader van het ziekenfonds, de diensten voor gezinszorg (Familiehulp, Familiezorg, Landelijke Thuiszorg, ) of de OCMW's. Iemand van die diensten zal op basis van een bepaalde schaal (de BEL-profielschaal) uw zorgbehoevendheid inschatten. Het officiële aanvraagformulier moet volledig ingevuld, samen de indicatiestelling of het attest, terug bezorgd worden aan Uw ziekenfonds/Zorgkas. Zwaar zorgbehoevende leden die beroep doen op mantelzorg, en die een tegemoetkoming voor mantelzorg wensen, zullen op het aanvraagformulier de mantelzorgers moeten aanduiden en aanduiden welke taken ze opnemen voor de zorgbehoevende.
terug naar overzicht
27/06/02 - Vanaf 1 juli 2002 wordt het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis goedkoper voor patiënten die deel uitmaken van een gezin. Het remgeld dat zij moeten betalen, zal na de derde maand van hun opname zakken tot 4,29 euro per dag. Het zal voortaan ook niet meer opnieuw stijgen na het vijfde jaar van de opname. Met deze maatregel verlicht minister Vandenbroucke de financiële druk voor gezinnen met een psychiatrische patiënt. Tegelijk schakelt hij door de vermindering de opnamekost gelijk met deze in een algemeen ziekenhuis. Het betrokken Koninklijk Besluit is verschenen in het Staatsblad.6. Hogere uitkeringen voor invaliden en mensen met een handicap vanaf 2003
terug naar overzicht
30/04/02 - Op 30 april, stellen minister van Sociale Zaken Vandenbroucke, minister van Arbeid en Tewerkstelling Onkelinx en regeringscommissaris voor Sociale Zekerheid Greet van Gool hun sociaal plan voor. Vanaf 2003 wordt er elk jaar 100 miljoen euro extra vrijgemaakt voor invaliden, personen met een handicap en ouderen met verminderde zelfredzaamheid(voor de laagste inkomens). Eveneens vandaag stellen minister Vandenbroucke en minister Daems van Middenstand een aantal maatregelen voor voor de zelfstandigen. Het betreft de verhoging van de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid en invaliditeit.7. Maximumfactuur
Men kan altijd de gratis ombudslijn bellen voor vragen rond Ziekte- en Invaliditeitsverzekering :0800/12 060
terug naar overzicht
Ziektefactuur krijgt plafond:8. Bijzonder solidariteitsfonds
De Maximumfactuur zorgt ervoor dat een gezin nooit meer moet betalen voor noodzakelijke gezondheidskosten dan een bepaald bedrag per jaar. Dit bedrag is afhankelijk van het inkomen. Wat gezinnen boven een bepaald plafond betalen aan remgeld, wordt achteraf door het ziekenfonds terugbetaald. De Maximumfactuur kost de overheid 132,8 miljoen euro op kruissnelheid.Voor wie?
Alle gezinnen komen in aanmerking. Een gezin bestaat uit alle personen die feitelijk samenwonen op één adres. In 2001 is voor het eerst vastgelegd voor welke inkomens de verschillende remgeldplafonds gelden. Deze inkomensgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd.
terug naar overzicht
Het Bijzonder Solidariteitsfonds (BSF) is opgericht voor patiënten met zeldzame aandoeningen die de levensnoodzakelijke lichaamsfuncties bedreigen. Doordat deze ziektes zo weinig voorkomen, worden de medische kosten die ermee gepaard gaan soms niet terugbetaald door de gewone ziekteverzekering. Mensen die aan dergelijke ziektes lijden, kunnen daarom een tussenkomst bij het BSF aanvragen via het ziekenfonds.Voor de goedkeuring van de terugbetaling door het BSF moet een bepaalde procedure doorlopen worden. Vroeger nam deze procedure vaak heel wat tijd in beslag, waardoor patiënten die zeker in aanmerking zouden komen, toch nog in financiële problemen konden belanden. In 2001 zijn daarom een aantal maatregelen genomen:9. Chronisch vermoeidheids-syndroom: referentiecentra
- er zijn vaste termijnen opgelegd waarbinnen ziekenfondsen de dossiers moeten overmaken en ook de rest van de procedure wordt versneld;
- patiënten van wie het dossier in behandeling is, kunnen voorschotten krijgen;
- in een aantal gevallen kan de zorgverlener rechtstreeks door het ziekenfonds betaald worden zodat de patiënt niet eerst zelf moet betalen;
- er wordt tegen het najaar een informatiebrochure gemaakt om patiënten sneller de weg naar het BSF te laten vinden.Het budget van het Bijzonder Solidariteitsfonds is sinds 2001 bovendien met 2,5 miljoen euro gegroeid, wat het totaal op meer dan 8 miljoen brengt. Het fonds komt tussen voor alle verzekerden.
terug naar overzicht
In samenwerking met de universiteiten en verspreid over België worden een aantal referentiecentra geopend voor mensen die lijden aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). In april 2002 opende het eerste centrum zijn deuren in Leuven. Binnenkort gaan ook centra open in Gent, Antwerpen, Brussel (2) en Yvoir. In het totaal trekken we hier jaarlijks 1,5 miljoen euro uit.In de referentiecentra hebben teams van specialisten drie belangrijke opdrachten:10. Bijverdienen bij uitkering arbeidsongeschiktheid
- evalueren van de problemen van de patiënt in het licht van de meest recente wetenschappelijke inzichten;
- steunen van de zorgverstrekkers, zoals huisartsen en verplegers die omgaan met CVS-patiënten;
- opbouwen van medische kennis en ervaring over het CVS.
terug naar overzicht
Op 1 april 2002 gaat een nieuwe regeling in voor werknemers die een invaliditeits- of arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen en tegelijk deeltijds werken. Het bedrag dat ze mogen bijverdienen zonder dat hun uitkering verlaagt, zal niet meer afhangen van de hoogte van deze uitkering en van de gezinssituatie. Bovendien zal de vermindering veel geleidelijker zijn. Het besluit dat minister Vandenbroucke hierover nam, staat in het Staatsblad van 21 maart 2002.De wetgeving over de toegelaten arbeid laat nu al toe dat arbeidsongeschikte werknemers met een ziekteuitkering deeltijds het werk hervatten als de adviserend geneesheer van het ziekenfonds dit toelaat. Op dit moment maken op een totaal van 180.000 invaliden ongeveer 12.000 personen gebruik van deze mogelijkheid (ca. 6%). De wet voorziet ook dat voor deze personen het arbeidsinkomen afgetrokken wordt van de ziekteuitkering en dit op basis van een complexe cumulatieregel. Frank Vandenbroucke had het al over de noodzaak van de aanpassing van deze cumulatieregel ter gelegenheid van de CM-actie 5 vóór 12. Vandaag maakte hij op de lentevergadering van de Vlaamse vereniging van Zenuwartsen in Kortenberg de inhoud van de nieuwe regeling bekend. Deze bevat de volgende krachtlijnen:- de vermindering van de uitkering wordt voortaan gebaseerd op het netto belastbaar loon. Vroeger was dit het bruto loon en hadden dus ook de sociale lasten een effect;- het bedrag dat integraal met de uitkering gecumuleerd kan worden, hangt niet meer af van de hoogte van de uitkering;- vroeger werd vanaf een bepaald inkomen de uitkering in dezelfde mate verlaagd (een alles-of-niets systeem). Voortaan gebeurt de verlaging van de uitkering geleidelijker, namelijk per inkomensschijf:Inkomen per dag (in euro) + Bedrag dat afgaat van de uitkering11.Verhoogde kinderbijslag voor werklozen, invaliden en gepensioneerden:
Deel tot 8,83 = niets
8,83 tot 17,66 = 25%
17,66 tot 26,49 = 50%
Meer dan 26,49 = 75% Concreet, wie, na afhouding van de sociale lasten, bijvoorbeeld 10,83 euro per dag bijverdient, verliest voor de eerste 8,83 euro niets van zijn uitkering. Voor het deel boven dit bedrag wordt een halve euro (25% van 2 euro) afgetrokken van zijn uitkering. Met de regeling wil de minister het voor chronisch zieken en invaliden interessanter maken om deeltijds actief te blijven. Het staat immers vast dat veel van deze mensen graag, binnen medisch verantwoorde grenzen, actief betrokken blijven in de maatschappij. Bovendien komt dit hun welzijn en gezondheid vaak ten goede en maakt het een volledige herintegratie gemakkelijker. In de praktijk betekent de regeling dat zowel ongelijkheden als inactiviteitsvallen weggewerkt worden.Bijverdienende chronisch zieken of invaliden moeten door de maatregel meer of minstens evenveel inkomen overhouden. Voor een beperkt aantal mensen, met een hoge uitkering en een beperkte bijverdienste, kan de nieuwe regeling minder voordelig zijn dan de bestaande. Voor hen wordt de oude regeling verder toegepast. Eind 2002 evalueert het RIZIV de resultaten en kunnen nog bijsturingen plaatsvinden.Mensen die, omwille van hun persoonlijke situatie meer uitleg wensen, wenden zich best tot de ziekenfondsen. Zij zijn immers nauw betrokken bij de voorbereiding en de uitvoering.
terug naar overzicht
12. Uitbreiding van de Maximumfactuur
Uitgangspunt
Tot en met september 2000 werd het recht op verhoogde kinderbijslag per maand onderzocht en toegekend voor bovenstaande rechthebbenden.
Vanaf oktober 2000 is dit maandelijks recht een kwartaalrecht.
De bedoeling is de toekenning van deze sociale toeslag bovenop de basiskinderbijslag zowel te stabiliseren als te vereenvoudigen.
Wie valt onder deze maatregel?
De uitkeringsgerechtigde volledig werklozen en de arbeidsongeschikte werknemers na het volbrengen van een wachttijd van zes maanden, wanneer ze de hoedanigheid van "rechthebbende met personen ten laste" bezitten. Voornoemd begrip wordt verder in de tekst afzonderlijk verduidelijkt.
De genieters van een rustpensioen, wanneer ze de hoedanigheid van "rechthebbende met personen ten laste" bezitten.
Toepassing
Wanneer U in de loop van een maand aan alle voorwaarden voldoet, wordt deze sociale toeslag betaald vanaf de eerste dag van de volgende maand, voor het resterende deel van het lopende kwartaal én voor het volgende kwartaal.
Onder alle voorwaarden wordt verstaan dat U terzelfdertijd een wachttijd van 6 maand heeft doorlopen (indien noodzakelijk) én de hoedanigheid bezit van rechthebbende met personen ten laste.
Wanneer U echter aan alle voorwaarden voldoet vanaf de eerste dag van de maand, wordt de sociale toeslag betaald vanaf diezelfde maand, voor het overige deel van het kwartaal én voor het volgende kwartaal.
Het recht op de toeslag behoudt U vervolgens per kwartaal telkens wanneer aan de voorwaarden is voldaan op een willekeurig ogenblik van de tweede maand van het vorige kwartaal.
Met andere woorden wanneer U aan de vereiste voorwaarden voldoet op een willekeurig ogenblik van de maanden februari, mei, augustus en november(= referentiemaanden), behoudt U het recht op de sociale toeslag gedurende het daaropvolgende kwartaal.
Wanneer U niet voldoet aan alle voorwaarden tijdens de voornoemde referentiemaanden, dan verliest U het recht op de sociale toeslag op het einde van het kwartaal waarin deze referentiemaand valt.
Voorwaarden i.v.m. de hoedanigheid van rechthebbende met personen ten laste
Welke rechthebbenden komen in aanmerking ?
Elke persoon die recht opent op kinderbijslag (= rechthebbende) als
· uitkeringsgerechtigde volledig werkloze, inclusief de bruggepensioneerde;
· arbeidsongeschikte werknemer;
· gepensioneerde.
Voor welke kinderen ?
· De kinderen die behoren tot het eigen gezin van de rechthebbende.
· De kinderen die behoren tot het gezin van de eventuele (ex-)echtgeno(o)t(e) van de rechthebbende.
· Ook de kinderen die geplaatst zijn ten laste of door tussenkomst van de overheid.
Hoe hoog mag het gezinsinkomen zijn ?
Hierbij dient onderscheid gemaakt tussen de volgende gezinssituaties waarin de rechthebbende zich kan bevinden.
· De rechthebbende leeft alleen met de kinderen
Uw sociale uitkering mag niet hoger zijn dan 1.576,23 EUR bruto per maand.· De rechthebbende woont samen met de kinderen én met zijn echtgeno(o)t(e) of een partner (man of vrouw)
· De (huwelijks)partner heeft geen inkomsten: uw sociale uitkering mag niet hoger zijn dan 1.576,23 EUR bruto per maand.
· De (huwelijks)partner heeft ook een sociale uitkering:
uw uitkeringen mogen samen niet hoger zijn dan bruto 1.576,23 EUR per maand.
· De (huwelijks)partner werkt:
U krijgt de toeslag alleen als zijn/haar inkomen niet hoger is dan bruto 237,48 EUR per maand. MAAR
uw (huwelijks)partner werkt deeltijds met behoud van rechten als werkloze: wat hij/zij meer verdient dan bruto 9.580 BEF/237,48 EUR per maand ingevolge deze tewerkstelling wordt bij de sociale uitkeringen geteld (zie vorig punt); uw (huwelijks)partner is zelfstandige: hij/zij moet bewijzen dat zijn/haar inkomen niet hoger is dan bruto 9.580 BEF/237,48 EUR per maand.
OPGELET
Het eventueel inkomen uit een toegelaten beroepsactiviteit van de rechthebbende zelf wordt niet meegeteld.
· De rechthebbende woont niet samen met de kinderen; deze worden opgevoed in het gezin van de (gewezen) echtgeno(o)t(e) van wie de rechthebbende echtgescheiden of van tafel en bed of feitelijk gescheiden is.
Deze (gewezen) huwelijkspartner mag geen nieuw huwelijk hebben aangegaan noch een feitelijk gezin vormen.
Belangrijk om weten is dat ongehuwde ouders niet vallen onder deze categorie.
· De (gewezen) huwelijkspartner heeft geen inkomsten: recht op de toeslag bovenop de basiskinderbijslag.
· De (gewezen) huwelijkspartner heeft een sociale uitkering: de uitkering mag niet hoger zijn dan 1.576,23 EUR bruto per maand.
· De (gewezen) huwelijkspartner werkt: hij/zij krijgt de toeslag alleen als zijn/haar inkomen niet hoger is dan bruto 237,48 EUR per maand
· De (gewezen) huwelijkspartner werkt deeltijds: speciale voorwaarden zijn van toepassing.
Voor bijkomende inlichtingen en de toestand van vandaag: Het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Dienst Kinderbijslag Zwarte Lievevrouwstraat 3 C 1000 BRUSSEL - tel. 02/507.87.99 (het callcenter: kinderbijslagen-, oorlogslachtoffers, en gehandicaption-issues)
terug naar overzicht
13. Samenvatting: Wet betreffende de rechten van de PatiëntenDe Maximumfactuur is een project dat geleidelijk aan uitgebouwd wordt. Zo is er bij de opmaak van de begroting 2003 extra geld vrijgemaakt voor een uitbreiding van de Maximumfactuur. De teller van de Maximumfactuur wordt uitgebreid tot kosten voor materialen die worden ingezet bij kijkoperaties en bij een hele reeks van chirurgische ingrepen waarbij moderne hechtingstechnieken worden gebruikt die een veel vlotter herstel toelaten na een operatie (het zgn. endoscopisch en viscerosynthesemateriaal). Totnogtoe waren deze materialen volledig ten laste van de patiënt. Voortaan zal voor deze materialen een, voorlopig bescheiden, terugbetaling van 10% worden voorzien en wordt het resterend gedeelte dat nog door de patiënten wordt betaald, opgenomen in de Maximumfactuur, zodat meteen iedereen wordt beschermd volgens draagkracht. Naast de remgelden voor geneesmiddelen van categorie A en B, worden ook de remgelden voor de C-geneesmiddelen vanaf het jaar 2003 in het systeem van de Maximumfactuur opgenomenConcreet gaat het om mensen met een laag pensioen of ziekteuitkering, de personen met recht op het leefloon of steun van het OCMW, personen met recht op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of met recht op de inkomensgarantie voor ouderen, de langdurig oudere werklozen en werkenden met een inkomen dat lager ligt dan 13.730,98 euro én het laagste remgeldplafond had overschreden van 446 euro.Voor 2002 zullen alle gezinnen met een netto-belastbaar inkomen dat lager is dan 21 108,82 euro per jaar in het jaar zelf (of begin 2003 voor de kosten van het einde van het jaar) terugbetaald worden van zodra het plafond van 450 euro of 650 euro wordt overschreden. Gezinnen die een inkomen hebben dat hoger ligt, krijgen terugbetaling via de fiscus in 2004
PATIËNTENRECHTEN: STAND VAN ZAKEN Op 26 september 2002 werd de wet betreffende de rechten van de patiënt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Tien dagen later was de wet van kracht en kan ze worden toegepast.14. 2003: Verzekeraars mogen chronisch zieken/handicap niet langer discrimineren
In de tekst wordt het woord ' beroepsbeoefenaar' gebruikt. Het gaat hier om artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk assistenten, kinesisten, tandartsen, ergotherapeuten, psychologen,
DE RECHTENDe volgende individuele rechten werden vastgelegd in de wet:
1 Recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking
2 Recht op vrije keuze van zorgverlener
3 Recht op informatie over de gezondheidstoestand
- De patiënt heeft het recht om informatie te ontvangen waardoor hij inzicht krijgt in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan (diagnose, gewenste gedrag, ) . De communicatie moet gebeuren in een duidelijke taal waarbij rekening gehouden wordt met leeftijd, opleiding, Deze informatie wordt meestal mondeling meegedeeld. De patiënt kan echter een afschrift vragen. De patiënt kan ook schriftelijk laten vastleggen dat de informatie ook aan een vertrouwenspersoon wordt meegedeeld.
- De patiënt heeft het recht om niet te weten: de patiënt heeft het recht om te vragen dat de informatie niet aan hem wordt meegedeeld. Hij kan wel vragen dat de informatie aan een derde, een vertrouwensfiguur, wordt meegedeeld. (zie verder bij vertegenwoordiging) De beroepsbeoefenaar kan de patiënt wel informeren bij bijvoorbeeld besmettelijke ziekten. Het gaat dan om een ernstig nadeel voor de patiënt en zijn omgeving.
- Therapeutische exceptie: de beroepsoefenaar kan het initiatief nemen om informatie niet aan de patiënt mee te delen.
-Dit kan alleen wanneer de mededeling ernstig nadeel voor de patiënt zou meebrengen. Indien dit nadeel verdwijnt moet de informatie toch nog meegedeeld worden.
-De beroepsoefenaar moet vooraf een andere beroepsoefenaar raadplegen.
-De beroepsbeoefenaar moet een schriftelijke motivering toevoegen aan het patiëntendossier.
-Indien de patiënt een vertrouwenspersoon aanduidde, dan moet de beroepsbeoefenaar de informatie aan deze vertrouwenspersoon meedelen.4 Recht op toestemming na informatie- Het recht op informatie staat los van de tussenkomst van een beroepsbeoefenaar. Als er een tussenkomst moet gebeuren, moet de patiënt uitdrukkelijk zijn toestemming geven. De toestemming kan ook geacht worden impliciet te zijn gegeven afgeleid uit de gedragingen tijdens het geven van de informatie.
- De patiënt en de beroepsbeoefenaar kunnen vragen dat de toestemming of weigering schriftelijk wordt vastgelegd en wordt toegevoegd aan het patiëntendossier.
- De informatie voor de toestemming moet gaan over het doel van de tussenkomst, de aard van de frequentie, het eventuele spoedeisende karakter, de duur, de frequentie, nevenwerkingen en risico's, nazorg, mogelijke alternatieven, financiële gevolgen, mogelijke gevolgen bij weigering. De patiënt kan steeds om bijkomende informatie vragen.
- De informatie moet voorafgaandelijk aan elke tussenkomst en tijdig worden verstrekt. Zo heeft de patiënt de tijd om een andere beroepsbeoefenaar te raadplegen.
- De patiënt kan zijn recht om niet te weten ook hier uitoefenen. De beroepsbeoefenaar kan de informatie niet onthouden aan de patiënt (therapeutische exceptie geldt niet, de beroepsbeoefenaar moet informeren).
- Mensen die wilsonbekwaam zijn (bijvoorbeeld in coma) kunnen toch hun recht om bepaalde tussenkomsten te weigeren uitoefenen. Dit kan als ze voorafgaandelijk een schriftelijke wilsverklaring laten toevoegen aan hun patiëntendossier.
- De patiënt en de beroepsbeoefenaar kunnen vragen dat de weigering of intrekking van de toestemming schriftelijk wordt vastgelegd en wordt toegevoegd aan het patiëntendossier.
- Bij spoedgevallen handelt de beroepsbeoefenaar in het belang van de gezondheid van de patiënt. Het recht op toestemming na informatie niet kan worden uitgeoefend. De beroepsbeoefenaar moet dit vermelden in het patiëntendossier. Zo gauw dit mogelijk is moet de informatie en toestemmingsverplichting worden nageleefd. 5 Rechten in verband met het patiëntendossier
- Het recht op inzage is rechtstreeks: men heeft steeds de mogelijkheid om zelf het patiëntendossier in te zien. Het recht op inzage moet ten laatste 15 dagen na ontvangst van het verzoek uitgeoefend kunnen worden. Persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar zijn uitgesloten. De patiënt kan zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon naar keuze (beroepsbeoefenaar of niet). De patiënt kan zijn inzage recht laten uitoefenen door een persoon naar keuze. Indien de vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft die ook inzagerecht in de persoonlijke notities.
- De patiënt heeft recht op een afschrift bij inzage. De werkelijke kostprijs wordt hiervoor aangerekend. De beroepsbeoefenaar kan een afschrift weigeren wanneer er aanwijzigen zijn dat de patiënt onder druk wordt gezet door bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij.
- De nabestaanden hebben recht op inzage:
-als ze echtgenoot, wettelijk samenwonende partner, partner of bloedverwant tot en met de tweede graad zijn(ouder, kind, broer/zus, kleinkind, grootouder);
als ze een voldoende gemotiveerd belang hebben dat opweegt tegen de privacy van de overleden patiënt (testament, genetica, verzekeringsovereenkomst, aansprakelijkheidsprocedure). De nabestaanden kunnen enkel de documenten van het dossier inzien die relevant zijn.
Als er geen verzet was van de patiënt tijdens zijn leven.
Nabestaanden kunnen dit recht enkel uitoefenen via een beroepsbeoefenaar( die ook inzage heeft in de persoonlijke notities).6 Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer
De patiënt heeft recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer bij iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. Een onderdeel van dit recht is de ruimtelijke privacy. Hier is uitdrukkelijk bepaald dat bij een tussenkomst enkel personen aanwezig mogen zijn van wie de aanwezigheid beroepshalve vereist is. De persoonlijke levenssfeer van de patiënt moet ook beschermd worden op vlak van de informatie over zijn gezondheid. Het is verboden om patiënt of beroepsbeoefenaar onder druk te zetten om informatie aan derden mee te delen zoals aan verzekeringsmaatschappijen en werkgever. 7 Recht om een klacht neer te leggen bij de bevoegde ombudsinstantie
Het recht om klacht neer te leggen zal geregeld worden in een Koninklijk Besluit. In een volgende nieuwsbrief komen we hier ongetwijfeld op terug.
De patiënt heeft recht op klachtenbemiddeling. De patiënt kan klacht indienen in verband met de hierboven opgesomde rechten. De ombudsfunctie heeft een bemiddelenden en een preventieve taak.
UITOEFENING VAN DE RECHTEN- In principe worden de rechten door de patiënt zelf uitgeoefend.
- In bepaalde gevallen worden de rechten noodgedwongen door een andere persoon uitgeoefend wegens onbekwaamheid van de patiënt. Dit geldt voor de minderjarige en de meerderjarige handelingsonbekwame patiënt die valt onder het statuut van de verlengd minderjarigheid of onbekwaamverklaring. De ouders of de voogd zullen dan optreden. Bij de minderjarige kan het zijn dat gezien leeftijd en maturiteit de jongere toch bekwaam is om zijn rechten uit te oefenen zonder ouders en voogd.
- Personen die handelingsbekwaam geacht worden maar in feite niet in staat zijn om hun wil te uiten, worden vertegenwoordigd door:
-Een benoemde vertegenwoordiger die door de patiënt nog aangeduid was toen hij nog handelingsbekwaam was.
-Een aantal informele vertegenwoordigers: de samenwonende echtgenoot, wettelijke samenwonende partner of de feitelijk samenwonende partner, in tweede instantie een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zus,
-In laatste instantie de beroepsbeoefenaar in multidisciplinaire overleg.
De vertegenwoordiger moet optreden in het belang van de patiënt. Als dit niet het geval is kan de beroepsbeoefenaar hiervan afwijken. Dit is het geval in het belang van de patiënt, om een bedreiging van het leven of een ernstige aantasting van de gezondheid van de patiënt af te wenden en moet gebeuren in multidisciplinaire overleg.
HOE DUID IK EEN VERTROUWENSFIGUUR AAN?
1. Zoek iemand die je 200% vertrouwt. Iemand uit je naaste omgeving of een beroepsbeoefenaar, of
2. Stel samen een brief op waarin staat wie je vertrouwensfiguur is. Vermeld hierin je wensen rond bijvoorbeeld: welke medische handelingen je eventueel (niet) wil laten uitvoeren, welke informatie je wil, wat er gebeurt op een moment van bijvoorbeeld coma, wie je medisch dossier mag inkijken bij overlijden,
3. Vergeet de datum niet en handteken beide.
4. Ga naar je huisarts en vraag of hij/ zij dit bewaart in je medisch dossier.
Bron: vzw-VPP
De antidiscriminatiewet, die ingaat begin 2003, zal ervoor zorgen dat chronisch zieken en mensen met een handicap makkelijker een verzekering kunnen sluiten. Tot nu toe was het voor deze mensen zeer moeilijk om zich te verzekeren tegen allerhande risico's of om uitbetaald te worden als het nodig blijkt. Verzekeraars weigeren hen vaak omwille van hun gezondheidstoestand of handicap. Of zoeken naar achterpoortjes om hen niet te moeten uitbetalen. Met de nieuwe wet wordt deze vorm van discriminatie sterk ingedijkt. Dit zei regeringscommissaris voor de Sociale Zekerheid Greet van Gool, vrijdag, tijdens een voordracht ter gelegenheid van de Wereldaidsdag in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.PATIËNTENRECHTEN: STAND VAN ZAKEN OP HET KABINETDe nieuwe wet verbiedt discriminatie op grond van onder andere een huidige of toekomstige gezondheidstoestand of een handicap of fysische eigenschap. Deze wet geldt voor alles wat te maken heeft met levering van goederen en diensten, en dus ook voor verzekeringen. Als blijkt dat een verzekeraar systematisch verzekeringen weigert aan mensen met een handicap of met een ziekte, zoals bijvoorbeeld aids, dan bestaat er een vermoeden van discriminatie. Vervolgens zal het aan de verzekeraar zijn om te bewijzen dat hij een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft om bepaalde mensen een verzekering te weigeren.Geen verzekeringen kunnen sluiten, plaatst heel wat chronisch zieken en mensen met een handicap voor dramatische problemen. Dikwijls kunnen mensen met een lichte mentale handicap geen appartement huren omdat ze geen brandverzekering kunnen afsluiten. Of worden chronisch zieken niet gedekt door hun verzekering omdat men schermt met begrippen als 'voorafbestaande ziekten of aandoeningen'. Vaak worden ook familiale verzekeringen of gezinspolissen geweigerd of opgezegd aan gezinnen die melding maken van een, soms zelfs maar lichte, mentale handicap bij één van hun kinderen. Een uitgebreide lijst met voorbeelden vindt u in bijlage.
Kan hij dat niet, dan is er sprake van discriminatie en kan de verzekeraar veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding.Voor regeringscommissaris Greet van Gool is de redelijkheid in dergelijke gevallen ver te zoeken. Zij voelt zich dan ook gesteund door de komende antidiscriminatiewet die onredelijke verschillen in behandeling verbiedt die gebaseerd zijn op de gezondheidstoestand of een handicap. "Het is daarbij overduidelijk dat het loutere feit dat iemand een handicap heeft, op zich geen objectieve en redelijke rechtvaardiging kan zijn", aldus van Gool.Hoewel het gerecht via de antidiscriminatiewet zal kunnen optreden tegen dergelijke praktijken, hoopt Greet van Gool toch ook op de 'goodwill' van de verzekeraars. "Het is zeker niet de bedoeling de verzekeraars veel schadevergoedingen te laten betalen. We hopen dat de antidiscriminatiewet vooral pro-actief zal werken en dat de verzekeraars, de wet indachtig, stoppen met de discriminatie van zieken en mensen met een handicap. Maar doen ze dit niet, dan kunnen ze zich inderdaad verwachten aan heel wat rechtszaken."
Het toepassingsgebied van de antidiscriminatiewet is niet beperkt tot chronisch zieken en mensen met een handicap. Ook jongeren die door autoverzekeraars gediscrimineerd worden, zullen een beroep kunnen doen op de nieuwe wet. Verzekeraars zullen ook voor hen moeten aantonen dat een weigering niets te maken heeft met, in dit geval, leeftijd, maar gebeurt omwille van objectieve redenen.
Bijlage: voorbeelden
1. Gevallen waarin geen aangepaste verzekering tegen aanvaardbare (draagbare) premie en andere voorwaarden (kunnen) worden gesloten of gehandhaafd.
Het meest nijpende probleem rijst inzake hospitalisatieverzekeringen en meer in het algemeen allerlei verzekeringen met betrekking tot ziekte en invaliditeits- of gezondheidszorgen voor (de meeste) gehandicapten of patiënten, zeer zeker wanneer die daarbij melding maken van hun handicap of ziekte, veelal ook als hun gezondheidstoestand al heel lang, meer dan eens sinds jaren, behoorlijk (met medicatie) gestabiliseerd of "onder controle" is.
Vaak wordt deze verzekeringen zelfs geweigerd aan personen met een handicap of aan patiënten die bereid zijn in de polis met zoveel woorden te laten bedingen dat die verzekeringen hun (normale) werking zullen hebben voor alle ("normaal" verzekerde) gevallen behalve dan hun handicap of ziekte met de direct daaruit voortvloeiende gevolgen.
Het gevolg is dan vaak dat, soms zelfs op aanraden of alleszins met medeweten van daarbij optredende verzekeringstussenpersonen, geen melding wordt gemaakt van de handicap of de ziekte, zodat er eigenlijk sprake is van een "schijnverzekering" waarvoor de verzekeraar later - soms vele jaren nadien - sancties zal toepassen wegens niet of onjuiste mededeling of aangifte van het risico.
Gelijkaardige problemen zijn er ook inzake schuldsaldoverzekeringen (voornamelijk bij het aangaan van een lening met het oog op het kopen, bouwen of verbouwen van een woning) alsook zgn. annulatieverzekeringen met betrekking tot reizen en dergelijke.
Bij annulatieverzekeringen, vooral wanneer die zonder veel overleg of zelfs automatisch gekoppeld worden aan reiscontracten, blijkt meer dan eens dat de verzekering voor repatriëring, medische verzorging en dergelijke achteraf niet naar behoren werkt ten behoeve van personen met een handicap of patiënten, zelfs wanneer het gebeuren of "schadegeval" (in het geheel) geen gevolg is van de betrokken handicap of ziekte.
Familiale verzekeringen of gezinspolissen (zgn. verzekeringen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid privé-leven, meer dan eens met eraan verbonden verzekeringen van rechtsbijstand, lichamelijke ongevallen, e.d.) worden geregeld geweigerd of opgezegd aan / voor gezinnen die melding maken van een, soms zelfs maar lichte, mentale handicap, uitzonderlijk ook van een, soms tijdelijke, depressieve of andere psychisch nadelige toestand van een kind of ander lid van het gezin.
Zelfs brandverzekeringen (met alle nevenverzekeringen die daar tegenwoordig bij horen, zoals tegen glasbreuk, waterschade, zelfs stormschade ) worden meer dan eens geweigerd of opgezegd in dezelfde situatie als de reeds vermelde polissen, maar toch wel vooral bij mensen met een lichte mentale handicap die zelf, zelfstandig, zij het onder begeleiding, een aangepaste woning willen betrekken.
2. Problemen bij de uitvoering van gesloten verzekeringsovereenkomsten, meer bepaald bij schadegeval of uitkering van verzekerde prestaties.
Zoals hoger reeds aangestipt werd, worden meer dan eens zgn. "schijnverzekeringen" gesloten, waarbij verzekeringnemers of verzekerden geen melding maken van handicap(s) of ziekte(n). De verzekeraar zal later dan toepassing zal maken van een in de wet landverzekeringsovereenkomst resp. in de polis bedongen uitsluitingsgrond (nl. informatie niet verstrekt hebben of onjuiste informatie verstrekt hebben).
De menselijk meest schrijnende problemen rijzen bij weigeringen van verzekeringsdekking gesteund op zgn. "voorafbestaande ziekten, aandoeningen of andere bestaande toestanden". Meer dan eens wordt de verzekeringsdekking geweigerd voor ziekten of aandoeningen die de betrokken personen te goede trouw niet kenden of alleszins niet hadden meegedeeld; meer dan eens wordt in dergelijke gevallen van de betrokken personen een zgn. negatief bewijs geëist (nl. dat zij de ziekte niet hadden, niet kenden, enz.), soms zelfs in het raam van verzekeringsovereenkomsten die op dat ogenblik al jaren lopen.
Bij een schadegeval of andere gevallen van (normale) uitkering van verzekeringsprestaties worden mensen met een handicap of chronische patiënten, meer dan andere verzekerden, geregeld geconfronteerd met uitsluitingen die in hun polis zijn opgenomen maar waarop, bij het sluiten van die polis, nooit hun bijzondere aandacht gevestigd werd.
Een voorbeeld daarvan heeft betrekking op uitsluitingen of dekkingsbeperkingen die opgenomen staan in hospitalisatie- of gezondheidszorgverzekeringen met betrekking tot aard of kwalificatie van zorginstellingen, redenen van hospitalisatie, duur van de hospitalisatie, en dergelijke.
Een meer algemeen voorbeeld is het in talrijke verzekeringsovereenkomsten uitgesloten gebruik van zgn. "drugs" . Hieronder blijken achteraf, ten minste volgens sommige verzekeraars, ook meer dan eens heel wat, voor mensen met een handicap of chronische patiënten "gewone" of alleszins "gebruikelijke" geneesmiddelen of medicijnen te vallen.
Meer dan eens rijst hierbij dan meteen, voor heel wat betrokkenen (personen met een handicap, patiënten en hun gezin), de vraag of en wanneer het gebruik van (aangepaste) geneesmiddelen of medicijnen aan de verzekeringsonderneming, in het raam van al die verzekeringsovereenkomsten, moet worden meegedeeld, daar waar zo'n vraag zelden of nooit wordt gesteld voor een "gezonde" persoon.
Ook zijn verschillende gevallen gekend waarbij een lopende "gewone" polis door de verzekeraar werd opgezegd omwille van de ziekte of handicap van een gezinslid. Zo b.v. werd een autopolis opgezegd omdat de echtgenote, als bestuurster, haar depressieve echtgenoot mee in de auto vervoerde (omdat zij hem niet alleen kon / wou achterlaten) en hij op een bepaald ogenblik door een lichte, ongecontroleerde beweging die iedereen kan maken, een licht verkeersongeval veroorzaakte.De nieuwe Wet Aanvullende Pensioenen toont aan dat de antidiscriminatiewet daar al wordt toegepast. Voor collectieve pensioenplannen met een sociaal luik wordt de verzekeringstaks afgeschaft, op voorwaarde dat "het plan op een niet-discriminerende wijze toegankelijk is voor alle werknemers of regelmatig bezoldigde bedrijfsleiders". Een werkgever die een pensioenplan heeft dat niet voor iedere werknemer openstaat, kan de afschaffing van de verzekeringstaks dus vergeten.
3. Speciale aandacht moet ook gaan naar de situatie van alle personen die opgenomen zijn in collectieve of groepsverzekeringen, voornamelijk die welke worden gesloten door werkgevers ten behoeve van hun werknemers, soms ook voor alle of bepaalde gezinsleden van die werknemers.
De jongste jaren vooral is te vaak gebleken dat wie om een of andere reden zijn werk verliest, meteen ook het voordeel van deze groepsverzekering verliest terwijl hij/zij, rekening houdend met zijn (gebrekkige) gezondheidstoestand of zelfs met zijn leeftijd, e.d. "individueel" door geen enkele verzekeringsonderneming, tegen aanvaardbare premies of andere voorwaarden, nog wordt aanvaard (b.v. inzake verzekeringen voor hospitalisatie, gezondheidszorg, invaliditeit, e.d.).
Deze voorwaarde volstaat echter niet om feitelijke discriminatie tegen te gaan. Momenteel kunnen ouderen en sociaal zwakkeren moeilijker aan een aanvullende verzekering voor overlijden, arbeidsongeschiktheid en medische kosten geraken. Via een medisch onderzoek wordt immers ingeschat welk risico de verzekeraar loopt bij het toekennen van de verzekeraar. Precies de meest behartenswaardige gevallen dreigen hierdoor uit de boot te vallen.Het wetsontwerp voorziet nu dat bij collectieve plannen waarbij meer dan 10 personen zijn aangesloten, geen medisch onderzoek meer toegestaan is. Voor cafetariaplannen, dat zijn plannen waarbij een combinatie van aanvullende verzekeringen aangeboden wordt, geldt dit verbod op medisch onderzoek voor een basispakket dat per plan vastgelegd kan worden. In dit basispakket moet een zinvolle combinatie gemaakt worden van de verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, overlijden en medische kosten.Bron: Persbericht Greet van Gool van 29 november 2002
15. Arbeidsongeschikt en deeltijds werken bij loontrekkenden (01/2003)
Deeltijds werken voor zieken wordt financieel aantrekkelijker
Een van de voorwaarden om erkend te worden als arbeidsongeschikte is de volledige stopzetting van alle activiteiten. Toch hoeft arbeidsongeschiktheid niet steeds samen te gaan met volledige inactiviteit. Tijdens een periode van erkende arbeidsongeschiktheid is het immers mogelijk het werk gedeeltelijk te hervatten. Heel wat zieken zijn tijdens hun erkende arbeidsongeschiktheid nog in staat om voor een aantal uren of dagen per week hun arbeid te hernemen. Vooral voor langdurig arbeidsongeschikten, bij wie de kans bestaat dat zij maatschappelijk geïsoleerd raken, is dit een goede gelegenheid tot progressieve reïntegratie in het arbeidscircuit. Dit vormt bovendien één van de beste waarborgen tot meer sociale en financiële zekerheid.
De huidige wetgeving voorziet de mogelijkheid dat de adviserend geneesheer aan een arbeidsongeschikte toelating kan geven om een activiteit uit te oefenen.
Wie arbeidsongeschikt en het werk gedeeltelijk wenst te hervatten moet vooraf de schriftelijke toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds vragen. Dit is zowel voor bezoldigde (betaalde) als onbezoldigde activiteiten van toepassing.
De adviserend geneesheer oordeelt op grond van de aandoening en de aard van de activiteit die men wenst te hervatten. Die activiteit moet met de aandoening verenigbaar zijn. De wet bepaalt immers dat de arbeidsongeschikte vanuit geneeskundig oogpunt een vermindering van zijn vermogen van tenminste 50 procent behoudt. Deze toestemming van de adviserend geneesheer moet een precieze beschrijving geven van de uit te voeren activiteiten. Zowel de plaats van tewerkstelling, de aard van de activiteit , het volume en het tijdstip moeten nauwkeurig omschreven worden. De adviserend geneesheer bepaalt eveneens de begindatum en de periode waarop de toestemming betrekking heeft. Wanneer iemand toestemming krijgt dan mag deze slechts die activiteit uitoefenen en geen andere. CumulerenZieke en invalide werknemers die volgens deze modaliteiten deeltijds werken, behouden het recht op een aanvullende uitkering van het ziekenfonds naast het loon van de werkgever. Men noemt dit het cumuleren van loon en uitkering
Wanneer men een beroepsinkomen heeft uit deeltijdse arbeid zal de uitkering evenwel verminderd worden. Toch zal in elk geval de som van het beroepsinkomen en de verminderde uitkering hoger liggen dan het bedrag van de uitkeringen, indien men niet deeltijds tewerkgesteld was.De berekeningswijze van de uitkering is sinds 1 april 2002 gewijzigd. Het blijft echter een ingewikkelde materie. Om hierin helderheid te brengen behandelen we achtereenvolgens de oude en nieuwe regelgeving. We eindigen telkens met voorbeelden, zodat het voor de arbeidsongeschikte duidelijk wordt wat hij van de regelgeving moet verwachten.Oude wetgevingDe cumulgrens voor de personen die minder dan 1 jaar arbeidsongeschikt waren, de zogenaamd primair arbeidsongeschikten, werd in de oude regeling op deze manier bepaald.Men nam 60% van het verloren loon, dit is het loon dat men verdiende vóór men arbeidsongeschikt werd. Deze 60% werd vermenigvuldigd met 150% of 125% naargelang er al dan niet gezinslast was. Met gezinslast bedoelde men de gerechtigde die samenwoont met iemand die als persoon ten laste wordt beschouwd omdat hij of zij over geen inkomen beschikt of van wie de inkomsten lager liggen dan het grensbedrag. Het ziekenfonds keerde het verschil uit tussen dit bedrag en het loon dat men verdiende uit de deeltijdse arbeid. Het totaal bedrag (uitkering en loon) dat men ontving als men deeltijds werkte was uiteraard steeds hoger dan als men niet deeltijds werkte. Maar steeds gold dat de uitkering na cumulberekening niet hoger mocht zijn dan de uitkering zonder de toegelaten arbeid.
De cumulgrens voor invaliden werd op dezelfde wijze berekend als voor de primair arbeidsongeschikten. Alleen het beginpercentage bedroeg hier niet 60% maar 65%. Onderstaande tabel geeft de oude berekeningswijze schematisch weer.Voorbeeld Koen is reeds acht maand arbeidsongeschikt als hij toestemming van de adviserend geneesheer krijgt om een gedeelte van zijn vroegere activiteiten als bediende terug op te nemen tijdens zijn arbeidsongeschiktheid.
Verloren loon Met gezinslast Zonder gezinslastPrimaire arbeids- ongeschiktheid 60% x 150% x 125%Invaliditeit 65% x 150% x 125%
Hij wordt betaald als 'gerechtigde zonder gezinslast' op basis van 55% van zijn loon, wat overeenkomt met een ziektevergoeding van €39,85 per dag.
Zijn eerste loonattest vermeldt volgende gegevens:
Brutoloon = €941 of €36.19 per dag
Geen ziektedagen, noch vakantiedagen genomen.Berekening volgens 'oude wetgeving':Koen ontvangt dus van het ziekenfonds €18,15 naast zijn loon uit deeltijdse arbeid nl. €36.19.
Fase Beschrijving Berekening cumulatiegrens (€ 39,85/55x60) x 1,25 = €54,34 Dagbedrag € 36,19 Cumulregel €54,34 - €36,19 = €18,15
Totaal ontvangt Koen dus €54.34. Het is dus interessant voor Koen om deeltijds te werken wat hij krijgt nog een behoorlijke ziekenfondsuitkering.Laten we veronderstellen dat Koen reeds op invaliditeit was op het moment dat hij zijn toestemming krijgt.
Naar ziektevergoeding toe geeft dit een dagbedrag van €28,98
Met hetzelfde loonattest geeft dit volgende berekening:Koen ontvangt dus van het ziekenfonds €22.68 naast zijn loon uit deeltijdse arbeid nl. €36.19.
Fase Beschrijving Berekening cumulatiegrens (€ 28,98/40x65) x 1,25 = €58,87 Dagbedrag € 941/26 = € 36,19 Cumulregel € 58,87 - 36,19 = €22,68
Totaal ontvangt Koen dus €58.87. Het is dus interessant voor Koen ook als invalide om deeltijds te werken want zijn ziekenfondsuitkering ligt zelfs hoger dan tijdens de primaire ongeschiktheid.
Nieuwe wetgevingDe nieuwe berekeningswijze voor de aanvullende ziekte- of invaliditeitsvergoeding omvat drie stappen. Men vertrekt van het belastbaar bedrag. Voor bedienden wordt dus 13,07% RSZ in mindering gebracht van het brutoloon verkregen uit deeltijdse arbeid. Voor arbeiders moet het brutoloon vermeerderd worden met 8%, vooraleer 13,07% RSZ in mindering wordt gebracht.
In een tweede stap worden op het bruto belastbaar loon enkele vrijstellingen toegepast. Zo wordt de eerste 8,83 euro niet als inkomen in aanmerking genomen, de volgende 8,83 euro slechts voor 25% en de derde voor 50%. Het deel van het inkomen hoger dan deze drie schijven - hoger dan 26,49 euro dus - wordt voor 75% als inkomen meegeteld. Het dagbedrag dat in aanmerking wordt genomen, wordt samengevat in onderstaand schema:
De uiteindelijke uitkering die men zal ontvangen wordt in een derde stap bekomen door het verschil te nemen tussen het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, toegekend bij afwezigheid van cumulatie, en het in aanmerking te nemen dagbedrag aan inkomsten uit de toegelaten activiteiten. Voorbeeld We nemen opnieuw Koen als voorbeeld. Koen wordt dus als primair arbeidsongeschikte betaald als 'gerechtigde zonder gezinslast' op basis van 55% van zijn loon, wat overeenkomt met een ziektevergoeding van €39,85 per dag.
Hoogste dagbedrag Berekening in aanmerking te nemen dagbedrag Max. € 8,83 Volledig vrijgesteld Vanaf € 8,84 tot en met € 17,66 25% x (dagbedrag- € 8,83) Vanaf € 17,67 tot en met € 26,49 (50% x (dagbedrag - € 17,66)=€2,21 Hoger dan € 26,49 (75% x (dagbedrag - € 26,49)+€6,63
Zijn eerste loonattest vermeldt :
Brutoloon = €941 of €36.19 per dag
Geen ziektedagen, noch vakantiedagen genomen.Berekening volgens 'nieuwe wetgeving':
Fase Beschrijving Belastbaar loon € 818,01 (=€ 941 x 0,8693)* Omzetting naar dagbedrag € 818,01 / 26 = € 31,4619 In aanmerking te nemen dagbedrag (75% x(€31,4619 - € 26,49) + € 6,63 = € 10,36 Verschilregel € 39,85 - € 10,36 = € 29,49 *13,07% RSZ-inhoudingDe berekening volgens de nieuwe wetgeving geeft een duidelijk voordeel ten opzichte van de oude wetgeving. Koen zal dus €29,49 per dag ontvangen.Laten we veronderstellen dat Koen reeds op invaliditeit was op het moment dat hij zijn toestemming krijgt.
Naar ziektevergoeding toe geeft dit een dagbedrag van €28,98
Met hetzelfde loonattest geeft dit volgende berekening:De eerste 3 stappen blijven hetzelfde, zodat we meteen de verschilregel kunnen toepassen :
€28,98 - €10,36 = €18,62
Conclusie : Koen ontvangt dus € 18.62 van het ziekenfonds. Hier blijkt de berekening minder voordelig te zijn dan de oude wetgeving .OvergangsregelingDe nieuwe regeling geldt voor alle toestemmingen om deeltijds te werken, gegeven vanaf 1 april 2002. Voor degenen die een toelating van de adviserend geneesheer gekregen hebben vóór 01/04/2002 moeten zowel de berekeningen gemaakt worden op basis van de oude wetgeving én op basis van de nieuwe wetgeving. Het systeem dat voor het lid het meest voordelige resultaat oplevert moet toegepast worden! Dus in het voorbeeld zal Koen als invalide geen€ 18.62 maar €22.68 ontvangen (toepassing oude regelgeving).BesluitDe huidige wetgeving biedt dus duidelijk financiële stimulansen voor de arbeidsongeschikte wanneer hij een activiteit tijdens zijn arbeidsongeschiktheid wenst te hervatten. Belangrijk hierbij is dat de adviserend geneesheer zijn schriftelijke toestemming moet geven vóór het hervatten van deze activiteit. De betrokkene moet zich daarenboven strikt houden aan de voorwaarden vermeld op de toestemming. Indien deze gewijzigd moeten worden dan moet hij vooraf toestemming aan de adviserend geneesheer vragen.
Deze afspraken moeten er voor zorgen dat de zieke niet het slachtoffer wordt van zijn intentie tot professionele reïntegratie.
©Dr. Marc DuboisVERZEKERINGEN: STAND VAN ZAKEN
MENSEN MET EEN CHRONISCHE ZIEKTE OF HANDICAP EN VERZEKERINGEN Gelijke kansen worden binnen de verzekeringswereld met de voeten getreden. Gezonde mensen met een behoorlijk inkomen kunnen gemakkelijk een polis afsluiten. Patiënten en hun gezin kunnen echter al te vaak geen polis afsluiten. Ofwel worden ze omwille van een aandoening uitgesloten, ofwel is de prijs van de polis torenhoog. Vastgestelde problemen zijn:
- weigering van verzekeringsmaatschappijen om een polis af te sluiten omwille van hun chronische ziekte of handicap;
- onmenselijk hoge premies;
- het weigeren van uitbetalen bij schadegeval omwille van ziekte of handicap;
- willekeurige opzeggingen van de polis door de verzekeringsmaatschappijen. ANTI DISCRIMINATIE WET: DÉ OPLOSSING? De anti discriminatie wet werd op 17 oktober 2002 in de Kamer gestemd. Op grond van de nieuwe wet zouden mensen met een chronische ziekte, mensen met een handicap en hun omgeving voor alles wat te maken heeft met levering van goederen of diensten, dus ook verzekeringen, niet langer gediscrimineerd worden. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw juicht deze wet toe maar verwacht er niet alle heil van. In de wet staat dat er sprake is van directe discriminatie als er een verschil in behandeling is, dat niet objectief en op een redelijke wijze kan gerechtvaardigd worden, en als het gebaseerd is op het geslacht, een zogenaamd ras, de huidskleur, de afkomst, de nationale of etnische afstamming, seksuele geaardheid, de burgerlijke staat, de geboorte, het fortuin, de leeftijd, het geloof of de levensbeschouwing, de huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap of een fysieke eigenschap. Wat verzekeringen betreft betekent dit dat de verzekeraar dus zal moeten aantonen dat hij een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft om een chronisch zieke een bepaalde verzekering te weigeren of om hen tegen veel zwaardere voorwaarden of premies te verzekeren. Het probleem van de uitsluiting omwille van gezondheidstoestand of handicap zal zich mogelijk minder stellen. Toch vreest het Vlaams Patiëntenplatform vzw dat deze wet niet de ganse problematiek oplost. Het is immers de rechter die de 'redelijke en objectieve rechtvaardiging' invult. Gevreesd wordt dat de betaalbaarheid van premies van verzekeringen schrijnend zal blijven. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw vraagt daarom een recht op een betaalbare verzekering om alle discriminaties uit de wereld te helpen. Hopelijk zal de nieuwe wetgeving de verzekeringsondernemingen aanzetten om meer terughoudend op te treden ten aanzien van patiënten en hun gezinnen die nu getroffen worden. Het VPP vzw rekent op de 'goodwill' van de verzekeraars en hoopt dat de antidiscriminatiewet de verzekeraars zal aanzetten om te stoppen met de discriminatie van mensen met een chronische ziekte of handicap door polissen aan te passen. Op 29 november 2002 verspreidde regeringscommissaris Greet Van Gool een persbericht ivm de antidiscriminatiewetgeving. "Verzekeraars mogen chronisch zieken en mensen met een handicap niet langer discrimineren. De problematiek kreeg veel media aandacht. Op 12 december 2002 hield het Vlaams Patiëntenplatform vzw samen met FWH (Federatie Werkgroep Homoseksuelen), Sensoa, OOK (Ouderen Overleg Komitee), GRIP (Gelijke Kansen voor Iedere Persoon met een Handicap), een persconferentie naar aanleiding van de stemming van de anti discriminatie wet in de Senaat. Het Vlaams Patiëntenplatform gaf als voorbeeld van discriminatie verzekeringen en onderwijs. Er was veel politieke belangstelling maar weinig pers. VLAAMS PATIËNTENPLATFORM VZW EN POLITICI De studiegroep verzekeringen verstuurde een brief naar ministers, parlementsleden en politieke partijen waarin de problematiek van chronisch zieke en gehandicapte mensen beschreven werd. Bijna alle partijen reageerden op deze brief en enkelen nodigden ons uit voor een gesprek:
- Magda De Meyer (SP.A): lid van de commissie volksgezondheid
- Yolande Avontroodt (VLD): Voorzitter van de commissie volksgezondheid in de kamer
- Simonne Creyf (CD&V): lid van de commissie voor het bedrijfslevenMagda De Meyer neemt de problematiek van verzekeringen op in haar verkiezingsprogramma. Zij wil ook verzekeringen in het algemeen verkiezingsprogramma van de SP.A krijgen. Yolande Avontroodt neemt de problematiek op in haar verkiezingsprogramma en was al bezig om het ook in het algemeen programma van de VLD te krijgen. Zij had het voornamelijk over een erkenning van een representatieve patiëntenvertegenwoordiging als voorwaarde om in de toekomst dit soort problemen aan te pakken. Simonne Creyf en Yves Degraeve van de CD&V nodigden het Vlaams Patiëntenplatform vzw op 16 december 2002 uit voor een gesprek. De CD&V zal een mondelinge vraag stellen in het parlement aan minister Picqué en Vandenbroucke en zijn bereid om samen met ons te werken rond mogelijke oplossingen. Bron: VPP(01/2003)
De wet op de patiëntenrechten werd op 26 september 2002 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het kabinet van minister Tavernier maakte ontwerpen van Koninklijke Besluiten. Die besluiten zijn nodig om de wet ook daadwerkelijk toe te passen. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw kon een eerste en een tweede ontwerpversie inkijken. De eerste versie werd bekeken in de studiegroep patiëntenrechten die bemerkingen formuleerde. Deze bemerkingen werden aan het Kabinet bezorgd. Aanvullend vroeg het VPP vzw om een gesprek met de minster. Kabinetschef Keirse stond ons te woord. Ilse, Leen en Anita hadden niet het gevoel dat de vraag om een onafhankelijke ombudsfunctie, die door de besluiten niet gegarandeerd wordt, in goede aarde viel.
Deze week verwacht het kabinet van Volksgezondheid het advies van de Nationale Raad Voor Ziekenhuisvoorzieningen. Als de Koninklijke Besluiten klaar zijn zullen ze doorgestuurd worden naar de interkabinettenraad. IN DE COMMISIE VOKSGEZONDHEID Vervolgens schreef het VPP alle parlementsleden van de commissie volksgezondheid aan. Magda De Meyer (SP.A) interpelleerde minister Tavernier over de uitvoeringsbesluiten. Zij en Yolande Avontroodt werden tijdens de gesprekken over verzekeringen ook aangesproken over patiëntenrechten. UITNODIGING OP DE NATIONALE ZIEKENHUISRAADNa aandringen van het VPP vzw werden we uitgenodigd op de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (NRVZ). Zij moeten een advies formuleren aan het kabinet over de uitvoeringsbesluiten. Hun advies is nog niet bekend. Franstaligen waren vooral voor een interne installatie van de ombuds. Vlamingen zijn voor een externe organisatie.
ANDERE CONTACTENMarianne Vergeyle (kabinetchef Tavernier) werd een aantal keer aangesproken. Zij beloofde collega Keirse aan te spreken.
Via het gesprek met Mevrouw Avontroodt (zie verzekeringen) kwamen we in contact met Mijnheer Van Emelen. Van Emelen werkt op het kabinet van minister Daems en zit in de interkabinetten werkgroep die de uitvoeringsbesluiten van het kabinet goedkeurt. Hij beloofde ons te reageren als de onafhankelijke ombudsfunctie niet gewaarborgd wordt bij de bespreking.
Magda Aelvoet (voormalig minister van Volksgezondheid) werd uitgenodigd als spreker op onze studiedag 'wet op de patiëntenrechten'. Het VPP vzw sprak haar aan over de uitvoeringsbesluiten. Zij wist niet dat de uitvoeringsbesluiten geen onafhankelijke klachtenbemiddeling waarborgt en deelt wellicht haar verbazing hierover aan haar opvolger mee.
STUDIENAMIDDAG: UTOPIE OF WERKELIJKHEID?Op 31 januari 2003 organiseert het Vlaams Patiëntenplatform vzw een studiedag over de wet op de patiëntenrechten en haar uitvoering. Patiënten hebben niet altijd veel inspraak in hun behandeling en krijgen zelden inzage in hun medisch dossier. Het federaal parlement keurde daarom op 22 augustus 2002 de wet inzake patiëntenrechten goed. De individuele rechten van de patiënt in hun verhouding met de beroepsbeoefenaar worden daarin vastgelegd. Dit is een enorme stap vooruit voor alle patiënten. Momenteel wordt er aan de uitvoeringsbesluiten gewerkt opdat de wet ook uitgevoerd kan worden. Tijdens een studienamiddag zal het Vlaams Patiëntenplatform vzw deze belangrijke, nieuwe wet toelichten en vanuit verschillende invalshoeken onder de loep nemen. Hoe worden de rechten geïnterpreteerd door verschillende beroepsbeoefenaars en door patiënten? Wat valt er onder een kwaliteitsvolle dienstverlening? Hoe zien beroepsbeoefenaars en patiënten het recht op informatie en de inzage in het patiëntendossier?De wet wordt bovendien getoetst op haar uitvoering en er wordt getracht duidelijkheid te scheppen over de implementatie ervan. Zo heeft de patiënt het recht om klacht neer te leggen bij een ombudsfunctie wanneer zijn/haar rechten geschonden worden. De patiëntenwet valt of staat bijgevolg met de goede organisatie van zo'n ombudsfunctie. De voorwaarden waaraan ze minstens moeten voldoen zijn onafhankelijkheid, beroepsgeheim, deskundigheid, juridische bescherming, Patiënten en beroepsbeoefenaars gaan na of deze randvoorwaarden kunnen verzekerd worden. Bron: VPP(01/2003)100.000 ernstig zieke of gehandicapte mensen krijgen extra voordelen zonder paperasserij: 1,3 miljoen formulieren naar de prullenmand
Mensen die op basis van hun uitkering of hun verminderde zelfredzaamheid, recht hebben op extra sociale voordelen, zoals bijvoorbeeld een belastingsvermindering, een sociaal telefoontarief of een verminderingskaart voor het openbaar vervoer, moeten hiervoor binnenkort geen attesten meer voorleggen. Zij zullen zonder administratieve verrichtingen het voordeel krijgen. Dat maakten minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke en regeringscommissaris voor Sociale Zekerheid Greet van Gool bekend in een persconferentie na de ministerraad. De ministerraad keurde de maatregel die in de programmawet is opgenomen vandaag vrijdag goed. Regeringscommissaris van Gool: Dankzij deze beslissing krijgt mijn Kafka-plan, bedoeld om de sociale zekerheid administratief te vereenvoudigen, een turbomotor.. De voordelen dank zij de nieuwe regeling zijn duidelijk. De mensen worden ontlast van een papierwinkel: ze moeten niet meer zelf attesten opvragen bij de dienst uitkeringen en dan die gegevens opsturen naar de instantie die het afgeleide recht toekent, en de administratie wordt ontlast van het verzenden van duizenden papieren attesten.De lijst van sociale voordelen waarop de maatregel betrekking heeft, is lang. In totaal gaat het om meer dan 20 voordelen. Het gaat om rechten op sociaal en fiscaal vlak. Daarnaast zijn er ook voordelen op het vlak van mobiliteit en huisvesting. De maatregel gaat in van zodra alle instanties die de voordelen geven, een overeenkomst hebben met de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid. Via de Kruispuntbank kan men immers de meeste gegevens krijgen, die nodig zijn om uit te maken of iemand recht heeft op een voordeel en die nodig zijn om het voordeel toe te kennen.Mensen met een handicap of ziektePer recht zijn er specifieke voorwaarden waaraan een rechthebbende moet voldoen. Niet iedereen met een uitkering of verminderde zelfredzaamheid komt in aanmerking voor een tussenkomst van een bedrijf of overheid. Het gaat in bijna alle gevallen enkel om personen die een verminderde zelfredzaamheid hebben, bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheid van 66%, en een ernstige handicap of ziekte. Daarnaast worden er soms bijkomende voorwaarden gesteld die betrekking hebben op het inkomen: een aantal voordelen zijn immers voorbehouden aan mensen met een laag inkomen. De exacte voorwaarden worden bepaald door het bedrijf of de overheid die het voordeel toekent.Bijvoorbeeld: om in aanmerking te komen voor een vermindering van de personenbelasting moet men een ongeschiktheid hebben van 66% en een handicap vòòr het 65ste jaar. Een ander voorbeeld: voor het sociaal telefoontarief moet men niet alleen een sterk verminderde zelfredzaamheid hebben maar ook een gezinsinkomen dat niet hoger mag zijn dan een bepaald bedrag. Natuurlijk kennen niet alle bedrijven of overheden afgeleide rechten toe. Zo geven sommige telefoonoperatoren een voorkeurtarief, andere niet.Het aantal mensen dat afgeleide rechten heeft, wordt geschat op minimum 100.000. De automatisering brengt mee dat al deze mensen zeker hun recht krijgen en dat er 1,3 miljoen formulieren overbodig worden, zei Greet van Gool. Revolutie in e-governmentBelgië is onlangs in een Europese studie voor de tweede keer uitgeroepen tot de absolute leider op het vlak van e-government in de sociale zekerheid. De stap die nu gezet wordt, is ook revolutionair: er wordt een verbinding gelegd tussen instellingen van sociale zekerheid en andere instanties ten voordele van de mensen die het het meest nodig hebben.Doordat de gegevensstromen die tussen de kruispuntbank en de bedrijven in kwestie gelegd worden, ernstig beveiligd zijn en aan allerlei voorwaarden voldoen, hoeven mensen niet te vrezen voor hun privacy ten gevolge van een eventueel misbruik van gegevens. Mensen hebben bovendien altijd het recht te weigeren enig sociaal gegeven ter beschikking te stellen van de toekennende instantie. Aangezien het aanleggen van gegevensstromen zeer voorzichtig gebeurt - onder andere omdat het respect voor de privacy moet gegarandeerd worden - zal de totale automatisering stapsgewijs gerealiseerd worden. Op dit moment is de kruispuntbank in samenwerking met de minister en de regeringscommissaris bezig met het opzetten van de automatische toekenning van een vermindering van de personenbelasting en van een sociaal gas- en elektriciteitstarief. Mensen met een handicap die een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming krijgen van de federale overheid, ontvangen hun gratis abonnement van De Lijn nu al automatisch.Vandenbroucke en van Gool: De sociale zekerheid wordt voortdurend bijgewerkt met allerlei grote en kleinere maatregelen om te voorkomen dat niemand in onze samenleving over het hoofd gezien wordt en onbeschermd is. Dit is een blijvend en groot werk, wat we onophoudelijk zullen blijven doen. Eens maatregelen genomen zijn, is het natuurlijk zaak dat de mensen ook effectief van de maatregelen kunnen genieten en niet het slachtoffer worden van administratieve onkunde of vergeetachtigheid. Door te werken via de Kruispuntbank, zorgt men ervoor dat dit niet meer kan gebeuren.
Persbericht Frank Vandenbroucke en Greet van Gool van 28 februari 2003Nieuwe bepalingen over de parkeerkaart voor personen met een handicapSedert 1 maart 2003 kan de parkeerkaart voor personen met een handicap worden afgeleverd aan personen wier gezondheidstoestand aanleiding geeft tot een vermindering van hun verplaatsingsmogelijkheden met ten minste twee punten, bepaald overeenkomstig de handleiding en de schaal die van toepassing zijn in het kader van de wet van 27 februari 1987 inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap.Het betreft meer bepaald personen met ernstige hartproblemen, personen met ernstige astmaproblemen, enz. die wegens hun handicap slechts korte afstanden kunnen afleggen. Dit betekent dat tienduizenden personen die aanzienlijke moeilijkheden hebben om zich te verplaatsen, een parkeerkaart kunnen verkrijgen.Ter herinnering, de parkeerkaart kan eveneens worden toegekend aan de volgende persoenen :1. Personen die door een blijvende invaliditeit van ten minste 80 % getroffen zijn;
2. Personen wier gezondheidstoestand aanleiding geeft tot een vermindering van de graad van zelfredzaamheid met ten minste 12 punten, bepaald overeenkomstig de handleiding en de schaal die van toepassing zijn in het kader van de wetgeving inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
3. Personen die getroffen zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt;
4. Personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of bij wie deze geamputeerd zijn;
5. Burgerlijke en oorlogsinvaliden met minstens 50 % oorlogsinvaliditeit.De kaart kan steeds worden aangevraagd door middel van formulieren die beschikbaar zijn bij de gemeentebesturen.Een andere maatregel die op dit vlak genomen is, betreft de medische controle, die ndig is om de zelfredzaamheid te bepalen en, bijgevolg, om na te gaan of deze personen recht hebben op een parkeerkaart.Tot op heden waren de aanvragers niet onderworpen aan een systematische geneeskundige controle, waardoor er soms een parkeerkaart werd toegekend aan personen die daar geen recht op hadden. De parkeerkaart heeft hierdoor enigszins aan krediet ingeboet.Voortaan worden de aanvragers van een parkeerkaart onderworpen aan een geneeskundig onderzoek bij een geneesheer van de FOD Sociale zekerheid. Indien de aanvrager reeds over een dossier bij de Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap beschikt, of indien attesten van andere openbare diensten duidelijk het bewijs leveren van de noodzaak aan een parkeerkaart, zal gaan apart geneeskundig onderzoek worden ingesteld.Ten slotte werden twee maatregelen genomen opdat geen ongeldige parkeerkaarten in het bezit zouden blijven van houders die er geen recht op hebben :1. Ingeval het motief wegvalt dat het gebruik ervan rechtvaardigt, moet de kaart aan de dienst worden teruggestuurd, uit eigen beweging of op vraag van de Bestuursdirectie voor uitkeringen aan personen met een handicap.
2. In geval van overlijden van de houder moet de kaart binnen een termijn van 30 dagen volgend op het overlijden door de nabestaanden van de houder worden terugbezorgd aan het gemeentebestuur van de woonplaats van de overledene. Gebeurt dit niet, dan kan de kaart door een bevoegd agent worden ingetrokken.De politiediensten kunnen een lijst opvragen met de kaartnummers die men uit circulatie had moeten nemen, bijvoorbeeld omdat de rechthebbende overleden is. Tot vandaag hebben een honderdtal gemeentediensten deze lijst reeds opgevraagd.Met deze maatregelen worden twee doelstellingen bereikt: het verkrijgen van een parkeerkaart door personen met aanzienlijke verplaatsingsmoeilijkheden wordt vergemakkelijkt, en de voorbehouden parkeerplaatsen zullen enkel worden ingenomen door personen die werkelijk recht hebben op een parkeerkaart.Bron: http://socialsecurity.fgov.beAmateursport wordt via de verplichte ziekteverzekering beschermd tegen sportongevallen
Vanaf 1 mei 2003 zijn amateursporters via hun verplichte ziekteverzekering verzekerd tegen sportongevallen want artikel 136 §3 wordt opgeheven. Vroeger mocht de verplichte ziekteverzekering niet tussen komen voor sportongevallen die gebeuren in clubverband waar ook maar enige vorm van toegangsgeld werd bij gevraagd én waarvoor de amateursporters om het even welke vorm van bezoldiging ontvingen. Dit verbod op tussenkomst gold ook voor de trainingen die voor deze sportbeoefening plaatsvonden. Deze zeer strikte en strenge reglementering leidde in de praktijk tot heel wat moeilijkheden, waar vooral de amateursporter het slachtoffer van was. Ofwel waren heel wat clubs niet of onvoldoende bereid of in staat om hun spelers te verzekeren, met alle gevolgen van dien bij een sportongeval. Ofwel werd het sportongeval niet als dusdanig aangegeven maar toch aangerekend aan de verplichte ziekteverzekering, waarbij het slachtoffer bij controle grote risico's liep om de tussenkomsten van de ziekteverzekering volledig te moeten terug te betalen. Nu wordt er dus een einde gemaakt aan deze onzekerheid. Hierdoor wordt de amateursport niet alleen bevorderd maar worden de clubs ook verlost van de zware financiële last.Dr. Marc Du Bois 06/2003Grensbedrag verhoogd voor de partner van een arbeidsongeschikte werknemerSedert 1 april is het grensbedrag verhoogd dat de partner van een arbeidsongeschikte werknemer mag verdienen zonder dat dit een lagere uitkering voor gevolg heeft. Dit grensbedrag is nu 700,83 euro. Mensen die een ziekte- of invaliditeitsuitkering ontvangen, krijgen het bedrag 'zonder personen ten laste' als de partner of de persoon met wie zij samenwonen meer verdient dan het grensbedrag. Indien het inkomen van de partner of de persoon met wie zij samenwonen beneden het nieuwe grensbedrag van 700,83 euro ligt, kunnen deze mensen mogelijk recht hebben op de hogere uitkering die geldt voor iemand 'met personen ten laste'.
Sociaal statuut voor de meewerkende echtgenotenDe echtgeno(o)t(e) van een zelfstandige wordt vanaf 1 januari 2003 automatisch beschouwd als een meewerkende echtgeno(o)t(e) indien deze persoon in geen enkele andere hoedanigheid gerechtigde op uitkeringen kan zijn. De meewerkende echtgeno(o)t(e) kan vanaf nu beschouwd worden als gerechtigde met personen ten laste en dus het forfait genieten met gezinslast. Aangezien de meewerkende echtgeno(o)t(e) kan beschouwd worden als gerechtigde met gezinslast, zal hij of zij het forfait genieten van hulp van derde en het forfait met gezinslast. Vanaf nu is de enige voorwaarde om aanspraak te maken op de moederschapspremie een wachttijd bewijzen van 6 maanden. Dr. Marc Du Bois
Onmiddellijke belasting op de uitkeringen voor arbeidsongeschikte werknemers.Vanaf 1 januari 2004 zal er een bedrijfsvoorheffing van 11,08 procent ingehouden worden op de ziekte-uitkeringen. Het gaat om de uitkeringen primaire arbeidsongeschiktheid (2de tot en met 12de maand ziekteverlof), vaderschaps- en moederschapsverlof. Deze operatie is goed voor een eenmalige opbrengst van 78 miljoen euro. Vandaag worden al deze vervangingsinkomens bruto uitbetaald. De fiscale verrekening gebeurt twee jaar later. Vanaf 1 januari 2004 wordt de belasting dus onmiddellijk op de premies ingehouden. Een langdurig zieke werknemer met gezinslast krijgt niet langer 114 euro per week, maar slechts 101,5 euro.Honoraria huisartsenSinds 1 oktober mogen huisartsen hogere honoraria aanrekenen Voor een raadpleging betaalt een patiënt 18 euro i.p.v. 17 euro en een huisbezoek kost voortaan 25 euro (plus 3,41 euro). Omdat de ziekteverzekering de terugbetaling in dezelfde mate verhoogt, voelt de patiënt daar niet veel van. Om patiënten te stimuleren zelf bij de dokter langs te gaan, wordt het persoonlijk aandeel van de patiënt die de arts bij zich roept met 1 euro verhoogd..
De verhoging met een euro van het remgeld voor een huisbezoek van de huisarts gaat pas na 1 januari 2004 in. Kinderen, senioren en chronisch zieken worden van de verhoging vrijgesteldBegrotingsdoelstellingDe in het regeerakkoord voorziene toename van 4,5% van de investeringen in de uitgaven van de verplichte ziekteverzekering wordt aangehouden en geïndexeerd met 1,30%. Dit betekent een toename met 900 miljoen euro ten opzichte van het budget van 2003. Het totale budget van de Ziekteverzekering zal dus 16,258 miljard euro bedragen voor het jaar 2004.De minister wil met deze middelen de duurzaamheid van het gezondheidsstelsel waarborgen, de toegang tot de zorgen verbeteren en een antwoord bieden op verzuchtingen van de zorgverstrekkers en ziekenhuizen.In de begrotingsdoelstelling staat dat er meer aandacht zal gaan naar kinderen en jongeren. Zo wordt onder meer de strijd tegen de pijn bij kinderen een prioriteit. Sommige kinderen die aan zeldzame of ernstige ziektes lijden kunnen tot op heden niet op passende wijze opgevangen worden. Daarom zullen er pilootcentra voor de pijnbestrijding bij kinderen (algologie bij kinderen) opgericht worden. Ook het principe van de Maximumfactuur wordt uitgebreid tot jongeren tot en met de leeftijd van 18 jaar . Momenteel is de leeftijdsgrens 16 jaar.Een tweede doelstelling behelst het terugbetalen van meer zorgen
Voor een betere tandzorg voorziet het budget voortaan de terugbetaling van de verwijderbare tandprotheses voor personen vanaf 50 jaar .Momenteel is er een terugbetaling voor personen vanaf 60 jaar. In de sector van de implantaten wordt een budget van 13,5 miljoen euro vrijgemaakt om voor een betere terugbetaling van de schouderprothesen te zorgen. De stents (medisch materiaal dat het comfort verbetert van patiënten die lijden onder vernauwing van de luchtwegen) zullen eindelijk ook worden terugbetaald.
In het kader van een betere palliatieve zorg voorziet het budget een betere terugbetaling van het materiaal voor de patiënten die thuis zuurstof in flessen moeten gebruiken. Ernstige zieken die langdurig moeten worden behandeld met kinesitherapie (kiné E), kunnen rekenen op een vermindering met 5 % van het remgeld. Dit wordt 2,5% voor patiënten met voorkeurregeling.Het budget voorziet ook in een betere dekking van ziekenhuiskosten. Zo zullen de kosten voor frequente en langdurige ziekenhuisopname worden opgenomen in de Maximumfactuur. Daarnaast worden de geneesmiddelen goedkoper. De prijs van geneesmiddelen die langer dan 15 jaar bestaan wordt immers verlaagd. Het gaat om meer dan de helft van de voorgeschreven geneesmiddelen.Een derde doelstelling omvat het herwaarderen van de zorgverstrekkers en het beperken van de tekorten van de ziekenhuizen. Zo wordt voorzien in een belangrijke herfinanciering van het akkoord artsen?ziekenfondsen (ten belope van 45 miljoen euro). Dit moet de kost dekken van de stijging van de honoraria sinds 1 oktober 2003. Apothekers zullen worden aangespoord tot overleg met de artsen om, op lokaal niveau, het voorschrijven en de beschikbaarheid van generische geneesmiddelen te verbeteren en zo de keuze voor deze goedkope evenwaardige alternatieven te bevorderen. Voor de ziekenhuizen worden de omkaderingsnormen herzien en zal het RIZIV-budget de baremaverhoging van de salarissen in 2004 ten laste nemen Dr. Marc DuboisBeroepsziektenSommige ziekten worden in belangrijke mate veroorzaakt door het beroep. In België bestaat hiervoor een speciale verzekering namelijk de 'beroepsziekteverzekering'. Deze sociale verzekering beoogt alle werknemers in de particuliere sector. Voor het overheidspersoneel bestaat er een aparte regeling. Wat volgt geldt enkel voor werknemers in de particuliere sector. Wat is een beroepsziekte? Een beroepsziekte is niet zo eenvoudig te definiëren. Van bepaalde ziekten is geweten dat ze dikwijls worden veroorzaakt door het werk. Soms merk je de ziektetekens pas lang na de blootstelling aan het risico en is het verband tussen de blootstelling aan een risico en de uiteindelijke ziekte niet zo duidelijk. Werkomstandigheden waarvan men weet dat ze aanleiding geven tot een bepaalde ziekte, zijn risico's. Ook wettelijk is er geen definitie van het begrip 'beroepsziekte'. Bij Koninklijk Besluit van 28 maart 1969 is evenwel een lijst van beroepsziekten opgesteld. Indien een werknemer lijdt aan een ziekte die voorkomt op deze lijst en aantoont dat hij tijdens en door zijn arbeid blootgesteld werd aan een risico dat tot deze ziekte aanleiding kan geven, dan is zijn ziekte een beroepsziekte.Wat zijn de voorwaarden voor erkenning?Elke erkenning van een beroepsziekte gebeurt door het Fonds voor de Beroepsziekten (FBZ).
Als je een aanvraag indient, moet je twee zaken bewijzen:
1. dat je aan een bepaalde beroepsziekte lijdt (met een medisch attest) en
2. dat je blootgesteld bent of was aan het risico van die ziekte (met een lijst van de werkgevers en de uitgeoefende beroepen). Er zijn twee systemen waaronder een beroepsziekte kan vallen, nl. het lijstsysteem en het open systeem. 1. In de lijst zijn aandoeningen en risico's opgenomen die erkend zijn door het Fonds voor de Beroepsziekten. Hierdoor wordt het voor een slachtoffer eenvoudig om zijn beroepsziekte te bewijzen. Als de beroepsziekte op de lijst voorkomt en hij in een sector werkt waar men aan een zeker risico is blootgesteld, dan wordt zijn ziekte als beroepsziekte erkend. De bewijslast ligt dus niet bij het slachtoffer. Er is een onweerlegbaar vermoeden ten gunste van het slachtoffer. Chronische pijn op basis van degeneratief ruglijden veroorzaakt door mechanische trillingen is zo een voorbeeld. Maar het lijstsysteem heeft ook nadelen. Zo bevat de lijst vaak uitsluitend oude ernstige ziekten en zijn bijvoorbeeld hernia van een tussenwervelschijf niet opgenomen. Daarom heeft een slachtoffer nu ook de mogelijkheid om voor een niet-erkende beroepsziekte zelf het bewijs te leveren van enerzijds de blootstelling aan een zeker risico en anderzijds het oorzakelijk verband tussen de ziekte en de blootstelling. Dit gebeurt via het zogenaamde open systeem. 2. Via het open systeem kunnen dus ook ziekten erkend worden die niet op de lijst van beroepsziekten voorkomen en waarvan de aanvrager die lijdt aan een ziekte die niet voorkomt op de lijst, kan bewijzen dat deze op 'een gedetermineerde en rechtstreekse wijze' het gevolg is van de beroepsuitoefening. In tegenstelling tot de ziekten in de lijst, ligt de bewijslast hier volledig bij de aanvrager. Er wordt niet verwacht dat het beroep de enige oorzaak is in het ontstaan van de ziekte maar de invloed ervan moet wel doorslaggevend zijn. De bewijslast ligt hier dus een stuk moeilijker dan voor ziekten of risico's uit de lijst. Een commissie van het FBZ beslist uiteindelijk over de erkenning als beroepsziekte. De vraag rijst dan welke ziekten die op een zo duidelijke wijze door het beroep worden veroorzaakt en die nog niet op de lijst staat voor schadeloosstelling in aanmerking komen. Van een aantal is het verband tussen blootstelling en ziekte duidelijk gekend. Het gaat bij voorbeeld om tendinitis of peesontsteking bij arbeiders die vaak hand -en armbewegingen uitvoeren en bepaalde vormen van astma. Voor chronische pijnpatiënten is het Arrest van het Hof van Cassatie van 02-02-1998 belangrijk. Dit arrest bepaalde dat lumbago die veroorzaakt wordt door een overbelasting van de wervelkolom bij een verpleegkundige wel degelijk een beroepsziekte is.
Vóór dit arrest werd ruglijden steeds geweigerd door het FBZ omdat er in de meeste gevallen geen professionele oorzaak zou zijn maar dat het te wijten zou zijn aan leeftijd, fysieke conditie en lichamelijke geaardheid van de aanvrager. Toch blijft de bewijslast zeer zwaar en ligt ze volledig bij de aanvrager. Wat moet je doen? De aangifte moet gebeuren bij het FBZ door de arbeidsgeneesheer, de patiënt of zijn nabestaanden, een behandelend arts of de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Ze gebeurt met verplicht te gebruiken formulieren, die gratis te verkrijgen zijn. Als je vermoedt dat je in aanmerking komt voor een erkenning door het FBZ neem je best zo snel mogelijk contact op met de arbeidsgeneesheer of de adviserend geneesheer van uw ziekenfonds. De aanvraag omvat een administratief en een medisch luik. Veelal volgt na de aanvraag een medisch onderzoek in het FBZ, dat bepalend is voor de beslissing die aan de rechthebbende wordt betekend.
Een zelfde procedure geldt bij aanvragen tot herziening, als de arbeidsongeschiktheid zou verergeren of verbeteren.Wat vergoedt het Fond voor Beroepsziekten?1.Tijdelijke arbeidsongeschiktheid
Een tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt toegekend zolang het letsel vatbaar is voor genezing. Bij volledige tijdelijke ongeschiktheid is de vergoeding gelijk aan 90 % van het basisloon. Men heeft er recht op, als de ongeschiktheid ten minste vijftien dagen aanhoudt. Bij een gedeeltelijke tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt het loonverlies terug betaald.2. Blijvende ongeschiktheid
Een blijvende arbeidsongeschiktheid, volledig of gedeeltelijk, wordt toegekend zodra de letsels zich min of meer stabiliseren. De vergoeding is gelijk aan de graad van ongeschiktheid vermenigvuldigt met het geplafonneerd loon. Deze ongeschiktheid wordt uitgedrukt in een percentage op basis van de medische graad van arbeidsongeschiktheid en in functie van de vermindering van de kansen op de arbeidsmarkt. De vergoeding kan gecumuleerd worden met loon of werkloosheidsuitkering. De vergoeding wordt verminderd met 50% bij een ongeschiktheidpercentage onder de 5% en met 25% bij een ongeschiktheid van 5 tot 9%. 3. Vergoeding voor de kosten van geneeskundige verzorging
De gezondheidszorg die nodig is bij een beroepsziekte, wordt terugbetaald door het ziekenfonds. Het FBZ past het persoonlijke aandeel bij.4. Hulp van derden
Indien de patiënt ten gevolge van zijn beroepsziekte nood heeft aan de hulp van een derde persoon dan krijgt hij hiervoor een bijkomende vergoeding van het FBZ.5. Overlijden
Wanneer het overlijden (mede) wordt veroorzaakt door de beroepsziekte, dan wordt een rente toegekend aan de overlevende echtgen(o)t(e) en aan de wezen. De begrafeniskosten worden eveneens terugbetaald met een maximum van 30 maal het gemiddeld dagloon.6. Bekostigen van preventiemaatregelen
Het FBZ kan voorstellen om de beroepsactiviteit tijdelijk of definitief stop te zetten. Bij een tijdelijke stopzetting heeft men recht op een vergoeding voor volledige tijdelijke arbeidsongeschiktheid (90% van het basisloon). Als de patiënt muteert naar een arbeidspost zonder risico zal het FBZ het eventuele loonverlies compenseren. Bij een definitieve verwijdering krijgt de werknemer een forfaitaire vergoeding van drie maanden loon. Ook na die periode zijn eventuele vergoedingen mogelijk, o.a. bij herscholing of bij een belangrijk economisch verlies. Een specifiek geval is de verwijdering van zwangere vrouwen uit het schadelijke milieu. De tussenkomst beperkt zich dan tot de periode vanaf de datum van de werkstopzetting tot 7 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. Vermelden we tenslotte dat het FBZ ook preventieve gezondheidszorg kan terugbetalen. Het vaccin tegen hepatitis B voor medisch en verplegend personeel en de vaccinatie tegen griep bij de personen die door het FBZ schadeloos gesteld werden voor long of hartaandoeningen zijn daar bekende voorbeelden van.BesluitVoor sommige chronische pijnpatiënten is er een rechtstreeks en determinerend oorzakelijk verband tussen hun aandoening en hun beroepsuitoefening. Dit is het geval voor aandoeningen van de lendenwervelzuil met voortijdig optredende degeneratieve afwijkingen veroorzaakt door mechanische trillingen die via het zitvlak op het lichaam worden overgedragen. Je moet hier twee elementen aantonen nl. dat je tijdens je werk werd blootgesteld aan dat risico (mechanische trillingen) en dat je aangetast bent door deze ziekte (degeneratieve verschijnselen van de lendenwervelzuil).
Voor chronische pijn op basis van ruglijden blijft de bewijslast zeer zwaar maar niet onmogelijk. Hier moet je drie elementen bewijzen nl. dat je aan het risico bent blootgesteld, dat de ziekte bestaat en dat er een causaal verband is tussen ziekte en blootstelling. Gelukkig sta je niet alleen: de arbeidsgeneesheer of de adviserend geneesheer van het ziekenfonds kunnen je inlichten over de haalbaarheid van je aanvraag en je helpen bij de bewijsvoering.Dr. Marc Du Bois
terug naar overzichtMenselijke schade en verkeersongeval Chronische pijnpatiënten nemen zoals iedereen deel aan het verkeer. Het is belangrijk om als patiënt zijn rechten te kennen wanneer men slachtoffer wordt van dit verkeer. In deze bijdrage wordt dan ook onderzocht hoe een slachtoffer van een verkeersongeval zijn vergoeding voor zijn schade kan bekomen. In het bijzonder wordt de situatie belicht van de zwakke weggebruiker omdat hier de gunstige automatische vergoeding van de schade van toepassing is. Algemene begrippenEen slachtoffer van een verkeersongeval, dat een vergoeding wenst te bekomen voor de schade veroorzaakt door een tegenpartij moet, het bewijs leveren van een fout bij de tegenpartij, de schade bij zichzelf en het oorzakelijk verband tussen fout en schade. In de praktijk wordt dit geregeld tussen de verzekeraars van de voertuigen of personen. Toch menen we dat het nuttig is om de drie begrippen nl. fout, schade en oorzakelijk verband nader te belichten. Fout: Een onrechtmatige daad of een fout die aan de basis ligt van een verkeersongeval, is quasi per definitie steeds een inbreuk op de Wegcode en dus strafbaar. De tegenpartij kan zich verdedigen door te wijzen op overmacht. De tegenpartij kan bv. ter verdediging aanvoeren dat zij in aanrijding dreigde te komen met een onvoorzienbare hindernis en hierdoor dus noodzakelijkerwijze een ongeval veroorzaakte. De tegenpartij zal in dit geval geen schadevergoeding dienen te betalen aan het slachtoffer, wanneer het slachtoffer er niet in slaagt, om het tegenbewijs van deze aangevoerde rechtvaardigingsgrond te leveren
Schade: Schade dient in beginsel zeker en vaststaand te zijn. Wanneer men bijvoorbeeld zonder het verkeersongeval de mogelijkheid zou hebben gehad om tijdig aan een belangrijk sollicitatiegesprek mee te doen en zo in dienst te treden bij een bedrijf is dit geen werkelijke vaststaande schade. Hoogstens zal men daar een symbolische vergoeding kunnen bekomen wegens het verlies van een kans op aanwerving.
Oorzakelijk verband: Men dient tenslotte aan te tonen, dat de fout een noodzakelijke, zoniet minstens een voldoende en in beginsel rechtstreekse voorwaarde was voor het ontstaan van de schade. In dit kader is het mogelijk, dat de schade niet alleen in oorzakelijk verband staat met de fout van een ander of van verschillende anderen, doch ook met de fout van het slachtoffer zelf. In dat geval wordt de verantwoordelijkheid verdeeld, en zal het slachtoffer in beginsel slechts een breukdeel van zijn schade vergoed kunnen zien.
De zwakke weggebruikerSinds de invoering op 1 januari 1995 van art.29 bis van de Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen, wordt de lichamelijke schade (dus niet: de zaakschade) van de zwakke weggebruiker, die slachtoffer wordt van een verkeersongeval, automatisch vergoed door de verzekeraar van het motorvoertuig, dat bij het ongeval betrokken was. Zwakke weggebruikers zijn in hoofdzaak en in beginsel voetgangers, passagiers van motorrijtuigen of fietsers. De zwakke weggebruiker moet dus niet de fout, de schade of het oorzakelijk verband tussen schade en fout aantonen. Dit is een zeer belangrijke beschermingsmaatregel van de wetgever ten voordele van de zwakke weggebruiker. Zelfs al heeft de zwakke weggebuiker een fout gemaakt, als hij wordt aangereden dan nog wordt hij automatisch vergoed door de verzekeraar van het motorvoertuig (auto) die in het ongeval betrokken was. Deze wetgeving is niet alleen van toepassing op de openbare weg maar ook op privé-terreinen zoals de parking van een grootwarenhuis, de halte van een bus of tram, het perron van een station of de parking van een discotheek.
Artikel 29bis is ook van toepassing op ongevallen met spoorvoertuigen (treinen, trams en metro) en het is de eigenaar (NMBS, MIVB, de Lijn) op wie de verplichting tot schadeloosstelling rust (aangezien er voor deze voertuigen geen verzekering burgerlijke aansprakelijkheid dient afgesloten te worden).
Indien het voertuig dat in het ongeval betrokken is niet verzekerd is, zal deze vergoeding door het Gemeenschappelijk Waarborgfonds gedragen worden.
Wanneer heeft men recht op een vergoeding?
Volgens de tekst van artikel 29bis moet het motorrijtuig 'betrokken' zijn in het verkeersongeval. Het begrip 'betrokkenheid' veronderstelt enkel een zekere relatie tussen het voertuig en het ongeval. Zo zal artikel 29bis niet van toepassing zijn als een persoon, vanuit zijn medische toestand, plots op straat een hartinfarct krijgt terwijl er toevallig net een auto voorbijrijdt. In dat geval is er geen enkele band tussen het motorrijtuig en het schadegeval (het infarct).Het bestaan van een zekere relatie vereist echter niet dat het ongeval 'veroorzaakt' wordt door een 'contact' met het voertuig, noch dat het voertuig in 'beweging' is op het ogenblik van het ongeval. Het voertuig kan betrokken zijn bij een verkeersongeval zonder daarbij effectief, via contact, aan de basis te liggen van de schade van het slachtoffer.Voorbeelden:
- een passagier breekt zijn enkel bij het uitstappen uit een auto
- een persoon wordt bij het uitstappen van een auto gegrepen door een andere auto
- een fietser valt ten gevolge van de luchtverplaatsing, veroorzaakt door een voorbijrijdende vrachtwagen zonder dat deze laatste hem geraakt heeft
- een fietser, die in gesprek is met een naast hem rijdende vriend, merkt als gevolg van hun conversatie niet op dat hij ter hoogte komt van een op de grond gemarkeerde parkeerplaats en komt aldaar in aanrijding met een regelmatig geparkeerd voertuig
- een bestuurder stapt uit zijn wagen, laat na de handrem op te zetten en wordt op de rijbaan overreden door dit voertuig, dat zich terug in beweging heeft gezet. Het Gemeenschappelijk Waarborgfonds
Zoals hoger reeds aangehaald komt het Gemeenschappelijk Waarborgfonds tussen in geval van niet-verzekering. Toch zijn er wettelijk vijf situaties waarin het Gemeenschappelijk Waarborgfonds moet tussenkomen:
- wanneer de identiteit van het motorrijtuig niet is vastgesteld (vluchtmisdrijf)
- wanneer geen verzekeringsonderneming tot vergoeding verplicht is, hetzij om reden van een toevallig feit waardoor de bestuurder van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte vrijuit gaat, hetzij omdat de verzekeringsplicht niet werd nageleefd
- wanneer het motorrijtuig niet verzekerd is door diefstal, geweldpleging of heling
- wanneer de vergoedingen verschuldigd zijn door een toegelaten of van toelating vrijgestelde verzekeringsonderneming die na afstand of intrekking van de toelating in België of na het opgelegde verbod van activiteit in België haar verplichtingen niet nakomt
- wanneer de verzekeringsonderneming failliet is verklaard
Wat wordt vergoed? Het huidig artikel 29bis bepaalt dat, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels of overlijden vergoed wordt. Het gaat dus ondermeer om geneeskundige kosten, arbeidsongeschiktheid en de overlijdensvergoeding. Zuiver stoffelijke schadeposten (schade aan de fiets, enz.) kunnen niet vergoed worden.
Merken we op dat schade aan functionele prothesen wordt beschouwd als lichamelijke schade. Een prothese kan worden omschreven als een toestel, een instrument of een stof die geen deel uitmaakt van het menselijk lichaam, maar die in of buiten het lichaam wordt aangebracht. Maar wat verstaat men onder 'functionele' prothesen? Het zijn wettelijk de door het slachtoffer gebruikte middelen om lichamelijke gebreken te compenseren. Dit begrip is dus zeer ruim en omvat bijvoorbeeld:
- een kunstbeen
- een bril
- een rolstoel
- een blindegeleidehond
- een hoorapparaat
In het verleden werd de kledijschade als gevolg van bloedsporen of het doorknippen ervan, niet vergoed op basis van artikel 29bis. Dit was echter niet logisch zodat deze schade bij de tweede wijziging van artikel 29bis wel in rekening werd gebracht. Het is aan het slachtoffer om de omvang van de schade te bewijzen. Dit zal uiteraard niet altijd evident zijn aangezien men normaal de aankoopbewijzen van kleding niet bewaart en er ook moet rekening gehouden worden met een zekere graad van veroudering of slijt. In sommige gevallen zal de rechter de schade dan ook forfaitair begroten.Wat wordt niet vergoed? Met betrekking tot de andere schadeposten geldt artikel 29bis niet en dient schadevergoeding te worden bekomen op basis van de aansprakelijkheidsregels van het gemeen recht. Dit gebeurt volgens de regels die in de inleiding van deze bijdrage werden aangehaald nl. bewijs van fout, schade en oorzakelijk verband. Het gaat in het bijzonder om :
- alle vorderingen betreffende stoffelijke schade (inclusief die van de zwakke weggebruikers, behalve kledijschade):
bv. een kapotte fiets, schade aan de auto, kledijschade van de bestuurder,
- de vorderingen voortvloeiende uit verkeersongevallen waarbij geen motorrijtuig betrokken is
bv. twee fietsers rijden elkaar aan, een fietser rijdt een voetganger omver,
- de vorderingen ingesteld door de bestuurders van motorrijtuigen voor hun eigen lichamelijke schade (ook tegen de zwakke weggebruikers). Artikel 29bis wijzigt immers op geen enkele wijze de regels betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van de beschermde personen ten overstaan van derden.
ArbeidswegongevalWanneer het verkeersongeval zich voordoet op de normale weg tussen thuis en het werk, of omgekeerd, en het aldus als een arbeidswegongeval wordt beschouwd, zal, ongeacht of een ander aansprakelijk is voor dit verkeersongeval, de arbeidsongevallenverzekeraar bepaalde schadevergoedingen uitkeren. In hoofdzaak betreft het vergoedingen voor het loonverlies wegens tijdelijke en blijvende werkonbekwaamheid, en farmaceutische en medische kosten, inclusief prothesekosten. In een volgend artikel wordt de regeling van schade in geval van een arbeidsongeval besproken.Dr. Marc Du Bois
terug naar overzicht